Wetenschappers hebben met behulp van NASA’s Spitzer-telescoop de grootste moleculen ooit in de ruimte aangetroffen. De moleculen – bolvormige fullerenen of buckyballs genaamd – bevonden zich in een wolk van interstellair gas rondom een verre ster.

“Ze (de moleculen, red.) vibreren op verschillende manieren en daardoor reageren ze op hele specifieke golflengtes met infrarood licht,” vertelt onderzoeker Jan Cami. Zodra de Spitzer-telescoop de moleculen op deze golflengtes detecteerde, wist Cami direct dat hij met de grootste moleculen in de ruimte te doen had.

Ster
Het signaal kwam van een ster in het zuidelijke deel van het sterrenbeeld Altaar. Deze ster bevindt zich op een afstand van zo’n 6500 lichtjaren.

Niet verrassend
Volgens Cami is de ontdekking van deze grote moleculen in de ruimte niet heel verrassend. “Veel wetenschappers verwachtten dat ze in de ruimte zouden bestaan, omdat deze moleculen één van de meest stabiele en duurzame materialen zijn. Dus zodra deze zich in de ruimte gevormd hebben, zijn ze moeilijk te vernielen.” De ontdekking mag dan niet al te verrassend zijn; Cami is er niet minder blij mee. “Dit is duidelijk bewijs van het bestaan van een geheel nieuwe klasse moleculen.”

Nader onderzoek
De wetenschappers willen in de toekomst achterhalen of een deel van het koolstof in de ruimte wellicht in deze moleculen zit opgeslagen. Ook willen ze de eigenschappen van de buckyballs gebruiken om de processen in de ruimte beter te bestuderen. Wellicht kunnen ze met behulp van deze grote moleculen bepaalde chemische stoffen die al in interstellair gas zijn ontdekt, maar niet thuis kunnen worden gebracht, beter begrijpen.

Toeval
De buckyballs werden zo’n 25 jaar geleden op aarde ontdekt toen ze geheel toevallig in een laboratorium vervaardigd werden. “De experimenten waren bedoeld om lange koolstofkettingen te maken en toen kwam er iets onverwachts uit: deze voetbalachtige moleculen die er heel raar uitzien. En nu blijkt dat de omstandigheden die toen expres in het laboratorium werden gecreëerd ook in de ruimte voorkomen.”

“Het is heel mooi dat de moleculen zich voor ons verborgen hebben gehouden en dat dit experiment nodig was om ze te ontdekken,” vindt Harry Kroto, één van de mannen die de buckyballs zo’n 25 jaar geleden ontdekte. Hij benadrukt dat deze ontdekking absoluut geen ver-van-mijn-bed-show is. “Al het koolstof in ons lichaam komt voort uit sterrenstof. Dus ooit heeft dat koolstof wellicht in de vorm van buckyballs bestaan.”

De buckyballs bestaan uit zestig koolstofatomen die samen een driedimensionale bol vormen. De atomen zijn in deze bol middels vijf- en zeshoekige vormen met elkaar verbonden.