De ijsberg – die in 2010 in het leefgebied van de Adéliepinguïns strandde – zorgt ervoor dat de pinguïns nu meer dan 60 kilometer moeten reizen om aan voedsel te komen.

Nog niet zo lang geleden bevond zich op Kaap Denison (Antarctica) een grote kolonie Adéliepinguïns. De kolonie telde meer dan 160.000 pinguïns. Het was ook een ideale plek om te wonen voor de Adéliepinguïn. Het water voor de kust was – met dank aan een krachtige wind – zelden bedekt met zee-ijs en daarin kon dus volop gejaagd worden. Maar in december 2010 veranderde alles. De gigantische ijsberg B09B – met een oppervlak van zo’n 2900 vierkante kilometers – meerde aan.

Afname
En sindsdien is het aantal pinguïns enorm afgenomen. In plaats van 160.000 pinguïns zijn er nu nog enkele duizenden pinguïns te vinden. Wetenschappers schrijven de afname toe aan de ijsberg. De gestrande ijsberg veroorzaakte een snelle expansie van ijs dat permanent verbonden is aan het vasteland. De pinguïns moeten nu meer dan 60 kilometer wandelen om open water en dus voedsel te kunnen vinden.

Hartbrekend
Onderzoeker Kerry-Jayne Wilson bezocht de kolonie en beschrijft wat ze zag. “Het was hartbrekend om te zien welke invloed ijs dat verbonden is aan het vasteland op de pinguïns heeft. De normaalgesproken lawaaiige en agressieve Adéliepinguïns waren zo terneergeslagen dat ze nauwelijks in de gaten hadden dat we hun gebied binnenkwamen. Het was droevig om tussen duizenden gevriesdroogde kuikens van het vorige seizoen en honderden verlaten eieren te lopen.”

Toch is er ook een klein beetje goed nieuws. Het aan het vasteland verbonden zee-ijs dat geassocieerd wordt met B09B begint sinds afgelopen jaar uiteen te vallen. “Dat is goed nieuws voor de pinguïns,” stelt onderzoeker Chris Fogwill. Tegelijkertijd drukken de gebeurtenissen ons met de neus op de feiten: het Antarctische ecosysteem is bijzonder kwetsbaar.