koffie

De één stuitert na één kopje koffie door het huis. De ander heeft daar drie kopjes voor nodig. Hoe kan dat? Wetenschappers hebben zes genen ontdekt die verband houden met ons drinkgedrag en het effect dat koffie op ons heeft kunnen verklaren.

De onderzoekers bestudeerden het drinkgedrag en DNA van 120.000 mensen van Europese of Afrikaans-Amerikaanse achtergrond. Zo stuitten ze op acht locaties op het menselijke genoom die verband houden met het drinken van koffie. Zes daarvan waren nog nooit eerder met het drinken van koffie in verband gebracht.

De genen
De genvarianten die volgens de onderzoekers ons koffiedrinkgedrag beïnvloeden, doen dat stuk voor stuk op hun eigen manier. Zo zijn er genen die een rol spelen bij de stofwisseling. Maar er zijn ook varianten aangetroffen nabij de genen die mogelijk invloed uitoefenen op het belonende effect dat cafeïne heeft.

Stofwisseling
De genetische factoren die de sterkste invloed uitoefenen op ons koffiedrinkgedrag doen dat waarschijnlijk door de stofwisseling van cafeïne op te schroeven. Het onderzoek suggereert bovendien dat mensen zonder daar echt bij na te denken hun koffieconsumptie zo aanpassen dat zij er de optimale effecten van ondervinden. Zo zijn er bijvoorbeeld mensen die na één kopje koffie de dag aankunnen, terwijl de ander daar vier kopjes koffie voor nodig heeft. Als degene die aan één kopje koffie genoeg heeft, vier kopjes zou drinken dan wordt hij mogelijk zenuwachtig of krijgt spijsverteringsproblemen, waardoor dat niveau van consumptie hem afschrikt.

Volgens de onderzoekers verklaren de nieuwe genen ongeveer 1,3 procent van ons koffiedrinkgedrag. Dat lijkt misschien weinig, maar dat is vergelijkbaar met wat we weten van de invloed die genen op roken en alcoholconsumptie hebben. De onderzoekers benadrukken dat cultuur waarschijnlijk ook een sterke stempel drukt op ons koffiedrinkgedrag. Tevens kunnen ze niet uitsluiten dat in de toekomst nog nieuwe genen ontdekt worden die invloed hebben op ons drinkgedrag.