Karl Popper beschreef wetenschappers ooit als goden. In zekere zin waren zij dat vroeger ook een beetje. Weinig mensen wisten wat er afspeelde in laboratoria en universiteiten, maar er werd in ieder geval goed werkt verricht. Tegenwoordig moeten wetenschappers zichzelf bewijzen. Maar klopt dat bewijs wel altijd? Dit artikel uit de oude doos bewijst van niet!

Hoeveel wetenschappers plegen bewust fraude? Volgens schattingen 0,1 tot 1 procent van alle wetenschappers, maar het werkelijke aantal kan hoger liggen. Tien tot vijftig procent van alle wetenschappers doet wel eens mee aan wetenschappelijke onderzoeken die op de rand van goed en fout balanceren.

Opinie
Het is belangrijk dat fraude uit wetenschap wordt gezeefd. Niet in de eerste plaats om het feit dat foute wetenschap voor foute antwoorden zorgt, maar juist omdat het uitlekken van foute wetenschap ervoor kan zorgen dat de publieke opinie over wetenschap verandert. “Het vertrouwen van mensen in de wetenschap kan door enkele fraudezaken wegvallen”, vertelt Dr. John Marks van het European Science Foundation in een interview in 2008. “Op dit moment vertrouwen mensen dat wetenschappers eerlijk zijn. We kunnen niet toestaan dat dit beeld verloren gaat”, vult professor Juan Jose de Damborenea aan. Wanneer het publiek negatief tegenover wetenschap komt te staan, kan dit ervoor zorgen dat wetenschappers minder subsidies krijgen, waardoor er minder onderzoek wordt gedaan. Dit kan de ontwikkeling van bijvoorbeeld nieuwe medicijnen of nieuwe technieken benadelen.

De reus uit Cardiff wordt opgegraven.

Uit de praktijk – De reus uit Cardiff
George Hull had ooit een discussie met iemand over reuzen uit de Bijbel. Hull was er van overtuigd dat er ooit reuzen op de aarde liepen. Om zijn gelijk te halen maakte Hull een groot houten mensfiguur van ruim drie meter hoog. Hij verbrandde de houten creatie en begroef het in de grond.
Een jaar later – in 1869 – huurde Hull mensen in om archeologische opgravingen te doen. Uiteraard werd de ‘versteende reus’ gevonden. Al snel werd het als hoax bestempeld. Hull gaf uiteindelijk toe dat het beeld niet echt was. Lullig voor P.T. Barnum: hij stelde een fossiel van een reuzenmens tentoon in een museum. Dit bleek een hoax van een hoax te zijn. Snapt u het nog?

Nauwkeurig
Het uitvoeren van wetenschap is een complexe zaak. Alleen het opzetten van een experiment moet al nauwkeurig gebeuren. Het is vaak erg moeilijk om data nauwkeurig te interpreteren. Een voorbeeld: in de jaren ’30 en ’40 van de vorige eeuw droegen veel mensen hoeden, daarna veel minder. Toevallig was er ook veel armoede in Europa in de jaren ’30 en ’40. Conclusie: het dragen van hoeden zorgt voor meer armoede.

God
Maar er is meer. Stel, u bent wetenschapper en gelooft in God. Voor een onderzoek bent u op zoek naar bewijzen dat God bestaat. U vindt bewijzen, maar ook bewijzen die het tegendeel beweren. Omdat u gelooft in God besluit u de tegenargumenten weg te gooien. Dit maakt uw onderzoek – in zekere zin – sterker, en u krijgt meer lof van collega’s. Daarnaast krijgt u misschien in het vervolg meer geld van christelijke universiteiten om onderzoek te doen. Een andere conclusie en uw geldpotje zou misschien minder goed gevuld kunnen worden. En dat terwijl u thuis een vrouw en twee kinderen hebt zitten.

Nep
Ook het vervalsen van bewijs is een veelvoorkomende manier om fraude te plegen. In de archeologie gebeurt dit relatief vaker dan in andere wetenschappen. Zo vonden wetenschappers begin deze eeuw een schedel in Engeland: de eerste link tussen de aap en de mens. Opvallend genoeg sloot de uitslag van dit archeologisch onderzoek goed aan bij de visie van de paleonantropoloog Sir Arthur Keith. De schedel werd onderzocht en bleek nep te zijn. Keith hoopte waarschijnlijk op veel respect in de wetenschappelijke wereld, maar kreeg dat niet.

Uit de praktijk – Fossielen zijn nep
Begin achttiende eeuw vond Dr. Johann Beringer fossielen van manen, sterren, kevers en vogels: het bewijs dat fossielen verzinselen zijn van God. Hij publiceerde het boek Lithographia Wirceburgensis in 1726 met zijn bevindingen. Kort daarna vond hij een tablet in de grond met zijn eigen naam. Toen wist hij dat hij in de maling was genomen. De fosielen waren door twee gelovige collega’s in de grond gestopt. Beringer probeerde alle exemplaren van zijn boeken zelf te kopen, maar het was al te laat. Door de hoax is het boek een bestseller geworden.

Geen goden
Eerlijk is eerlijk: wetenschappers zijn net mensen. Ze zijn dus geen goden, zoals Karl Popper ooit beweerde. Sommige wetenschappers zijn op zoek naar macht, aanzien en rijkdom. Zij hebben er alles voor over om dit doel te bereiken: zelfs het vervalsen van informatie.

Lastig
Het is erg moeilijk om fraude in wetenschap aan de kaak te stellen. Onderzoeken zijn vaak zeer complex. Om te bewijzen dat een wetenschapper fraude heeft gepleegd, moet een heel onderzoek opnieuw uitgevoerd worden. Dit is tijdrovend en geldverslindend. Soms wordt er fraude ontdekt, maar dat gebeurt omdat er twee felle partijen zijn. Zo zijn er voor- en tegenstanders van de theorie over klimaatverandering. Als voorstanders met een wetenschappelijk onderbouwde conclusie komen, proberen tegenstanders het tegendeel te bewijzen. Hierdoor werd ontdekt dat er klimaatwetenschappers zijn die sommige getallen niet hebben meegenomen in de statistieken.

Filteren
Is fraude uit de wetenschap te filteren? In het paper Scientific fraud and the power structure of science concludeert wetenschapper Brian Martin dat dit niet mogelijk is. Fraude zit volgens hem ingebakken in het systeem van de huidige wetenschap. Zolang wetenschappers verantwoordelijkheden hebben en afhankelijk zijn van verschillende partijen, zal fraude altijd voor blijven komen.

Uit de praktijk – Koude fusie
Nucleaire fusie zorgt voor vrijwel eindeloze hoeveelheden energie met weinig schade voor het milieu. Er is één probleem: er is veel energie nodig om kernen te fuseren. In 1989 ontdekten Stanley Pons en Martin Fleischmann koude fusie: een manier om fusie op gang te brengen met weinig energie. De wetenschappelijke wereld stond even op z’n kop. Even. Al snel trokken Pons en Fleischmann hun paper in en weigerden ze vragen te beantwoorden. Waarschijnlijk waren hun bevindingen vals.

Voorzichtig
Natuurlijk kan fraude wel verminderd worden. Tegenwoordig hebben universiteiten en onderzoeksinstellingen de regels aangescherpt als er fraude wordt ontdekt. Daarnaast zijn wetenschappers voorzichtiger geworden met het plegen van fraude, omdat het de laatste jaren breed in het nieuws is geweest. Ook is de pers tegenwoordig meer betrokken bij wetenschap.

Toch verdwijnt fraude niet. Net zoals wielrenners stiekem doping gebruiken om betere resultaten te gebruiken, doen wetenschappers dit ook. Bij wielrennen is een simpele dopingtest genoeg om fraude aan de kaak te stellen. Bij wetenschap werkt het gewoon niet. En hoe irritant dit ook is: misschien moeten wij mensen er maar gewoon mee leren leven.