Nieuw onderzoek suggereert dat grootmoeders tijdens onze evolutie de drijvende kracht waren achter het ontstaan van de liefdesrelatie.

Waarom zijn mensen geneigd om een monogame relatie aan te gaan? Misschien heb je er nooit zo over nagedacht, maar het is een vraag die onderzoekers bezighoudt. En die onderzoekers hadden in antwoord op die vraag ook wel theorieën bedacht. Zo wordt gedacht dat stelletjes voortkwamen uit het feit dat de man ging jagen en de vrouw van voedsel voorzag en de vrouw in ruil daarvoor hem de vader van haar kinderen liet zijn. “Zodat de mannen nakomelingen hebben en hun genen kunnen doorgeven,” legt onderzoeker Kristen Hawkes uit. Maar Hawkes en haar collega’s vegen die theorie nu van tafel en komen met een nieuwe hypothese.

De grootmoeder-hypothese
Om te begrijpen wat de onderzoekers precies bedacht hebben, moeten we even terug in de tijd. Naar 1997/1998, toen Hawkes de grootmoeder-hypothese lanceerde. Deze hypothese kon verklaren waarom wij mensen – in vergelijking met bijvoorbeeld de chimpansee – relatief oud worden. Vrouwelijke chimpansees worden zelden ouder dan vijftig, terwijl vrouwen vaak nog decennia nadat ze niet langer vruchtbaar zijn, in leven zijn. En dat is best bijzonder. Want wat is het evolutionaire nut van zo’n hoge leeftijd als we niet meer in staat zijn om voor nageslacht te zorgen (het ultieme doel van de evolutie)? Volgens de grootmoeder-hypothese gingen oudere vrouwen op een gegeven moment helpen om de kinderen van hun dochter van voedsel te voorzien, waardoor die dochter sneller weer een volgend kind op de wereld kon zetten. En doordat de dochters van deze behulpzame vrouwen meer kinderen kregen, kwamen de genen die vrouwen aan een langere levensduur hielpen steeds vaker in de populatie voor en nam de levensduur toe.

“Het beschermen van de partner is een betere strategie voor mannen dan het zoeken van een aanvullende partner, omdat er zoveel andere mannen zijn”

Relatie
Maar hoe kunnen die grootmoeders het ontstaan van de monogame relaties verklaren? Daarvoor moeten we nog een stap verder gaan. Mensen werden dus steeds ouder, maar de vruchtbaarheid van de vrouwen kwam nog steeds rond 45 jaar tot een einde, terwijl de oudere mannen wel vruchtbaar waren. Het resultaat: er waren veel meer vruchtbare mannen dan vruchtbare vrouwen. En daarom was het zaak dat mannen zodra ze een vrouw hadden, deze vrouw beschermden tegen de competitie en een zogenoemde ‘pair bond’ vormden. “Een speciale en persistente relatie tussen een man en een vrouw,” legt Hawkes uit. En zo is dus te verklaren dat mannen een relatie aangaan met één partner in plaats van – zoals bijvoorbeeld chimpansees – met zoveel mogelijk verschillende vrouwen te paren. “Het beschermen van de partner is een betere strategie voor mannen dan het zoeken van een aanvullende partner, omdat er zoveel andere mannen zijn.”

Jongere vrouwen
Het onderzoek kan ook verklaren waarom mannen doorgaans op jonge vrouwen vallen. “De enige manier waarop je een vader kan worden is door met een vruchtbare vrouw – dat betekent: een jongere vrouw – te gaan. Dus mannen die een voorkeur hadden voor jongere vrouwen hadden een grotere kans om nageslacht te krijgen.”

De onderzoekers baseren hun conclusies op computersimulaties van de menselijke evoluties. Ze voerden 30 simulaties uit waarin grootmoeders de zorg voor hun kleinkinderen deels op zich namen en 30 simulaties waarin dat niet gebeurde. Wanneer er actieve grootmoeders in het spel waren, kwamen de simulaties sterker overeen met de situatie zoals die in werkelijkheid is.