Gibbons zijn de operasterren van het oerwoud, zo blijkt uit een Japans onderzoek. Zowel een operaster als gibbon gebruikt dezelfde technieken om te zingen. Eén verschil is er wel tussen de twee: operasterren moeten er jaren voor oefenen en de gibbon schudt de techniek zo uit zijn mouw.

Helium
Dat concluderen onderzoekers na een onderzoek met de withandgibbon. Ze namen eerst twintig kreten van gibbons op. Vervolgens lieten ze de gibbons nog eens ‘zingen’ maar nu in een kamer waar ook helium aanwezig was. “De laagste frequentie harmonieën wordt versterkt wanneer een gibbon in normale lucht zingt,” legt onderzoeker Takeshi Nishimura uit. “Maar in een atmosfeer met extra helium verandert het trillen van de stembanden en de resonantie van het spraakkanaal.” De gibbons passen hun stembanden aan om toch het gewenste geluid te kunnen maken. Operasterren kunnen dat – na lang oefenen – ook.

Overeenkomst
“Het complexe karakter van de menselijke spraak is uniek onder primaten, aangezien het om gevarieerde zachte geluiden vraagt die ontstaan door snelle bewegingen van het stemkanaal. Men dacht dat onze spraak ontstond door specifieke veranderingen in de anatomie van onze stem. Maar wij tonen hier aan dat de gibbon dezelfde mechanismen gebruikt als operazangers en onthullen dus een fundamentele overeenkomst met mensen.” De basis van onze spraak delen we dus met sommige primaten.

Sterker nog: operazangers moeten langdurig oefenen om deze technieken onder de knie te krijgen. Zingende gibbons hoeven er vrijwel geen moeite voor te doen. Gibbons zijn daarmee eigenlijk de operazangers van het woud. Ze gebruiken de kreten echter niet ter vermaak, maar om te communiceren met buren en mogelijke partners.