Dat onthullen de fossiele resten van zo’n gigant die al aan het eind van het Trias(!) rond stampte.

Onderzoekers ontdekten de resten in Argentinië. Ze behoren toe aan een nieuwe dinosaurussoort die aan het eind van het Trias (tussen 210 en 205 miljoen jaar geleden) leefde. De dinosaurus heeft de naam Ingentia prima gekregen en moet een lichaamsmassa van zo’n tien ton hebben gehad. Het betekent dat deze gigant ongeveer net zoveel woog als twee of drie olifanten.

Veel eerder
Dat lijkt misschien niet zo indrukwekkend. Er zijn immers plantenetende dino’s bekend die naar schatting zo’n 70 ton wogen. Denk bijvoorbeeld aan de eveneens in Argentinië ontdekte Argentinosaurus of Puertasaurus. Maar deze soorten leefden véél later dan I. prima. Sterker nog: I. prima stamt uit een tijd waarvan we dachten dat deze geen gigantische dinosaurussen kende. “Voor deze ontdekking werd gedacht dat gigantisme gedurende het Jura, dus zo’n 180 miljoen jaar geleden, ontstond,” vertelt onderzoeker Cecilia Apaldetti. “Maar Ingentia prima leefde aan het eind van het Trias, tussen 210 en 205 miljoen jaar geleden.”

Een echte gigant
En in die tijd moet I. prima écht indrukwekkend zijn geweest. “Het was een echte gigant,” aldus onderzoeker Ricardo Martínez. “Zeker voor dat moment in de evolutie, toen de meeste dieren die tegelijkertijd (met I. prima, red.) leefden niet hoger dan twee meter waren en hooguit drie ton wogen.”

Naast longen (bruin) moet I. prima ook luchtzakken (groen) hebben gehad. Afbeelding: Jorge A. González.

Luchtzakken
De onderzoekers denken in I. prima dan ook één van de eerste giganten te zien en meer inzicht te kunnen krijgen in hoe de veel latere, nog veel grotere giganten ontstonden. Zo maakten ze voor hun ademhaling – net als vogels vandaag de dag – naast de longen ook gebruik van luchtzakken. Die luchtzakken stelden de dino’s niet alleen in staat om grote hoeveelheden reserve-zuurstof op te slaan, maar maakten ook een efficiënte warmteafgifte mogelijk, waardoor dat enorme lijf dus gemakkelijker kon afkoelen. Die luchtzakken drongen door tot in de beenderen, waardoor deze gekenmerkt werden door holtes, wat er weer voor zorgde dat ze minder zwaar waren. Daarnaast blijkt I. prima er een bijzondere, seizoensgebonden groei op na te hebben gehouden, waarbij deze in bepaalde seizoenen razendsnel groeiden en in andere seizoenen juist helemaal niet. Het staat haaks op wat de giganten in het Jura deden: zij groeiden continu en heel snel tot ze volwassen waren.

De ontdekking van deze nieuwe soort uit het Trias heeft enorme implicaties voor de evolutionaire geschiedenis,” stelt Apaldetti. Ze wijst erop dat I. prima niet zo heel lang na het ontstaan van de dinosaurussen het levenslicht zag. “Deze dieren verschenen en in een paar miljoen jaar waren ze al in staat om zo’n enorme omvang te bereiken om vervolgens nog eens 100 miljoen jaar later uit te kunnen groeien tot de grootste dieren in de geschiedenis van de aarde.”