Vroeg in de geschiedenis van Mars zou een planetoïde ter grootte van Ceres op de planeet zijn geklapt.

Mars heeft verscheidene vreemde trekjes en drie ervan blijven de gemoederen bezighouden. Ten eerste is het noordelijk halfrond (dat gekenmerkt wordt door vlakke laaglanden) absoluut anders dan het zuidelijk halfrond (dat gekenmerkt wordt door vele kraters). Daarnaast bezit de rode planeet twee manen met een bijzondere vorm (Deimos en Phobos). En alsof dat nog niet genoeg is, is de samenstelling van Mars ook nog eens heel anders dan die van bijvoorbeeld de aarde. Zo bevinden zich in de mantel veel zeldzame metalen, zoals platina, iridium en osmium.

Zeldzame metalen
Een nieuw onderzoek richtte zich in eerste instantie op laatstgenoemde vreemde trekje: de zeldzame metalen. De onderzoekers berekenden eerst welk deel van de mantel uit deze zeldzame metalen bestaat. Het zou gaan om zo’n 0,8 procent. Aangezien deze elementen normaal gesproken aangetroffen worden in de kernen van rotsachtige werelden, leek het de onderzoekers aannemelijk dat de elementen op Mars zijn afgezet tijdens planetoïde-inslagen. Maar hoe groot waren die planetoïden dan? En hoe vaak sloegen er planetoïden in? Om dat te achterhalen, voerden de onderzoekers een groot aantal simulaties uit. Eén van die simulaties resulteerde in een uitkomst die wel heel dicht bij de werkelijkheid in de buurt komt. En in die simulatie klapte er 4,43 miljard jaar geleden een enorme planetoïde (van zeker 1200 kilometer groot) op Mars.

Noordelijk versus het zuidelijk halfrond
Zo’n grote planetoïde is niet alleen nodig om de grote hoeveelheid elementen die we nu in de Martiaanse korst aantreffen, te verklaren. De omvangrijke inslag kan ook verklaren waarom het noordelijk halfrond er heel anders uitziet dan het zuidelijk halfrond. De inslag moet de korst van Mars namelijk radicaal veranderd hebben, waardoor het ene halfrond zich vandaag de dag duidelijk onderscheidt van het andere halfrond. De onderzoekers gaan ervan uit dat de inslag plaatsvond op het noordelijk halfrond. Het feit dat de korst op het noordelijk halfrond er veel jonger uitziet dan de korst op het zuidelijk halfrond lijkt dat te onderschrijven.

De manen
En als klap op de vuurpijl kan zo’n enorme inslag ook het bestaan van de vreemde manen Deimos en Phobos verklaren. Door de inslag moet rond Mars een ring van puin zijn ontstaan. En uit dat puin zouden deze maantjes tot stand zijn gekomen. Het zou verklaren waarom de manen bestaan uit een mix van Martiaans en niet-Martiaans materiaal.

“Deze oplossing is heel elegant, aangezien het drie interessante en bijzondere problemen omtrent de totstandkoming van Mars oplost,” vindt onderzoeker Stephen Mojzsis. Grote vraag is nu echter of deze fraaie theorie ook werkelijk klopt. De onderzoekers hopen daar in de toekomst meer over te weten te komen door meteorieten afkomstig van Mars te bestuderen. Mogelijk getuigen zij van de vermeende catastrofe die Mars meer dan 4 miljard jaar geleden trof.