Wetenschappers hebben genetische varianten gevonden die de kans op het ontwikkelen van de eetstoornis anorexia vergroten. Het gaat zowel om hele kleine als grote stukjes DNA die veranderen, zich vermenigvuldigen of juist verdwenen zijn. De studie gaat de boeken in als het meest grootschalige onderzoek over genen en anorexia dat ooit werd uitgevoerd.

Uit eerdere onderzoeken onder tweelingen was al gebleken dat de eetstoornis voor een groot deel genetisch bepaald is. Maar welke genen dan precies verantwoordelijk zijn voor de stoornis bleef in nevelen gehuld. Tot nu.

Genoom
De onderzoekers scanden het genoom van 1003 mensen met anorexia (gemiddelde leeftijd: 27) en vergeleken hun gegevens met die van 3733 kinderen zonder anorexia (gemiddelde leeftijd: 13). Hoewel het mogelijk is dat de kinderen op latere leeftijd nog anorexia krijgen, denken de onderzoekers dat het toch een goede controlegroep is. Het aantal kinderen dat statistisch gezien anorexia zou ontwikkelen, is te verwaarlozen, zo meent onderzoeker Hakon Hakonarson.

Autisme
Tijdens het vergelijken van de gegevens vonden de wetenschappers enkele verschillen. Eén verschil zat in het gen OPRD1. Een ander verschil zat tussen de genen CHD10 en CHD9. Uit eerder onderzoek was gebleken dat de laatstgenoemde genen verband houden met autisme en beïnvloeden hoe hersencellen met elkaar communiceren. “Het feit dat deze nu opduiken is heel intrigerend,” meent Hakonarson.

WIST U DAT…

…boulima op het platteland vrij zeldzaam is? De stoornis komt vijf keer vaker voor in de stad.

Behandeling
Nader onderzoek onder een nog grotere groep mensen moet uitwijzen of de gevonden genen ook echt doorslaggevend zijn in het ontwikkelen van anorexia. Als die resultaten positief zijn, kan dat leiden tot een effectieve behandeling van de eetstoornis.

Patiënten met anorexia nervosa hebben een irrationele angst om zwaarder te worden. Ook hebben ze een vertekend beeld van zichzelf. De aandoening treft over het algemeen tien keer zoveel vrouwen als mannen.