weather satelite 3.jpg

In februari explodeerde een Amerikaanse meteorologische satelliet. Uit een nieuw onderzoek van de universiteit van Southampton blijkt dat de satelliet in meer dan 50.000 fragmenten groter dan één millimeter uit elkaar is gespat. Wat voor gevolgen heeft deze ravage in de ruimte?

De DSMP-F13-satelliet explodeerde op 3 februari 2015. Er werden in eerste instantie slechts 100 stukken ruimteafval gedetecteerd, waardoor verschillende ruimtevaartorganisaties vrij nuchter reageerden. Volgens de Europese ruimtevaartorganisatie vormden de stukjes ruimteafval geen risico voor hun missies.

Een kaart waarop te zien is waar de fragmenten zich bevinden.

Een kaart waarop te zien is waar de fragmenten zich bevinden.

De onderzoekers van de universiteit van Southampton hebben echter nog eens honderd fragmenten ontdekt. Zij beweren dat veel fragmenten te klein zijn om gezien te worden en vermoeden dat de satelliet in minstens 50.000 stukjes groter dan één millimeter uiteen is gespat.

“Al deze verschillende stukjes vormen een band om de aarde”, onthult promovendus Francesca Letizia. “Satellieten in andere banen kunnen deze band kruisen en in botsing komen met één van de deeltjes van DMSP-F13.” Vooral de satellieten die iets lager dan DSMP-F13 om de aarde vliegen lopen een verhoogd risico om op het ruimteafval te botsen. Volgens de wetenschappers gaat het voornamelijk om Russische en Amerikaanse satellieten in een zonsynchrone of polaire baan om de aarde.

“Ook al zijn veel fragmenten niet groter dan de bal in je balpen, ze kunnen toch veel schade veroorzaken”, zegt Dr. Hugh Lewis. “Dit komt omdat satellieten en ruimtesondes vaak hele hoge snelheden hebben, waardoor zelfs een kiezeltje een satelliet kan vernietigen.”