Een primeur in het internationale ruimtestation!

Voor het eerst hebben onderzoekers het DNA van ongeïdentificeerde microben in het internationale ruimtestation verzameld, klaargemaakt voor analyse en vervolgens succesvol in kaart gebracht, waarna de microben geïdentificeerd konden worden. Dat heeft NASA bekend gemaakt.

Het experiment
Astronaut Peggy Whitson is grotendeels verantwoordelijk voor de primeur. Ze tikte met een petrischaaltje verschillende oppervlakken in het ISS aan. Hierdoor belandden er microben in het petrischaaltje, die een week de tijd kregen om te groeien. Na een week bracht Whitson enkele cellen uit de groeiende bacteriële koloniën over naar kleine reageerbuisjes (iets wat nog nooit eerder in de ruimte was gedaan). Vervolgens werd het DNA geïsoleerd en geanalyseerd (ook dat is een primeur). De gegevens die dat opleverde, werden naar de aarde verzonden, waar onderzoekers de microben aan de hand van de data identificeerden.

Controle
Om er zeker van te zijn dat het onderzoek in het ISS goed was verlopen, werden de door Whitson verzamelde monsters ook naar de aarde gestuurd om nogmaals geanalyseerd te worden. Het leverde exact dezelfde resultaten op en bewijst dat het prima mogelijk is om het DNA van microben in de ruimte in kaart te brengen.

Het is belangrijk nieuws. Want NASA verlangt er al een tijdje naar om microben in de ruimte te kunnen identificeren. Dat maakt het namelijk mogelijk om door bacteriën veroorzaakte ziektes onder astronauten in de ruimte te diagnosticeren en behandelen (iets wat zeker tijdens langere ruimtereizen belangrijk is). Bovendien kan het van pas komen als onderzoekers op DNA-gebaseerd leven op andere hemellichamen aantreffen en willen onderzoeken.

Vorig jaar slaagde astronaut Kate Rubins erin om DNA in de ruimte te ontrafelen. Dat DNA was echter al op aarde klaargemaakt voor analyse. Het experiment van Whitson ging een stap verder: er werden onbekende microben verzameld en hun DNA werd in het ISS klaargemaakt voor analyse.