Endeavour is gelanceerd. En aan boord bevinden zich niet alleen astronauten, maar ook een paar bijzondere gasten: jonge inktvissen.

De dieren zijn het onderwerp van een belangrijk onderzoek. Het doel? Achterhalen of goede bacteriën in de ruimte op het verkeerde pad terechtkomen.

Slechte bacterie
In eerdere studies werd al gekeken welke invloed een ruimtevlucht op ‘slechte’ bacteriën had. Deze bacteriën bleken nog slechter te worden. Zo is de kans dat een Salmonella bacterie een muis doodt drie keer groter als de bacterie in de ruimte is geweest. En ook de Escherichia coli (E. coli) werd gevaarlijker.

WIST U DAT…

…de grootste inktvis ter wereld helemaal geen monster is?

Goede bacteriën
Maar hoe zit dat met goede bacteriën, zo vroegen de onderzoekers zich af. En daar schieten de inktvissen te hulp. De soort Euprymna scolopes gaat mee de ruimte in. Deze soort bevat heel veel goede bacteriën, genaamd Vibrio fischeri. De inktvis gebruikt de bacteriën om licht te genereren en dat naar beneden te laten schijnen. Zo wordt voorkomen dat de inktvis een voor roofdieren zichtbare schaduw vormt. De bacteriën helpen de inktvis dus, maar hebben zelf ook baat bij de samenwerking: ze werken tegen kost en inwoning.

Inktvissen
Hoe gaan de astronauten het aanpakken? Ze krijgen hele jonge inktvissen mee die nog geen bacteriën in hun lijf hebben. Veertien uur na de lancering worden de inktvissen aan de bacteriën blootgesteld. De bacteriën krijgen 28 uur de tijd om een plekje te veroveren in de inktvis. Daarna worden de inktvissen gedood en teruggebracht naar de aarde voor onderzoek.

Voordat de inktvissen de lucht ingaan, is al wat onderzoek op aarde verricht. Daaruit bleek dat inktvissen in gewichteloosheid meer moeite hebben om de bacteriën op te nemen. En dat is verontrustend. Want ook wij mensen hebben veel goede bacteriën in ons lichaam die we hard nodig hebben. Als de goede bacteriën in de ruimte dwarsliggen, kan dat ook gevolgen hebben voor de gezondheid van astronauten.

Bovenstaande afbeelding is gemaakt door Nhobgood (via Wikimedia Commons).