40.000 jaar oude fluiten en kunst in een grot in Duitsland bewijzen dat de eerste Europeanen veel vroeger dan gedacht al echte creatievelingen waren.

Wetenschappers van de universiteit van Tübingen en Oxford bestudeerden een grot in het zuidwesten van Duitsland. In deze grot zijn in het verleden verschillende kunstwerken teruggevonden. Onder meer mythische afbeeldingen, beeldjes, fluitinstrumenten en diverse innovaties. De onderzoekers stelden de leeftijd van deze objecten vast en moesten concluderen dat ze zeker 40.000 en mogelijk zelfs 43.000 jaar oud zijn. Daarmee zijn het de oudste technologische en artistieke innovaties uit het Aurignacien: een cultuur die iets meer dan 40.000 jaar geleden tot stand kwam.

Fluiten, gemaakt van ivoor. Foto: Universiteit van Tübingen.

Vroeg
Uit de datering blijkt dat mensen nog voordat een extreem koude periode aanbrak het gebied boven de Donau al betrokken. Eerder dachten wetenschappers dat de moderne mensen het gebied pas na de koude periode binnentrokken. Nu lijkt het erop dat moderne mensen tijdens een mildere periode in deze IJstijd het zuidwesten van Duitsland gingen bewonen. “Deze resultaten zijn in lijn met de hypothese die we verschillende jaren geleden opstelden, namelijk dat het gebied rondom de Donau tussen de 40.000 en 45.000 jaar geleden een belangrijke doorgang vormde voor mensen en technologische innovaties, op weg naar het midden van Europa,” stelt onderzoeker Nick Conard.

Neanderthaler
Waarschijnlijk stuitten de moderne mensen daarbij op Neanderthalers. Of de twee groepen ook culturele eigenschappen hebben uitgewisseld, is onduidelijk. De onderzoekers hopen dat nog te achterhalen.

Hoe?
Hoe de innovaties precies tot stand kwamen, weten de onderzoekers ook niet. Mogelijk was het de competitie met de Neanderthalers of het zware klimaat dat leidde tot de vindingrijkheid van deze mensen.

Deze kunstwerken en sieraden zijn zeker zo'n 40.000 jaar oud. Foto's: Württembergisches Landesmuseum Stuttgart.

De onderzoekers benadrukken dat hun werk heel belangrijk is. Door objecten die oude mensen hebben achtergelaten te dateren, krijgen we een beter beeld van de wijze waarop ze zich door Europa verspreidden. En daarmee begrijpen we ook andere processen – zoals de opkomst van kunst en muziek en het uitsterven van de Neanderthalers – beter.