En ze zijn ook nog eens groter dan werd aangenomen. Dat blijkt uit observaties van ruimtesonde WISE.

Langperiodieke kometen – kometen die er meer dan 200 jaar over doen om een rondje rond de zon te voltooien – zijn niet zo gemakkelijk te bestuderen. Ze brengen – door die gigantische omlooptijd – immers een groot deel van hun tijd op grote afstand van ons door. Dat geldt in het bijzonder voor sommige kometen uit de Oortwolk die omlooptijden van duizenden of zelfs miljoenen jaren hebben.

De Oortwolk is vermoedelijk een wolk die bestaat uit miljarden komeetachtige objecten en is zo’n 300 miljard kilometer van de zon verwijderd. Het is – vanwege die grote afstand – met de huidige telescopen niet mogelijk om de Oortwolk waar te nemen. De langperiodieke kometen die WISE nu geobserveerd heeft, zijn waarschijnlijk miljoenen jaren geleden uit de Oortwolk geworpen.

Nieuwe inzichten
Maar dankzij ruimesonde WISE krijgen we nu toch een iets beter beeld van deze tamelijk mysterieuze kometen (zie kader). Observaties van de ruimtesonde tonen onder meer aan dat er zeven keer meer langperiodieke kometen van minimaal 1 kilometer groot zijn dan gedacht. Ook blijken de langperiodieke kometen gemiddeld twee keer zo groot te zijn als de kometen wiens baan vorm krijgt door de zwaartekracht van Jupiter (en die omlooptijden van minder dan 20 jaar hebben). Verder stellen astronomen dat in de onderzoeksperiode – die acht maanden duurde – drie tot vijf keer meer langperiodieke kometen de zon passeerden dan ze verwacht hadden. “Het aantal kometen vertelt iets over het restmateriaal dat nog over is van de vorming van het zonnestelsel,” legt onderzoeker James Bauer uit. “We weten nu dat er meer relatief grote stukken oud materiaal uit de Oortwolk komen zetten dan we dachten.”

Omvang
Voorafgaand aan dit onderzoek hadden wetenschappers al wel ideeën over hoeveel langperiodieke en kortperiodieke kometen er ongeveer in het zonnestelsel te vinden waren. Maar ze konden niet goed bepalen hoe groot de langperiodieke kometen waren. Dat komt doordat een komeet omringd wordt door een gas- en stofwolk die de komeetkern aan het zicht onttrekt. Aan de hand van de beelden die WISE van 95 kortperiodieke kometen (die door de zwaartekracht van Jupiter een korte omlooptijd hebben) en 56 langperiodieke kometen maakte, konden onderzoekers wel meer zeggen over de omvang van deze ijzige objecten.

Evolutionair verschil
De onderzoeksresultaten onderschrijven het idee dat kometen die vaker bij de zon in de buurt komen kleiner zijn dan de kometen die een groot deel van de tijd ver van de zon verwijderd zijn. Dat is logisch. Kometen zijn een mix van ijs en stof. En wanneer die mix bij de zon in de buurt komt, sublimeert (verdampt) het ijs. Terwijl de damp zich weghaast van de komeet voert deze ook stof mee. De komeet wordt geleidelijk aan dan ook kleiner. “Onze resultaten wijzen erop dat er een evolutionair verschil is tussen kometen uit de Jupiter-familie (kortperiodieke kometen, wiens baan gedicteerd wordt door de zwaartekracht van Jupiter, red.) en langperiodieke kometen,” aldus Bauer.

Veel meer langperiodieke kometen
Daarnaast blijken er dus ook veel meer langperiodieke kometen te zijn dan gedacht. Dat suggereert weer dat veel meer van deze kometen in het verleden op planeten in het zonnestelsel zijn ingeslagen. Tijdens die inslagen leverden de kometen zeer waarschijnlijk verschillende materialen – afkomstig vanuit de randen van het zonnestelsel – bij deze planeten af.

De resultaten zijn ook belangrijk wanneer we een beeld willen krijgen van de kans dat een komeet op één van de planeten in ons zonnestelsel – waaronder de aarde – inslaat. “Kometen reizen veel sneller dan planetoïden en sommige zijn heel groot,” stelt onderzoeker Amy Mainzer. “Studies zoals deze helpen ons te bepalen welk gevaar langperiodieke kometen kunnen vormen.”