Niet alleen wij moeten gapen als we een ander zien geeuwen. Zelfs dieren die alleen leven ontkomen er niet aan.

Iedereen weet dat gapen ontzettend aanstekelijk is. Wanneer iemand gaapt, is de kans groot dat ook jij gaat geeuwen. Niet omdat je slaperig of verveeld bent, maar omdat je de ander ziet gapen. Uit nieuw onderzoek blijkt nu dat dit niet alleen voor mensen geldt, maar opvallend genoeg ook voor solitair levende dieren.

Waarom gapen mensen?
De allereerste grote hamvraag is natuurlijk wat precies de functie is van geeuwen. Iets waar onderzoekers tot op de dag van vandaag maar moeilijk de vinger op kunnen leggen. Ondanks dat aanstekelijk gapen de wetenschap al lange tijd bezighoudt, weten we opvallend genoeg eigenlijk nog steeds niet precies wat de exacte functie ervan is. “De hypothese die de laatste tijd het meeste terrein wint is dat gapen helpt met het koelen van je hersenen,” vertelt gedragsonderzoeker Jorg Massen in een interview aan Scientias.nl. “Op die manier draagt het bij aan het behouden van de optimale temperatuur voor hersenactiviteit. Dat kan bijvoorbeeld van pas komen in gevaarlijke situaties waar alertheid geboden is. En als je (onbewust) ‘merkt’ dat een ander ervoor zorgt dat hij optimaal alert is, zou het wel eens handig kunnen zijn dat zelf ook te worden.”

Aanstekelijk
Zoals gezegd is het bekend dat gapen zeer aanstekelijk is voor mensen en andere sociale groepsdieren. Denk bijvoorbeeld aan honden, wolven, parkieten, chimpansees en bonobo’s. Het zien of horen van een gaap zorgt ervoor dat iemand zelf ook gaat gapen, met name tussen familieleden en vrienden. Onduidelijk was echter wat het effect van gapen is op diersoorten die voornamelijk alleen leven en niet zo vaak sociale interacties met soortgenoten aangaan. Denk bijvoorbeeld aan de orang-oetan. En dus besloten onderzoekers van de Universiteit van Utrecht dit samen met collega’s uit Leiden en Mexico tot op de bodem uit te zoeken. Want mede door naar onze naaste verwanten te kijken en diersoorten die variëren in hun socialiteit, kunnen we ook een beter beeld krijgen van de precieze, onderliggende functie van de geeuw.

Experiment
Het team besloot twee verschillende zaken in het onderzoek te bestuderen. Allereerst brachten ze in kaart hoe aanstekelijk gapen voor orang-oetans precies is. Daarnaast keken ze of dit automatische gedrag beïnvloed wordt door hoe goed een betreffende orang-oetan bepaalde soortgenoten kent. Om dit goed te onderzoeken, kreeg een groepje orang-oetans – woonachtig in de Apeldoornse Apenheul – tijdens het experiment beelden te zien van groepsgenoten, onbekenden en een 3D-gesimuleerde orang-oetan met de naam Waldo die al dan niet aan het gapen waren.

Resultaten
Uit het onderzoek rollen enkele verrassende resultaten. Want de studie laat zien dat orang-oetans, net als mensen, gevoelig zijn voor het zien van gapende soortgenoten. Het betekent dat gapen net zo aanstekelijk is voor de solitair levende orang-oetan, als voor ons. “Gezien het feit dat aanstekelijk gedrag per definitie een sociaal fenomeen is – waar ten minste twee dieren voor nodig zijn – is het natuurlijk best verassend,” stelt Massen. “Aan de andere kant, orang-oetans kun je in het wild zo af en toe nog weleens in het gezelschap van een soortgenoot tegenkomen. Deze sporadische ontmoetingen lijken echter niet de oorzaak te zijn van het waargenomen fenomeen in orang-oetans. Het is aannemelijker dat het gedrag al in onze gezamenlijke (sociale) voorouder voorkwam. Juist door orang-oetans te bestuderen – de mensaap die als eerste van de rest van de mensachtigen afsplitste – kunnen we nu dus concluderen dat de voorouder van alle mensachtigen dit gedrag dus waarschijnlijk al vertoonde.”

Waldo
De mensapen blijken met name gevoelig te zijn voor de video’s waarin ‘echte’ orang-oetans gapen, ongeacht of dit een groepsgenoot, of een volslagen onbekende is. Opvallend genoeg deed de gapende Waldo de onderzochte orang-oetans weinig. En dat is best interessant. Want waarom is gapen eigenlijk niet aanstekelijk als een gesimuleerde soortgenoot zich hieraan schuldig maakt? “Nulresultaten zijn natuurlijk altijd moeilijk te interpreteren,” vertelt Massen desgevraagd. “Maar het zou kunnen dat orang-oetans, net als mensen, het zogenaamde uncanny valley (griezelvallei) effect ervaren. Dat wil zeggen dat we wel affectie voor animaties kunnen hebben, maar dat er op een bepaald punt een afkeer ontstaat. Dit gebeurt vaak naarmate hij sterker op een echte mens begint te lijken. Oftewel, bijna echte robots vinden we een beetje griezelig, en we weten niet precies wat we daar mee moeten. Wellicht was dit voor de orang-oetans ook wel zo.”

Mensapen
Al met al laten de bevindingen uit de studie zien dat de aanstekelijkheid van gapen niet alleen voorkomt bij hele sociale dieren. Het zou zomaar iets kunnen zijn dat alle mensapen vertonen. “We hebben in de evolutionaire stamboom dit gedrag kunnen herleiden tot ten minste de voorouder van alle hominidae,” concludeert Massen. “Bovendien hebben we laten zien dat een hoge mate van socialiteit niet per se vereist is.”

Het laatste woord is hier echter nog niet over gezegd. Volgens het onderzoeksteam is het belangrijk om de aanstekelijkheid van gapen te blijven onderzoeken, met name in meer solitaire dieren zoals panda’s, schildpadden, katachtigen, vossen, evenals in slangen en andere reptielen. Want alleen door dit eigenaardige gedrag te bestuderen in veel verschillende diersoorten, kunnen we erachter komen waarom gapen eigenlijk zo aanstekelijk is en of het een specifieke functie dient. Bovendien zou Massen ook graag andere apensoorten onderzoeken. “Dan kunnen we kijken of we het nog verder terug kunnen leiden,” licht hij toe, “beginnend bij de gibbons, die na de orang-oetan het meest aan ons verwant zijn.” Maar ook andere diersoorten wekken zijn interesse. “Denk bijvoorbeeld aan verschillende vogelsoorten,” zegt hij. “Want vogels gapen ook. En hoewel we weten dat gapen tevens aanstekelijk is voor grasparkieten is dit bij andere soorten vogels nog onontgonnen terrein.”