Een grote gezette man die ons elk jaar zomaar cadeaus komt brengen; waar komt die utopie toch vandaan? En moeten we onze kinderen wel in zo’n figuur laten geloven?

Kerstbomen, decoraties en gezelligheid; het is weer kerst! En vaak hoort daar toch ook wel een cadeautje bij. Hoewel sinterklaas aan het begin van de maand juist weer met zijn stoomboot naar Spanje is vertrokken, halen we aan het einde van de maand een soortgelijk figuur van de Noordpool. Maar waarom eigenlijk? En verdienen ouders niet zelf de eer voor het kopen van alle cadeaus?

Sinterklaas en de kerstman
De overeenkomsten tussen sinterklaas en de kerstman zijn groot. Sterker nog, vermoedelijk is de Amerikaanse Santa Claus gedeeltelijk op onze goedheiligman gebaseerd. Dat gaat terug naar de zeventiende en achttiende eeuw, toen veel Britten en Nederlanders naar de Nieuwe Wereld vertrokken en hun tradities met zich meenamen. Washington Irving was de eerste die in 1809 de kerstman beschreef, gebaseerd op onder andere Nederlandse Sinterklaasgebruiken en de Britse Father Christmas. Daarna heeft het frisdrankmerk Coca-Cola het uiterlijk en persoonlijkheid van de kerstman zoals we hem vandaag kennen – een vriendelijk lachende man met een lange witte baard, dikke buik, blozende wangetjes en een rood pak – verder ingekleurd. De overeenkomsten tussen de kerstman en sinterklaas zijn echter duidelijk zichtbaar. Beide komen in de gure wintermaand december onze kant op om vervolgens de daken op te gaan en door de schoorsteen cadeaus af te leveren. Ook qua uiterlijk zijn ze vrij identiek. Zo hebben ze beide een voorkeur voor de kleur rood en een lange witte baard. Wist je trouwens dat de naam Santa Claus een verbastering is van de Nederlandse naam Sinterklaas?


Aantrekkelijk
Wist je dat veel vrouwen de kerstman best aantrekkelijk vinden? Dat blijkt deels door zijn machtspositie te komen: hij houdt de economie ook op hoogtijdagen draaiende. Maar ook zijn tonnetje ronde buik en roze blosjes scoren goed. En vrouwen vinden het altijd fijn als mannen vriendelijk zijn tegen kinderen. Maar helaas…zoals iedereen weet, heeft de kerstman al lang een droomvrouw gevonden: mrs. Claus. Grappig genoeg maakt het feit dat hij monogaam is hem nog aantrekkelijker. “Andere vrouwen kunnen fantaseren over hoe het is om hem onder zijn sneeuwwitte baard te kietelen, maar de kerstman is een één-vrouw-man, een allround familieman, eentje die het zich kan veroorloven om zijn vrouw goed te behandelen en dat is de reden dat mevrouw Claus al eeuwenlang trouw aan zijn zijde blijft,” meent onderzoeker Ross Whitehea.

Verbeelding
Hoewel de kerstman allereerst vooral in Amerika populair was, is de gulle gever ondertussen ook in Nederland niet meer weg te denken. Ook hier is de jolige, gezette man onderdeel geworden van onze kersttraditie en pronkt op menig kerstkaart en in etalages. Hoewel sinterklaas het nog altijd in populariteit wint, denken sommige kinderen dat ook de kerstman daadwerkelijk bestaat. Het idee van een vriendelijke man die op zijn slee getrokken door rendieren over besneeuwde daken glijdt, lijkt bij menig persoon tot de verbeelding te spreken. Dat is goed terug te zien aan het brede scala aan kerstfilms waarin er een hoofdrol voor hem is weggelegd. Maar waarom spreekt de kerstman – zeker bij kinderen – toch zo tot de verbeelding? “Het is iets magisch,” betoogt Dimitri Mortelmans, hoogleraar aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen. “En kinderen denken magisch. Dat wil zeggen dat dergelijke figuren tot hun fantasiewereld behoren. Ik vermoed dat het volwassenen deels charmeert en fascineert dat een kind zo onbevangen kan geloven in een fantasiefiguur. Dat maakt het hele gebeuren zo mooi.”

“Je speelt eigenlijk een spel met je kinderen dat intimiteit, gezelligheid en verrassingen met zich meebrengt”

Magisch
En magisch is het zeker; die sprookjeswereld die we elk jaar met kerst weer op poten zetten. Kerstbomen, lampjes, cadeautjes en het liefst een laagje sneeuw; het moet thuis vooral gezellig en knus zijn. Een vriendelijke, gezette man met een zak vol cadeaus versterkt dat magische gevoel nog meer. En ja, dat is natuurlijk vooral voor kinderen fantastisch. “Je speelt eigenlijk een spel met je kinderen dat intimiteit, gezelligheid en verrassingen met zich meebrengt,” legt psycholoog Willem Koops uit. Toch vraagt Rebecca English, verbonden aan de Queensland University of Technology, zich af of dat eigenlijk wel nodig is. “Voegt de kerstman daadwerkelijk zoveel aan die magische wereld toe?” vraagt ze zich hardop af. “Creëren we die magische wereld niet door met elkaar in gesprek te gaan, de boom te versieren en een traditie te hebben die uniek is voor elke familie? Dat zijn naar mijn idee de zaken die tijdens het opgroeien leiden tot magische herinneringen, niet het verzonnen verhaal over de kerstman.”

Schadelijk
De vraag rijst dan ook of het geloof in de kerstman misschien een negatieve kant heeft. Want hoewel volwassenen wel weten dat we dit sprookjesgevoel zelf creëren, kan dit mogelijk voor kinderen verwarrend en misschien wel teleurstellend zijn als blijkt dat die hele magische wereld met de kerstman en al een verzonnen verhaal blijkt te zijn. Toch valt dat volgens Koops mee. “Het is niet schadelijk als de kinderen jong genoeg zijn om mee te gaan in het spel dat je speelt,” zegt hij. “Voor jonge kinderen (van ongeveer beneden de zes jaar) zijn de fantasiewereld en de ‘echte’ wereld niet zo van elkaar gescheiden als bij volwassenen en oudere kinderen.”


We laten kinderen geloven dat een fictief persoon cadeautjes komt brengen. Maar moeten we dat eigenlijk wel doen? Afbeelding: Pexels

Dat is echter voor elk kind verschillend, zo stelt English. “Als kinderen zich beginnen af te vragen of de kerstman echt is of niet, kunnen ze het onderscheid tussen fantasie en realiteit maken,” zegt ze. Volgens haar is het dan ook fout als ouders blijven aanhouden dat de kerstman toch bestaat. Dat legt ze door middel van een anekdote uit. “Ik was zes jaar oud en mijn klasgenoten rond de zeven,” vertelt ze. “Mijn moeder was op school toen mijn klasgenoten riepen dat de kerstman niet bestond. Ik keek haar bijna wanhopig aan en vroeg: ‘bestaat hij echt niet’? Mijn moeder zei terug: ‘natuurlijk bestaat hij wel!’. Toen ik er uiteindelijk achterkwam dat de kerstman niet echt is was ik er kapot van. Niet alleen omdat ik zo graag in de kerstman wilde geloven, maar ook omdat mijn ouders tegen me hadden gelogen, zelfs toen ik er regelrecht naar vroeg.”

Misleiding
English is dan ook van mening dat we onze kinderen beter niet kunnen vertellen dat de kerstman bestaat. Want volgens haar houden we kinderen hiermee onnodig voor de gek. “Het kind wordt ‘misleid’ door wat we tegen ze zeggen en om iets te geloven waarvan we weten dat het onwaar is,” zegt ze. “De kerstman gaat niet over de verbeelding of een fantasie van het kind zelf, we hebben alvast fictief persoon voor ze gecreëerd. We vragen een kind een verzonnen verhaal te geloven; niet hún verhaal. Daarnaast willen we dat kinderen niet tegen ons liegen, maar tegelijkertijd doen we dat wel tegen hen.” Koops ziet het echter niet zozeer als ‘liegen’. Dat hele idee van ‘liegen’ is voor (heel) jonge kinderen niet toepasselijk,” zegt hij. “Zij kunnen nog niet spelen met het door elkaar halen van een gefantaseerde en echte wereld. Strikt genomen kunnen ze dan ook leugens als zodanig niet begrijpen.”

“We vragen een kind een verzonnen verhaal te geloven; niet hún verhaal”

Ere wie ere toekomt?
Hoewel ouders zelf met sinterklaas en kerst de cadeautjes kopen, schuiven ze het geven ervan af op een fictief persoon. Maar zouden ouders eigenlijk niet zelf de eer moeten krijgen om hun eigen gekochte cadeau te geven? Volgens Mortelmans kan dat nog wel even wachten. “Waarom moeten we de wereld zo snel mogelijk ‘onttoveren’ voor onze kinderen?” vraagt hij zich af. “Kinderen groeien heel snel op. Laat ze toch ook die heerlijke periode beleven dat kabouters echt leven en schimmels of rendieren ook echt over daken kunnen lopen.” Ook Koops ziet hier geen kwaad in. “Die eer voor ouders komt later wel, als kinderen erachter zijn dat het een toneelstuk was,” zegt hij. English ziet dit echter anders. “De wereld is al zwaar genoeg, daar ben ik het mee eens,” zegt ze. “Maar wat we doen met de kerstman is dat we de verbeelding combineren met leugens. Als ouders heb je hard nagedacht over wat je kind zou willen hebben, je hebt vervolgens zelf de cadeautjes gekocht en ze ingepakt. Laat kerst een feest zijn waarbij we laten zien dat we weten wat onze kinderen leuk vinden en dat we iets speciaals voor ze hebben gekocht.”

Kinderen geloven vaak ongeveer vanaf hun achtste jaar niet meer in de kerstman. Dat komt omdat ze vanaf die leeftijd onderscheid kunnen maken tussen onmogelijke en mogelijke gebeurtenissen. En ja, dan wordt ook het bestaan van de kerstman in twijfel getrokken. Kinderen beginnen zich steeds meer zaken af te vragen, bijvoorbeeld hoe het kan dat de slee vliegt en hoe de kerstman toch door een schoorsteen kan passen. Het betekent dat kinderen een bepaald niveau van conceptuele begrip hebben bereikt, waarin de kerstman-mythe niet langer geloofwaardig lijkt. Toch kunnen kinderen behoorlijk teleurgesteld zijn of zich voorgelogen voelen als ze in de gaten krijgen dat alles nep was. “Als je merkt dat het kind duidelijke twijfels krijgt dan moet je dat open tegemoet treden en niet met liegen overstemmen,” adviseert Koops. “Als je als goede oplettende ouder merkt dat het kind echt definitieve twijfels heeft dan bevestig je dat en vertel je hoe het zit. Teleurstelling blijft gewoonlijk uit als je helder uitlegt dat je deze hele entourage hebt gecreëerd vanwege de gezelligheid en de verrassingen voor het kind.” Volgens de psycholoog is het het beste om het kind vervolgens bij alle voorbereidingen op het aankomende sinterklaas- of kerstfeest te betrekken. “Zo wordt het kind ‘partner in crime’ en zal dat beleven als een moment van intrede in de volwassen wereld.”