Een kleine krater in de diepe South Pole-Aitken basin vertelt mogelijk meer over het verleden van de maan. Dit zeggen astronomen aan de hand van data van de Chandrayaan-1 ruimtesonde. De Apollo-krater bevindt zich nog dieper in de korst van de maan, waardoor wetenschappers meer hopen te leren over de ontstaansgeschiedenis en de compositie van onze natuurlijke satelliet.

Kort nadat de maan ontstond, werd de zuidelijke hemelhelft getroffen door een grote asteroïde. Hierdoor ontstond het South Pole-Aitken basin, een enorme krater met een diameter van 2.500 kilometer en een diepte van ruim acht kilometer. Na deze inslag bleven asteroïden het maanoppervlak bekogelen. Een ruimteobject maakte zo een nog groter gat in het South Pole-Aitken basin. Het resultaat: de Apollo-krater.

“Het is alsof u een kijkje neemt in de kelder en een nog groter gat graaft”, vertelt Noah Petro van NASA’s Goddard Space Flight Center.

Wetenschappers hopen in de toekomst nog meer te leren over de Apollo-krater en het South Pole-Aitken basin. Petro: “De twee landschapskenmerken zijn een soort raam, waardoor we naar de vroege geschiedenis van de maan kunnen kijken. En de maan geeft ons een beeld van de gewelddadige jeugd van de aarde.”

De aarde kreeg in haar jeugd ook te maken met veel inslaande asteroïden. Echter zijn de meeste kraters op aarde allang verdwenen door platentektoniek, wind en regen.