Een Nederlands bedrijf komt binnen een paar jaar met een auto die zichzelf oplaadt middels zonlicht. “Dit kan een gamechanger zijn.”

Zo snel mogelijk van de ene naar de andere kant van Australië reizen, is al een hele opgave. Maar stel je nu eens voor dat je daarbij ook geen brandstof mag verbruiken. Dan lijkt het een onmogelijke opgave te worden. Maar niet voor vindingrijke studenten. Herhaaldelijk reizen zij tijdens de Bridgestone World Solar Challenge met hun zelfgebouwde, rijkelijk met zonnepanelen bedekte auto’s van Darwin naar Adelaide. Bij de gratie van het gratis zonlicht haasten de auto’s zich dwars door de outback, terwijl ze meer energie opwekken dan ze verbruiken. De futuristische karavaan trekt vanzelfsprekend een hoop bekijks en je zou er hebberig van worden. Want: nooit meer tanken en tegelijkertijd zelden aan de oplaadpaal gekluisterd zijn, wie wil dat nu niet? Toch leek het een verre toekomstdroom te blijven. Want hoe gaaf de door studenten in elkaar geknutselde zonne-auto’s ook waren: echt praktisch waren ze niet. Vaak was er maar ruimte voor één (volslanke) persoon. En een kofferbak voor de boodschappen ontbrak.

Cruiser
Tot 2012. Toen werd de Bridgestone World Solar Challenge uitgebreid met de Cruiserklasse. Binnen deze klasse moesten praktische zonne-auto’s (lees: ruimte voor meerdere passagiers en boodschappen) het tegen elkaar opnemen. Studenten van de TU Eindhoven gingen deze nieuwe uitdaging aan en bouwden Stella en een paar jaar later opvolger Stella Lux: gezinsauto’s die rijden op de zonne-energie die deze auto’s zelf opwekken. De studenten bleken met de Stella’s een gouden greep te hebben gedaan: in 2015 laten ze in de Australische outback alle andere zonne-auto’s in deze klasse achter zich en pakken goud. Het levert een hoop media-aandacht op en de studenten reizen van congres naar congres om hun succesverhaal te vertellen. En keer op keer klinkt daar vanuit het publiek dezelfde vraag: “Waar kunnen we de auto kopen?” “Op dat moment realiseerden de leden van het Solar Team zich dat er serieus vraag naar is,” vertelt Tessie Hartjes. Ze werkt voor Lightyear, een bedrijf dat is opgericht door een aantal van de studenten die in de Australische outback de overwinning behaalden. Die studenten zijn inmiddels afgestudeerd en vastbesloten om binnen een paar jaar de eerste zonne-auto’s op de markt te brengen. “Dit kan een gamechanger zijn.”

Stella Lux: een praktische zonne-auto. Afbeelding: Solar Team Eindhoven.

Lightyear One
Die gamechanger heet Lightyear One en kost 119.000 euro (exclusief BTW). De auto biedt ruimte aan vier personen en rijdt op zonne-energie die de auto zelf opwekt. Wanneer er meer zonne-energie wordt opgewekt dan de auto nodig heeft, wordt het overschot opgeslagen in de accu aan boord van de auto. Daar kan de auto op bewolkte dagen of ‘s avonds dan weer een beroep op doen. Met een volle accu zou de auto tussen de 400 en 800 kilometer moeten kunnen rijden. Ben je niet zo’n kilometervreter? Dan kun je het overschot aan energie dat de auto opwekt, bijvoorbeeld afstaan aan jouw woning. “Je kunt je ook voorstellen dat er straks bedrijven zijn die twintig van dit soort auto’s bezitten. Wanneer de auto’s op de parkeerplaats staan, kan de opgewekte zonne-energie dan bijvoorbeeld gebruikt worden om de airco in het kantoorpand van energie te voorzien,” vertelt Hartjes.

Aerodynamisch en licht
De actieradius die Hartjes en collega’s beloven, valt op. Deze is enorm. “Het is technisch gezien al mogelijk, hoor,” stelt Hartjes. Maar veel autofabrikanten zitten zichzelf nog in de weg. “Wanneer zij een nieuw model willen introduceren, gaan ze eerst ontwerpen en daarna pas optimaliseren voor de aerodynamica. Wij doen het andersom: onze auto wordt aangepast aan zijn functionaliteit.” Dat dat voor bestaande autofabrikanten lastig is, komt onder meer doordat mensen bepaalde verwachtingen van die fabrikanten hebben: een stukje herkenbaarheid dat ook in het ontwerp van nieuwe modellen terug moet komen. Die beperking hebben Hartjes en collega’s niet. “Wij kunnen het direct goed doen.” En dus wordt er momenteel een super-aerodynamische auto ontworpen. “Daardoor kunnen we maar een kleine accu nodig: ongeveer drie keer kleiner dan die van Tesla.” En dat betekent dat de auto weer een stukje lichter is, wat weer goed is voor het energieverbruik. “Het is sowieso een lichtgewicht auto, want we maken gebruik van carbonfiber.”

“Ondanks alle geheimzinnigheid zijn er inmiddels al tien Lightyear One’s verkocht”

Tien verkocht
Op dit moment is Lightyear druk bezig met het ontwerp van de auto. Hoe deze er precies uit gaat zien, blijft tot begin volgend jaar in nevelen gehuld. “Het zal een robuuste auto worden,” zo licht Hartjes een tipje van de sluier op. Ondanks alle geheimzinnigheid zijn er inmiddels al tien Lightyear One’s verkocht. “En we hopen er de komende vijf jaar nog zo’n 1000 te verkopen.” De eerste tien exemplaren zullen vanaf 2019 geleverd worden. “Die eerste lichting is tamelijk exclusief,” vertelt Hartjes. “Het is een statement car: we willen hiermee vooral laten zien dat je op zonne-energie kunt rijden. Maar uiteindelijk moet die prijs natuurlijk wel omlaag.” Zeker als je denkt aan de uiteindelijke doelgroep die Lightyear voor ogen heeft. “Uiteindelijk willen we de auto gaan verkopen in developing countries, oftewel opkomende economieën. Zo willen we voorkomen dat de mensen daar straks in onze oude benzine- en dieselauto’s gaan rijden.” Dat een bedrijf met deze ambitie zich met de eerste lichting richt op het luxe segment is volgens Hartjes niet vreemd. “We moeten ons als merk zien te vestigen en aantonen dat we een goede auto kunnen leveren.” Dat is belangrijk als het bedrijf straks auto’s wil verkopen in bijvoorbeeld India, waar de mensen zeer merkgevoelig zijn. “Bovendien is de kans dat er nu dingen misgaan veel groter als we in dit stadium reeds proberen om een zo goedkoop mogelijke auto te bouwen,” denkt Hartjes. Dat de prijs in de toekomst omlaag kan: daar heeft ze alle vertrouwen in. “Als we de componenten straks groot in kunnen kopen, moet dat lukken.”

Nu ook commercieel aantrekkelijk
Het verhaal van Lightyear klinkt bijna te mooi om waar te zijn. Want als het technologisch gezien allemaal al lang mogelijk is en de consument erop zit te wachten: waarom heeft nog geen enkele autofabrikant zich dan aan de zonne-auto gewaagd? “Commercieel gezien is het allemaal nog maar kort haalbaar,” vertelt Hartjes. Eerder stonden de prijzen van zonnepanelen, carbonfiber en accu’s dergelijke experimenten nog niet toe. “Je ziet nu bijvoorbeeld pas dat ook Tesla gaat experimenteren met het integreren van zonnepanelen.” Maar dat ziet Hartjes niet als een bedreiging. “Wij bouwen de auto van onderen af op, om zoveel mogelijk rendement te maken. Je kunt wel zonnepanelen op het dak van een bestaande auto leggen, maar dan heb je te weinig oppervlak om echt alleen op zonne-energie te kunnen rijden.” Bovendien hebben deze oud-studenten iets in huis wat Tesla mist: ervaring. “De beste studenten van de Nederlandse technische universiteiten werken al heel lang met zonne-auto’s.”

Is dit dan de revolutie waar we al die tijd op gewacht hebben? Het zou zomaar kunnen, denkt Hartjes. “De zon is er elke dag en dankzij zonlicht kun je gratis schone kilometers maken. Dus ja, ik denk dat dit een gamechanger kan zijn.” Tegelijkertijd blijft er alle ruimte voor Hollandse nuchterheid. “Maar we moeten het natuurlijk nog wel laten zien.”