De grootste obstakels op weg naar meer duurzaamheid zijn niet technologisch van aard; ze zitten in ons hoofd en hart. Kan klimaatpsychologie dan helpen?

Al meer dan twintig jaar horen we over het veranderende klimaat, maar grootschalige verduurzaming laat nog altijd op zich wachten. Toch zijn de technische mogelijkheden groot genoeg. Het tekort aan actie is te verklaren door een aantal psychologische barrières. Met het recent onstane vakgebied klimaatpsychologie wordt geprobeerd deze barrières bloot te leggen en te kijken hoe ze overwonnen kunnen worden.

Per Espen Stoknes
Het boek What we think about (when we try not to think about) global warming van de Noorse psycholoog Per Espen Stoknes staat centraal in de klimaatpsychologie en laat tal van obstakels zien die ons ervan weerhouden te verduurzamen. Klimaatpsycholoog Manu Busschots brengt deze wetenschap in de praktijk door KlimaatGesprekken te voeren met bezorgde burgers. Busschots: “Wij denken niet dat Shell of Trump de grootste vijand is van het klimaat, maar ons eigen ongemak, de kloof tussen ons hart en ons handelen.”

Een innerlijk conflict
Waarom komen we niet in actie, terwijl zoveel wetenschappers het eens zijn over klimaatverandering? Stoknes legt uit waarom we zo passief zijn: “Het enerzijds weten dat er iets aan de hand is, maar er niks aan (kunnen) doen leidt tot een innerlijk conflict, ook wel cognitieve dissonantie genoemd. Dit effect treedt op wanneer gedrag, emotie en cognitie (kennis) niet op één lijn liggen, en is een van de belangrijkste redenen dat veel mensen klimaatverandering negeren, bagatelliseren, of ontkennen.”

“Het ontkennen van klimaatverandering komt niet voort uit domheid, maar is een zelfverdedigingsmechanisme”

We stoten allemaal CO2 uit bij diverse bezigheden (gedrag). We weten dat CO2 klimaatverandering veroorzaakt (kennis). Dit besef is oncomfortabel, want niemand wil doelbewust de aarde kapotmaken (emotie). Als schone alternatieven echter moeilijk te vinden zijn, verandert ons gedrag niet en blijven we in deze spagaat, tenzij we ons denken aanpassen aan onze acties. Stoknes: “We proberen bijvoorbeeld ons schuldgevoel te verminderen door te zeggen dat onze voetafdruk wel meevalt, vergeleken met die van de VS of China, of van fossiele brandstofbedrijven. Of we gaan twijfelen aan de feiten: ‘Vorige week heeft het nog gesneeuwd. Zo hard gaat het toch niet met die opwarming?’ Of je installeert LED-lampen in je huis om vervolgens met een schoon geweten in het vliegtuig te stappen voor een vakantie in Thailand. Of, de meest extreme vorm, je gelooft niet dat er überhaupt zoiets is als klimaatverandering of dat mensen het veroorzaken.” Deze ontkenning komt niet voort uit domheid, maar is een zelfverdedigingsmechanisme tegen het innerlijk conflict dat anders op zou treden. En eerlijk is eerlijk, kijkend naar de drogredenen hierboven zijn we allemaal een beetje klimaatontkenner. Busschots becijfert: “Onderzoek uit 2016 laat zien dat 74% van de Nederlanders zich zorgen maakt over het klimaat. De groep die daadwerkelijk actie onderneemt is alleen veel kleiner dan dat.” Kijkend naar hoe de Nederlandse bevolking staat ten opzichte van het klimaat, is de verdeling als volgt:

Verdeling van de Nederlandse bevolking op betrokkenheid bij klimaatverandering. Cijfers afkomstig van Motivaction (2015).

De ‘voorlopers’ zijn mensen die zich zorgen maken en hun zorgen omzetten in actieve verduurzaming. Stoknes: “Zij hebben weinig cognitieve dissonantie meer omdat hun acties zijn aangepast aan hun houding. Ook bij uitgesproken klimaatontkenners zitten de drie componenten weer op één lijn: omdat ze niet geloven in klimaatverandering, maken ze zich ook geen zorgen over hun gedrag. De overige groepen hebben in meer of mindere mate last (gehad) van cognitieve dissonantie en schuiven het klimaat daarom liever snel terzijde. Om een grootschalige omslag te maken naar een duurzame samenleving is het van belang de cognitieve dissonantie op te lossen en deze grote tussengroep te activeren.” De groep die zich nu veel zorgen maakt over het klimaat, heeft vaak morele motieven, zoals ‘we moeten de natuurlijke schoonheid beschermen’. Bij andere groepen slaat dit argument minder aan, en zelfs bij de meest ‘groene’ groepen leiden deze morele motieven tot minder concrete actie dan andere argumenten kunnen doen. De psychologie is er als geen ander van op de hoogte wat mensen drijft of juist tegenhoudt. Juist die andere motieven kunnen goed van pas komen bij verduurzaming.

Het spaghettiprobleem – hoe lossen we het op?
Klimaatverandering is angstaanjagend, waardoor we liever onze kop in het zand steken. Het is afstandelijk (de effecten zijn niet direct en ook (nog) niet in onze directe omgeving zichtbaar). Dat vergroot ook meteen de onzekerheid over hoe serieus het probleem is en hoe hard we moeten optreden. De oplossingen die worden geboden zijn veelal opofferingen (minder vliegen, minder vlees eten, minder spullen kopen). En als we al optreden, is het ook nog eens duur. Busschots: “Er zijn talloze redenen te noemen waarom we het klimaat zien als een onoplosbaar probleem en er niet effectief genoeg tegen optreden. Zie het als spaghetti: als we de kluwen aan redenen kunnen ontwarren, zijn deze problemen stuk voor stuk goed aan te pakken.” Een belangrijke reden dat we het klimaat als een onoplosbaar probleem zien, komt door hoe het wordt gecommuniceerd. Stoknes: “80% van de nieuwsberichten over het klimaat beschrijft onheilspellende gebeurtenissen zoals natuurrampen. Dat roept angst en verlamming op en leidt tot hopeloosheid of ontkenning, omdat het voelt alsof we er niks meer aan kunnen doen. Slechts 2% van het nieuws gaat op een positieve manier in op het klimaat en beschrijft mogelijkheden en kansen.” Als we op een andere manier over het klimaat zouden communiceren, is het veel gemakkelijker en logischer om actie te ondernemen. De voorbeelden hieronder zijn slechts een greep uit de enorme hoeveelheid verbeteringen die Stoknes voorstelt in zijn boek. Talloze bedrijven en instanties hebben het potentieel van klimaatpsychologie namelijk ook ontdekt en passen het nu toe.

Word jij duurzamer van deze grafiek? Zo moet klimaatverandering dus niet gecommuniceerd worden. Bron: IPCC 2007.

Verbeter de communicatie
Wetenschappers en ook de media zouden veel duidelijker kunnen communiceren over klimaatverandering. Omdat het klimaat zo moeilijk te begrijpen is, zien we het niet als concrete vijand en vechten we niet hard terug. Een grafiek zoals hiernaast levert geen demonstraties op voor minder uitstoot; het kost simpelweg teveel moeite om te analyseren wat deze data nou eigenlijk betekenen. Het is belangrijk om met concrete voorbeelden uit te leggen wat er aan het gebeuren is, zodat de afstandelijkheid en abstractie van het onderwerp verkleind worden.
Ook berichten als ‘koudste januari ooit gemeten’, gevolgd door ‘warmste 23 februari in 100 jaar’ leveren verwarring op. Wordt het nou warmer of kouder? Het moet duidelijker worden hoe deze verschijnselen in het grote plaatje passen. Ook moet inzichtelijk worden wat dat voor ons betekent. Zo is duurzaamheid in China pas op de agenda gekomen toen smog een groot probleem werd. Het KNMI heeft dit communicatieprobleem inmiddels goed begrepen en legt duidelijk uit hoeveel de zeespiegel gaat stijgen en wat dat voor consequenties heeft. Ook zal de opwarming ertoe leiden dat bijvoorbeeld de kans op een Elfstedentocht in de toekomst nog maar 0.2% per jaar is, tegenover 15% nu. Het betrekken van gewone burgers bij onderzoek maakt het ook beter invoelbaar wat er gebeurt. Je kunt echt iets bijdragen een voelt je ook meer betrokken wanneer blijkt dat er iets moet veranderen.

Gedrag en emotie
Met meer feiten kan de onzekerheid worden verminderd en kennis bijgespijkerd, maar het probleem is eerder dat we teveel dan te weinig feiten op ons bord hebben gekregen de afgelopen jaren. Grafieken met ingewikkelde voorspellingen hebben ons niet veel wijzer gemaakt. Bij het oplossen van de cognitieve dissonantie is onze cognitie dan ook meer dan genoeg gevoerd. Laten we kijken hoe de andere twee componenten, gedrag en emotie, bereikt kunnen worden.

Uitgehongerde ijsberen: de eerste poging om in te spelen op de emotie. Dit beeld kennen we allemaal, maar het heeft niet tot de gewenste actie geleid omdat het zich richt op schuldgevoelens in plaats van hoop. Afbeelding: Andreas Weith (via Wikimedia Commons).

Maak het makkelijker
Je zou denken dat de meest effectieve verduurzaming komt door klimaateisen van de overheid. Dwang roept echter weerstand op en zorgt niet bepaald voor meer draagvlak in de samenleving. Het andere uiterste, alle verantwoordelijkheid bij het individu leggen, is net zo min effectief. Het is erg moeilijk om op eigen houtje structurele veranderingen aan te moeten brengen in je leven. Stoknes: “Wat wél goed werkt, is een tussenvorm: nudging. Hierbij wordt de gewenste keuze (de meest gezonde of in dit geval de meest duurzame) aantrekkelijker gemaakt of zelfs de standaard. Er is nog steeds een keuze; het wordt alleen een actieve beslissing om voor het minder duurzame alternatief te kiezen.” Stoknes haalt talloze onderzoeken aan die hebben het nut van nudging tonen. Zo gebruiken bedrijven die de standaard printerinstelling veranderen van enkelzijdig naar dubbelzijdig printen 15% minder papier omdat de meerderheid niet de moeite neemt zelf de printerinstelling te veranderen. Wanneer alle Amerikaanse bedrijven deze instelling zouden hebben, bespaart dat jaarlijks net zoveel CO2 als 150.000 stilstaande auto’s. Een ander onderzoek komt uit Engeland, waar een subsidie voor dakisolatie maar weinig succesvol was. De drempel is duidelijk: om je dak te isoleren, moet eerst de hele zolder worden leeggeruimd – nogal een grote klus. Toen als experiment bij de subsidie een verhuisservice werd aangeboden die de zolder leegruimde (tegen een meerprijs), vervijfvoudigde het aantal mensen dat hun dak isoleerde.

Een vegetarische maaltijd nuttigen we sneller als de vleesgerechten niet op de kaart staan en we daarvoor een ober aan moeten schieten.

Een ander experiment: wanneer een menukaart vlees en vis aanbiedt, en op aanvraag ook een vegetarisch gerecht (zoals nu vaak de standaard is), kiest de meerderheid voor het vleesgerecht – de minst duurzame keuze. Wanneer de kaart echter alleen het vis- en het vegetarische menu toont, en de opmerking dat er op verzoek ook een vleesgerecht kan worden besteld, daalt het aantal vleeseters drastisch. Gedrag is dus aan te pakken, maar met dit soort duwtjes in de rug alleen redden we het niet. Bovendien is het maar de vraag of mensen hun duurzaamheid door blijven zetten als de prikkel ophoudt. Een verandering in denkwijze is dus van belang om blijvend te verduurzamen.

Van opoffering naar nieuwe kansen
Ook wat betreft de geboden oplossingen is de plank misgeslagen, aldus Stoknes. Van minder autorijden, tot minder shoppen, tot minder barbecuen: de oplossingen die worden genoemd voor het klimaatprobleem zijn stuk voor stuk opofferingen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel mensen het niet zien zitten om te verduurzamen. Stoknes: “Met een beetje omdenken kan deze boodschap heel anders worden gebracht: als een elektrische auto harder kan optrekken dan zijn benzine-neefje, of als het fietsen naar je werk je slanker en fitter maakt, voelt dat beter aan dan ‘minder auto mogen rijden’. En mooie kwalitatieve spullen kopen die lang mee gaan – in plaats van prullen die het maar kort volhouden – is ook minder bedreigend dan ‘minder mogen shoppen’. Klimaatverandering biedt namelijk ook kansen; niet alleen op sterkere beenspieren en een snellere auto, maar ook op efficiëntere productie, minder energieverspilling en daarmee meer winst.” Bovendien komen er talloze banen beschikbaar in de duurzame sector: in Amerika werkt nu 1 op de 50 mensen in de zonnepanelensector. Meer focus op de kansen maakt verduurzaming aantrekkelijker omdat het een verbetering is.

Een stoere elektrische auto. Wie wil die nu niet?

DUURzaamheid
Een Tesla Model S kost een ton. Een energiezuinige wasmachine of koelkast is veel duurder dan een energieslurpende. Zonnepanelen? De laatste jaren veel goedkoper geworden, maar alsnog kosten ze wel enkele duizenden euro’s. Het is nogal een stap om zoveel te investeren, want geld uitgeven of verliezen, daar houden we niet van. Sterker nog, volgens Stokes weegt het geluksgevoel bij het krijgen van 100 euro niet op tegen het nare gevoel van het verliezen van 100 euro. We voelen verliezen veel sterker dan winsten. Als we ons dus meer focussen op de winsten, wordt duurzaamheid een stuk aantrekkelijker. Een elektrische auto mag dan in aanschaf duurder zijn dan een benzineauto; als je berekent hoeveel je bespaart op benzine en onderhoud, loopt dat verschil snel terug. Wanneer een autodealer in grote letters de totale besparing neerzet (ondanks de duurdere aanschaf), is de kans groot dat er meer elektrische auto’s verkocht worden. Stoknes: “Hetzelfde principe heeft al gewerkt voor de verkoop van energiezuinige wasmachines en als je het toe zou passen voor álle huishoudelijke apparaten wereldwijd bespaart dat net zoveel energie als 2 miljoen (benzine)auto’s van de weg halen.”
De zonnepanelensector heeft het inmiddels ook begrepen: hun reclame richt zich tegenwoordig op hoeveel je bespaart op je energierekening en binnen hoeveel tijd je het aankoopbedrag terug hebt verdiend. Daarna gaan de zonnepanelen namelijk nog jarenlang mee: jaren waarin je winst maakt!
Er zijn zelfs bedrijven die nog verder gaan en duurzame maatregelen aanbieden zonder aanschafkosten. Denk bijvoorbeeld aan het huren van zonnepanelen. Je betaalt dan een maandelijks bedrag dat gelijk is of zelfs lager dan wat je voorheen kwijt was aan je elektriciteitsrekening. Omdat je energierekening zoveel lager wordt, dekt dit de kosten van de duurzame maatregelen.

De verwarming een graadje lager: een van de meest gegeven besparingsadviezen.

Doe het samen
Van LED-lampen installeren tot de verwarming een graadje lager: de meeste adviezen over duurzaamheid richten zich op wat het individu kan doen. Niet alleen legt dat een gigantische verantwoordelijkheid neer bij het individu, we zijn ook een sociale diersoort en laten ons gedrag sterk beïnvloeden door onze omgeving. Stoknes: “Iemands sociale omgeving is de beste voorspeller van betrokkenheid bij het klimaat en bijbehorend duurzaam gedrag: scheidt de hele straat zijn afval, dan is de kans veel groter dat jij het ook doet. Dit effect is nog vele malen sterker dan het morele aspect of het geven van financiële prikkels om duurzaamheid aan te moedigen.”
Allerlei experimenten hebben dit sociale effect bevestigd. “Wanneer er in een hotelkamer een bordje staat dat vraagt om handdoeken niet standaard te laten wassen in verband met de CO2-uitstoot, dan bewaart slechts een minderheid van de mensen zijn handdoek. Zet je in plaats hiervan neer dat ‘van de vorige gasten op deze kamer 75% zijn handdoek bewaarde’, dan voelen veel meer mensen zich geroepen hieraan mee te doen: het aantal bewaarde handdoeken stijgt met 30%.”
Er zijn inmiddels talloze apps waarop je je energieverbruik kunt bijhouden en kunt vergelijken met het energieverbruik van anderen, wat tot competitie en sterke energievermindering kan leiden. Ook steden gaan onderling de competitie aan en jagen daarmee het landelijke duurzaamheidsbeleid van onderaf aan. Competitie moet geen doel op zich zijn. Als je samenwerkt aan een schonere wereld en je gesteund voelt omdat anderen dat ook doen, werkt dat heel stimulerend. Het klimaatakkoord van Parijs, waarin regeringen wereldwijd toezeggen samen te werken, is waarschijnlijk de grootste doorbraak op dit gebied tot nu toe, alleen al vanwege de hoop die het heeft gecreëerd.

“Aanmanende teksten als ‘83% van de mensen scheidt zijn afval niet!’ hebben een averechts effect”

Stoknes: “Deze sociale invloed werkt echter ook de andere kant op. Het stille vermoeden dat anderen zich minder druk maken om het klimaat dan wijzelf, leidt tot minder duurzaam gedrag. Ook aanmanende teksten als ‘83% van de mensen scheidt zijn afval niet!’ hebben een averechts effect: als blijkbaar niemand het doet, hoef ik de moeite ook niet te nemen.” Het is dus belangrijk om de stilte te doorbreken, zelfs als klimaatverandering voelt als een taboeonderwerp. Dat is precies waar klimaatpsycholoog Busschots zich op richt: “De meerderheid van de bevolking maakt zich zorgen. We weten het alleen niet van elkaar.” Door met je omgeving te praten over je zorgen over het klimaat en hoe je graag zou willen dat de wereld eruit zou zien – zonder in een belerende discussie te vervallen – kan je als burger misschien nog wel de meeste klimaatwinst boeken.

Alternatieve, duurzame energiebronnen: wind en zon.

Klimaatpsychologie in de praktijk
In Engeland heeft de stichting Carbon Conversations gesprekken over het klimaat naar een hoger niveau getild. De duizenden (oud-)deelnemers zijn enthousiast en hebben bovenal veel energie bespaard. Oprichtster Rosemary Randall vertelt er in een interview het volgende over: “Als je de consequenties van klimaatverandering diep tot je laat doordringen is het probleem hartverscheurend. We hebben in ons leven zelfverdedigingsmechanismen ontwikkeld om te kunnen blijven functioneren in emotioneel moeilijke tijden, maar bij klimaatverandering weerhoudt deze verdediging ons ervan de urgentie van het probleem toe te laten, waardoor we het niet oplossen en met een schuldgevoel blijven rondlopen. Psychotherapie helpt ons om moeilijke emoties toe te laten en daar beter mee om te gaan. Deze inzichten passen we toe bij Carbon Conversations. Dat helpt bovendien om rustig over de beste oplossingen na te kunnen denken. Er wordt een veilige plek gecreëerd waar deelnemers zich kunnen uitspreken zonder te worden veroordeeld. Daar blijkt veel behoefte aan te zijn.”

“Het idee om klimaatverandering met psychologie aan te pakken, slaat aan”

Nederlandse variant
Vorig jaar heeft Busschots Carbon Conversations in Nederland geïntroduceerd, onder de naam KlimaatGesprekken. Busschots: “Als je de passieve houding met bewezen effectieve klimaatpsychologie te lijf gaat, dan ontstaat er iets fantastisch: op de workshops wordt een hoop lol gemaakt en er ontstaan soms nieuwe vriendschappen. En deelnemers verminderen hun klimaatimpact met gemiddeld 20%, terwijl er soms mensen aan meedoen die al heel bewust leven.” In tegenstelling tot andere methodes zakken de besparingen niet in na deze workshops. Onderzoek van de Universiteit van Southampton heeft aangetoond dat mensen drie jaar later vaak zelfs nog meer zijn gaan doen. Dat zou kunnen komen omdat bij KlimaatGesprekken de kern van het psychologische probleem, de botsing van gedrag, emotie en cognitie, wordt aangepakt. Busschots: “Je gaat op zoek naar maatregelen (gedrag) die bij jou passen: qua waarden en wensen (emotie), maar ook praktisch, zoals budget en tijd.” Het idee om klimaatverandering met psychologie aan te pakken, slaat in ieder geval aan: “We zijn nu één jaar bezig in Nederland. Tientallen groepscoaches hebben zich gemeld om groepen te begeleiden en we krijgen nu wekelijks aanmeldingen binnen van mensen die mee willen doen. Ook mochten we bijdragen aan een lezing met prinses Irene.”

Geldbesparing en nudges kunnen het klimaatprobleem niet oplossen. Ze kunnen ons wel over de streep trekken om meer actie te ondernemen. Het belangrijkste is dat we ons van de cognitieve dissonantie bewust worden en kijken wat we eraan kunnen doen. Om ons gedrag aan te passen, moet eerst duidelijk zijn dat er hoop is en dat verduurzaming niet moeilijk hoeft te zijn. Met een beetje creatief denken kan je als autoverkoper, wetenschapper of gewoon als gesprekspartner al bijdragen. Toch blijft het ook belangrijk om de urgentie van het probleem niet uit het oog te verliezen met over-optimistische berichtgeving. De volgende stap is voor iedereen persoonlijk: leef je eenmaal duurzamer, dan is het gemakkelijker om klimaatverandering toe te laten in je gedachten en te bedenken of er nog meer is dat je wilt doen. De ene keer zie je de strijd positief in, de volgende dag lijkt het hopeloos. Klimaatverandering is een gigantische uitdaging en de strijd ertegen gaat nog wel even duren. Laten we het onderwerp dan vooral bespreekbaar maken.

Anouk Schuren (1990) heeft Biomedische Wetenschappen gestudeerd aan de Universiteit Utrecht en doet momenteel promotieonderzoek bij het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Zij hoopt haar wetenschappelijke kennis te kunnen gebruiken om onderwerpen over biologie, medische wetenschap en duurzaamheid toegankelijk te maken voor een breed publiek.