Mensen zouden goed en kwaad in het leven hebben geroepen om ziekte te kunnen verklaren.

Stel je voor dat je leeft in een gemeenschap die geen weet heeft van virussen of bacteriën. En dan wordt je buurman ziek. Kort daarop gevolgd door zijn vrouw. En daarna de kinderen. En de kinderen die met die kinderen hebben gespeeld. Gevolgd door hun ouders. Hoe verklaar je dat? En – nog veel belangrijker – hoe kun je voorkomen dat je zelf ziek wordt? Het zijn ongetwijfeld vragen die onze voorouders bezig hebben gehouden. In een paper, onlangs verschenen in het blad Proceedings of the Royal Society B, stellen onderzoekers dat onze voorouders in antwoord op die vragen wellicht het geloof in goed en kwaad ontwikkelden. “Omdat ziekte een significante bedreiging vormde, stellen wij dat mensen geprobeerd hebben om te verklaren hoe en waarom mensen ziek worden,” vertelt onderzoeker Brock Bastian aan Scientias.nl. “Voor de theorieën omtrent ziektekiemen ontstonden, kan het geloof in kwade machten die actief zijn in de wereld, hier een verklaring voor hebben geboden.”

Het onderzoek
De onderzoekers baseren die conclusie onder meer op een onderzoek onder ruim 3100 mensen in 28 verschillende landen. Van al deze mensen werden de overtuigingen in kaart gebracht. En vervolgens werd er gekeken naar de (historische) ziektelast in het land waarin deze mensen woonden. Het onderzoek wijst uit dat in regio’s waar de ziektelast groot is, het geloof in kwade machten – bijvoorbeeld demonen, maar ook heksen die het kwaad kunnen bezweren – veel sterker is. Het wijst er sterk op dat de aanwezigheid van ziekteverwekkers het geloof in goed en kwaad versterkt, zo stellen de onderzoekers.


Functioneel
Vervolgens gaan ze nog een stap verder door te stellen dat het geloof in goed en kwaad in deze context bijzonder functioneel kan zijn geweest. “Eerdere studies hebben aangetoond dat wanneer mensen geloven in spirituele kwade machten, zij deze ook als ‘besmettelijk’ zien, dat wil zeggen dat ze middels contact met mensen die door kwade machten beïnvloed zijn ook onder invloed van die kwade machten kunnen komen,” vertelt Bastian. Kortom: de overtuiging dat het kwaad de drijvende kracht achter ziekte was, moet mensen ertoe hebben aangezet de zieken te verstoten of in ieder geval te mijden. En zo voorkwamen ze dat ze zelf ziek werden en konden ze mogelijk zelfs voorkomen dat de ziekte zich door de gehele gemeenschap verspreidde. Het geloof in goed en kwaad voorzag mensen zo van wat de onderzoekers een ‘behavioral immune defense‘ noemen. Mensen wapenden zich – in lijn met hun ideeën over goed en kwaad en ziekte en gezondheid – gedragsmatig tegen ziekte. Het lijkt niet ondenkbaar dat die methodiek het geloof van onze voorouders in goed en kwaad vervolgens alleen maar versterkt heeft. Want door het contact met de ‘door kwaad bezeten’ zieken te verbreken, bleven ze immers gezond.

Zelfde methode, ander uitgangspunt
Inmiddels weten we van het bestaan van bacteriën en virussen. En van de meeste ziekten weten we wel hoe ze ontstaan en zich verspreiden. Zo houden de meesten van ons enige afstand van die collega met griepverschijnselen. Grappig genoeg verschilt de manier waarop wij ons – gestoeld op wetenschappelijke inzichten – beschermen tegen ziekte niet eens zo heel veel van de manier waarop onze voorouders – gestoeld op een geloof in goed en kwaad – dat deden.

Hoewel we vandaag de dag veel weten over ziekteverwekkers en de manier waarop ze zich een weg banen door onze gemeenschap, blijkt uit dit onderzoek ook dat goed en kwaad niet zelden ook vandaag de dag nog steeds met ziekte en gezondheid in verband wordt gebracht. Het is waarschijnlijk opnieuw te herleiden naar het functionele karakter ervan. “Hoewel de theorieën over ziektekiemen wetenschappelijk gezien accurater zijn, laten mensen hun oude ideeën – waar ze zoveel baat bij hebben gehad – niet zomaar gaan.”