Na een klein leugentje stompt je brein zo af dat het gemakkelijker wordt om meer en grotere leugens te verkondigen.

Dat hebben onderzoekers van University College London ontdekt na experimenten. Hun conclusies zijn te lezen in het blad Nature Neuroscience.

Potjes met geld
De onderzoekers verzamelden een aantal proefpersonen en lieten ze een pot met daarin muntjes zien. De proefpersonen moesten schatten hoeveel muntjes er in de pot zaten. De schattingen van de proefpersonen werden middels een computer naar hun zogenaamde ‘partners’ gestuurd. De proefpersonen kregen te horen dat de meest accurate schatting het beste resultaat op zou leveren voor henzelf en hun partners. Of ze kregen te horen dat het over- en onderschatten van de hoeveelheid muntjes goed was voor henzelf, maar slecht voor hun partners. Of ze kregen te horen dat het over- en onderschatten van de hoeveelheid muntjes goed was voor henzelf en hun partner of alleen goed was voor de partner en slecht voor henzelf.

De leugendetector

Je ziet ‘m nogal eens in films: de leugendetector. Maar werkt dat ding nu echt? Lees er hier alles over!

De leugen regeert
Zodra de proefpersonen hoorden dat het overschatten van de hoeveelheid muntjes goed was voor henzelf, maar niet voor hun partner, begonnen ze hun schattingen te overdrijven. Oftewel: ze begonnen te liegen. Dat was ook op de hersenscans goed zichtbaar. Hun amygdala – het deel van de hersenen dat geassocieerd wordt met emoties – reageerde sterk. Het experiment ging daarna verder: de proefpersonen kregen steeds nieuwe potten met muntjes te zien en moesten elke keer weer schatten hoeveel muntjes erin zaten. Naarmate ze vaker overdreven (oftewel vaker logen) nam de activiteit in de amygdala af. Hun leugens riepen dus in steeds mindere mate een emotionele reactie op in het brein. En hoe sterker die reactie in het brein afnam, hoe groter de leugens gaandeweg werden.

Hellend vlak
“Wanneer we liegen om er zelf beter van te worden, produceert de amygdala een negatief gevoel dat de mate waarin we bereid zijn om te liegen, beperkt,” legt onderzoeker Tali Sharot uit. “Maar die reactie neemt af als we doorgaan met liegen en hoe sterker de reactie afneemt, hoe groter de leugens worden. Het kan leiden tot een ‘hellend vlak’ waarop kleine leugens gaandeweg veranderen in betekenisvollere leugens.”

Het is overigens goed mogelijk dat niet alleen leugens je brein op een soort hellend vlak brengen, zo vertelt onderzoeker Neil Garrett. “Wij hebben tijdens dit experiment alleen oneerlijkheid getest, maar hetzelfde principe geldt mogelijk ook wanneer andere acties – zoals het nemen van risico’s of gewelddadig gedrag – escaleren.”