Vrouwen moeten het doen met de eitjes die ze hebben. Tenminste: dat dachten we altijd. Maar we zaten ernaast, zo blijkt nu.

Wetenschappers gingen er eigenlijk altijd vanuit dat vrouwen geboren werden met een hoeveelheid eitjes. Die hoeveelheid liep gedurende hun leven terug. Net zolang tot ze op waren. Enkele jaren geleden kwam die opvatting op losse schroeven te staan. Onderzoekers ontdekten toen dat volwassen muizen die door chemotherapie onvruchtbaar waren geworden dankzij een transplantatie toch nog eicellen konden aanmaken en zelfs gezonde jongen op de wereld konden zetten.

Nader onderzoek
In de jaren die volgden, werd het in eerste instantie ongelofelijke onderzoek herhaald en uitgebreid. Het leidde er uiteindelijk toe dat onderzoekers stamcellen die oöcyten (een vrouwelijke oerkiemcel) produceren, isoleerden. Deze stamcellen werden getransplanteerd in de eistokken van vrouwelijke muizen die onvruchtbaar waren. Deze muizen schonken uiteindelijk het leven aan gezonde jongen. En daarmee leek bewezen dat er stamcellen zijn die zich kunnen ontwikkelen tot gezonde eicellen. Dat zou betekenen dat een muis – met een beetje hulp van de wetenschap – ook nadat zij geen (goede) eitjes meer heeft nog jongen kan krijgen.

WIST U DAT…

…apen vruchtbare vrouwtjes herkennen aan hun gezicht?

Mensen
Na al die studies bleef er natuurlijk één prangende vraag over. Golden de resultaten die onder muizen waren behaald ook voor mensen? Onderzoeker Jonathan Tilly beet zich in dat vraagstuk vast. “Het belangrijkste doel van dit onderzoek was bewijzen dat stamcellen die oöcyten produceren in de eistokken van vrouwen voorkomen,” legt hij uit. “En dat laat dit onderzoek heel duidelijk zien.” Want ja, ook vrouwen hebben de veelbelovende stamcellen, zo concluderen de wetenschappers in het blad Nature.

Deling
De onderzoekers slaagden erin deze cellen te isoleren. Vervolgens toonden ze aan dat de stamcellen – net als die van muizen – in staat waren om cellen te vormen die de eigenschappen van oöcyten hebben. Deze oöcyten – die dus in petrischaaltjes ontstonden – zagen er hetzelfde uit als ‘natuurlijke’ oöcyten. ook de expressie van genen was vergelijkbaar. Er waren enkele oöcyten met slechts de helft van het genetische materiaal dat normaal gesproken in lichaamscellen wordt aangetroffen. Dat wijst erop dat deze cellen een reductiedeling hadden doorgemaakt. Dat is een celdelingsproces dat uiteindelijk leidt tot ‘volwassen’ eicellen en sperma. De onderzoekers gingen vervolgens nog een stapje verder. Ze plaatsten de stamcellen in menselijk weefsel uit de eierstokken. En dat leverde dezelfde resultaten op als tijdens de experimenten met muizen. De oöcyten ontwikkelen zich tot goed functionerende eitjes.

Het onderzoek heeft enorme implicaties voor vruchtbaarheidsbehandelingen. Zo kunnen de stamcellen zonder dat ze daarbij schade oplopen worden ingevroren en ontdooid. Het zou in de toekomst dus gemakkelijker worden om een kinderwens (letterlijk!) in de ijskast te zetten. Vrouwen met vruchtbaarheidsproblemen kunnen hun eitjes in de toekomst wellicht ook in het laboratorium laten vervaardigen, waardoor hun kansen op nageslacht groter worden.