eekhoorn

Een eekhoorn in New York. Het klinkt als een komische kinderfilm, maar in werkelijkheid is het een non-fictief succesverhaal. Onderzoek toont aan dat eekhoorns in New York net zo goed – of zelfs beter – gedijen als hun soortgenoten in de bossen.

Onderzoeker Bill Bateman had ze al verschillende keren in New York gezien: grijze eekhoorns. Hij vroeg zich af hoe het de dieren nu werkelijk in de grote stad verging. Konden ze wennen aan het feit dat ze dit leefgebied met mensen moesten delen?

Gedrag
Om dat te achterhalen bestudeerde hij samen met enkele collega’s het gedrag van eekhoorns in reactie op de aanwezigheid van mensen. De onderzoekers keken onder meer of de eekhoorns onderscheid konden maken tussen mensen die naar ze keken en mensen die niet naar ze keken. Ook achterhaalden ze hoe eekhoorns reageerden wanneer voetgangers de voetpaden verlieten.

Resultaten
Slechts vijf procent van de eekhoorns vertoonde gedrag dat erop wees dat ze extra alert waren, wanneer een mens op het voetpad bleef en niet naar hen keek. Negentig procent van de eekhoorns bewoog zich trager dan hun soortgenoten in de bossen deden op het moment dat mensen het voetpad verlieten en naar ze keken. “Dit onderzoek toont aan dat eekhoorns in staat zijn om hun gedrag te moduleren wanneer mensen zich op een voorspelbare manier gedragen,” vertelt Bateman. De eekhoorns beperken zo het aantal onnodige (schrik)reacties en zijn beter in staat om te overleven in de drukke stadse omgeving.

Voorwaarden
Een wild dier dat in de stad wil overleven, moet in theorie aan een aantal voorwaarden voldoen. Eén daarvan is om kunnen gaan met de stoorzenders die mensen heten. De eekhoorn slaagt daar glansrijk in. Andere belangrijke factoren zijn: niet te kieskeurig zijn als het gaat om voedsel. Ook is het belangrijk dat wilde dieren vrij gemakkelijk van het ene groene plekje in de stad naar het andere kunnen reizen.

Het onderzoek naar het aanpassingsvermogen van eekhoorns is belangrijk, vindt Bateman. “De wereld verstedelijkt en dus kunnen stedelijke gebieden wel eens belangrijke plekken voor wilde dieren worden. Daarom is het goed om te weten wat ze prettig vinden aan deze gebieden, wat ze in staat stelt om daar te gedijen en of mensen ze daar willen.”