Hulde aan de egoïst. Wetenschappers zetten vandaag de tegenhanger van de goedzak in het zonnetje. Uit onderzoek blijkt namelijk dat de aanwezigheid van een egoïst de groep goed doet. En daarmee komen de oude aannames dat iedereen gebaat is bij coöperatie en dat egoïsme slecht is voor de maatschappij, flink onder druk te staan.

De wetenschappers bestudeerden gist: een eencellige schimmel. Onder de schimmel bevonden zich egoïsten en goedzakken. De laatste groep produceert een proteïne dat sacharose – een stof die de schimmels moeilijk kunnen nuttigen – afbreekt in het gemakkelijker te eten glucose en fructose. De egoïsten produceren zo’n proteïne niet, maar eten wel mee van het door anderen bewerkte voedsel.

Snelle groei
Om te kijken hoe belangrijk deze egoïsten waren, maakten de onderzoekers twee groepen. De ene groep telde zowel goedzakken als egoïsten. De andere groep bestond alleen uit goedzakken. Tot grote verbazing van de onderzoekers groeide de eerste groep veel sneller. Egoïsme deed de club blijkbaar goed.

Inefficiënt
Maar hoe kan dat? De onderzoekers denken het wel te weten. De goedzakken breken de sucrose die zich het dichtst bij hen bevindt af, maar gebruiken het wanneer er geen egoïsten zijn heel onhandig. “Omdat ze er zoveel van zien, zetten ze het niet efficiënt om in groei,” legt onderzoeker Laurence D. Hurst uit. “Zij die minder glucose zien doen het veel beter en groeien harder met het voedsel dat ze krijgen.”

Mens
Dankzij de egoïsten is het voedsel schaarser en wordt voorkomen dat de harde werkers het achteloos naast zich neerleggen. Hoewel de verschillen tussen gist en de mens zeer groot zijn, denken wetenschappers toch dat de theorie ook voor ons opgaat. Mensen met veel geld en voedsel laten sneller een halve boterham liggen dan iemand die al twee weken niet gegeten heeft.

Het onderzoek zet de manier waarop de wetenschap naar egoïsten en goedzakken kijkt op zijn kop. “Eén van de funderingen waarop een groot deel van de theorie omtrent samenwerken gebaseerd is, is zojuist weggenomen,” meent Hurst. Zowel computermodellen als studies naar samenwerken gaan er allemaal vanuit dat samenwerken de samenleving dient en dat egoïsme daar afbreuk aan doet. Het lijkt erop dat de studieboeken op dat punt moeten worden herzien.