duivelsrog

Wetenschappers hebben ontdekt dat duivelsroggen ontzettend diep kunnen duiken. De roggen – waarvan onderzoekers altijd dachten dat ze graag aan het oppervlak bleven – blijken hun heil soms op bijna 2000 meter diepte te zoeken.

Dat ontdekten onderzoekers van Woods Hole Oceanographic Institution (WHOI) nadat ze de duivelsrog Mobula tarapacana bestudeerden. Ze rustten vijftien van deze roggen uit met apparaatjes die onder meer de watertemperatuur en diepte van het water maten. De roggen droegen de apparaatjes ongeveer negen maanden bij zich.

Verrassing
“Wij weten zo weinig over deze roggen,” vertelt onderzoeker Simon Thorrold. “We dachten dat ze lange horizontale afstanden aflegden. We hadden geen idee dat ze zo diep doken. Dat was echt een verrassing.”

Diep
De roggen – die tot wel vier meter breed kunnen worden – bleken met een snelheid tot zes meter per seconde te kunnen duiken. Soms reikte hun duik tot wel bijna 2000 meter diep. Op zo’n diepte zwommen de roggen dan in water met een temperatuur onder de vier graden Celsius.

Duivelsroggen duiken soms naar bijna twee kilometer diepte. Daarmee behoren ze tot de diepste duikers in de oceaan. Afbeelding: Jack Cook / Woods Hole Oceanographic Institution.

Duivelsroggen duiken soms naar bijna twee kilometer diepte. Daarmee behoren ze tot de diepste duikers in de oceaan. Afbeelding: Jack Cook / Woods Hole Oceanographic Institution.

Twee patronen
Wanneer de roggen naar zo’n grote diepte doken, konden ze dat op twee manieren doen, zo ontdekten de onderzoekers. Meestal doken ze vrij snel naar beneden, om vrij langzaam en stapsgewijs weer naar het oppervlak te zwemmen. Zo’n duik duurde dan meestal zestig tot negentig minuten en werd door de roggen slechts één keer per 24 uur gemaakt. Andere roggen doken naar een diepte van ongeveer 1000 meter en bleven daar vervolgens tot wel elf uur hangen. Kort voor en direct na zo’n diepe duik brachten de roggen aardig wat tijd door aan het oppervlak. Waarschijnlijk om op te warmen voor of na een duik naar het koude diepe water.

Bloedvaten
Het onderzoek verklaart iets wat onderzoekers enkele decennia geleden al ontdekten. Toen stelden onderzoekers vast dat de roggen over zeer goed ontwikkelde bloedvaten beschikken rond de craniale ruimte (de ruimte in de schedel). Deze bloedvaten doen dienst als warmtewisseling-systemen. Omdat onderzoekers altijd dachten dat de roggen voornamelijk aan het warme oppervlak vertoefden, namen ze aan dat deze bloedvaten de roggen hielpen om af te koelen. Maar dit onderzoek suggereert dat het precies andersom is: de roggen gebruiken ze om op te warmen. “Soms duiken ze twee of drie uur lang in heel koud water met een temperatuur van zo’n twee tot drie graden Celsius,” benadrukt Thorrold.

Onderzoekers weten nog niet precies wat de roggen op zo’n grote diepte uitspoken. Waarschijnlijk jagen de roggen er op vis.