In de grot liggen honderden objecten die meer dan 1000 jaar geleden door de Maya’s voor rituele doeleinden werden gebruikt.

De grot – ook wel Balamkú genoemd, wat zoveel betekent als ‘grot van de jaguargod’ – bevindt zich op zo’n 2,7 kilometer afstand van El Castillo of de Piramide van Kukulcan in Chichén Itzá. De grot werd al in 1966 ontdekt, maar nu pas hebben onderzoekers gedocumenteerd wat er allemaal in de grot te vinden is. En dat blijkt een hoop te zijn: er zijn inmiddels honderden objecten aangetroffen die door de Maya’s tijdens rituelen werden gebruikt.

Wierookvaten
Zo hebben archeologen zo’n 200 wierookvaten teruggevonden. De meeste ervan zijn versierd met een beeltenis van de Mayagod van regen: Chaac. Daarnaast zijn er veel vaten aangetroffen met daarin nog de resten van voedsel, zaden, schelpen en botten. Op sommige objecten hadden zich stalagmieten gevormd, wat volgens de onderzoekers laat zien dat deze grot sinds de activiteiten van de Maya’s niet meer is betreden. Het maakt de ontdekking extra waardevol. “De grot zal het verhaal van Chichén Itzá in Yucatan helpen herschrijven,” stelt onderzoeker Guillermo de Anda.


In de grot zijn ook kapotte wierookvaten teruggevonden. Het lijkt erop dat ze met opzet vernield zijn. Dat kan onderdeel geweest zijn van een ritueel. Een andere mogelijkheid is dat men de grot zo ‘ontheiligde’ in de periode dat Chichén Itzá in verval raakte. Afbeelding: Karla Ortega, Proyecto Gran Acuífero Maya.

Onderwereld
Over de functie van deze grot zijn de onderzoekers het eens: de Maya’s moeten deze als een heilige plek hebben beschouwd en er voornamelijk allerlei rituelen hebben uitgevoerd. Die conclusie trekken de onderzoekers onder meer op basis van het feit dat de grot niet zo gemakkelijk toegankelijk is. Het moet de Maya’s dan ook behoorlijk wat moeite hebben gekost om al de gevonden objecten in de grot te krijgen. Maar waarschijnlijk hadden ze er een goede reden voor. Rond de periode 800-1000 na Christus had het gebied te maken met een ongebruikelijke droogte die de bewoners dwong tot smeekbedes richting de goden. En die goden hielden zich op in de onderwereld: reden voor de Maya’s om ook ondergronds te gaan en daar hun rituelen uit te voeren.

Het onderzoek naar de grot gaat door. De onderzoekers sluiten zeker niet uit dat ze er nog veel meer gaan ontdekken. Zo zijn er tot op heden geen menselijke resten teruggevonden, maar het is goed mogelijk dat die wel – onder modder en sedimenten – in de grot te vinden zijn.