De vogels zijn dankzij dicht opeengepakte zenuwcellen in staat om veel sneller dan mensen informatie te verwerken.

Onderzoekers trekken die conclusies op basis van een onderzoek onder twaalf duiven en vijftien mensen. Alle proefpersonen- en dieren kregen een opdracht voorgeschoteld en moesten op een gegeven moment – direct of na een vertraging van 300 milliseconden – aan de gang gaan met een andere opdracht. Op het moment dat de duiven en mensen de ene taak direct moesten laten liggen voor een andere, waren ze aan het multitasken: in het brein waren twee processen tegelijkertijd bezig (stoppen met taak één en aan de gang gaan met taak twee). In het tweede scenario – waarin de duiven en mensen na een vertraging van 300 milliseconden met de tweede taak aan de gang moesten, veranderde er iets in het brein. Nu wisselen de twee processen – stoppen met taak één en taak twee oppakken – elkaar razendsnel af.

250 milliseconden sneller
In het eerste scenario – de duiven en mensen wisselen taak één per direct in voor taak twee – waren de duiven en mensen even snel. Maar in het tweede scenario – waarin taak twee met een vertraging van 300 milliseconden werd opgepakt – waren de duiven zo’n 250 milliseconden sneller dan mensen. Het betekent dat duiven minstens net zo goed kunnen multitasken als mensen en in sommige situaties daar zelfs beter in zijn.

“Blijkbaar heb je geen hersenschors nodig om over complexe cognitieve vaardigheden zoals multitasken te beschikken”

Zenuwcellen
Maar hoe komt het nu dat wij mensen het – als het gaat om multitasken – af moeten leggen tegen duiven? Het heeft alles te maken met de zenuwcellen. Zoals gezegd: wanneer duiven na een vertraging van 300 milliseconden van de ene op de andere taak overstappen, wisselen de twee processen – stoppen met taak één en taak twee oppakken – elkaar razendsnel af. Het betekent dat de zenuwcellen die in beide processen een rol spelen continu signalen heen en weer moeten sturen. En dan zijn duiven in het voordeel, omdat de dichtheid van hun zenuwcellen veel groter is dan bij mensen. Duiven hebben per kubieke millimeter brein namelijk zes keer zoveel zenuwcellen als mensen, waardoor de gemiddelde afstand tussen twee neuronen bij duiven 50% kleiner is dan bij mensen. Aangezien de snelheid waarmee die zenuwcellen communiceren bij duiven en mensen gelijk is, betekent die kortere afstand dat informatie in het brein van duiven sneller wordt verwerkt dan in het brein van mensen.

Hersenschors
Lang werd gedacht dat de hersenschors – bestaande uit zes lagen – verantwoordelijk was voor indrukwekkende cognitieve vaardigheden, zoals multitasken. Maar vogels hebben geen hersenschors. “Het betekent dat de structuur van de hersenschors van zoogdieren niet doorslaggevend is voor complexe cognitieve functies, zoals multitasken,” aldus onderzoeker Sara Letzner.

Daarnaast geeft het onderzoek ook inzicht in een andere kwestie die onderzoekers al enige tijd bezighoudt. “Onderzoekers (…) hebben zich lang afgevraagd hoe het mogelijk was dat sommige vogels – zoals kraaien of papegaaien – slim genoeg zijn om zich op het gebied van cognitieve vaardigheden te kunnen meten met chimpansees, terwijl hun brein veel kleiner is en ze geen hersenschors hebben.” Dit onderzoek suggereert dat vogels juist dankzij hun kleine brein – en de dicht opeengepakte zenuwcellen – de tijd die nodig is om informatie te verwerken te verkorten en beter te scoren tijdens taken die een snelle interactie tussen zenuwcellen vereisen.