Smeltende, grote ijsbergen laten al dobberend een honderden kilometers lang spoor van fytoplankton achter en helpen zo de opwarming van de aarde te bestrijden.

Wetenschappers bestudeerden 175 satellietbeelden van de Zuidelijke Oceaan, waar grote ijsbergen voorkomen. Bij grote ijsbergen moet je denken aan ijsbergen die minstens achttien kilometer lang zijn. De onderzoekers keken vooral naar de kleur van de oceaan. Die kleur wordt namelijk mede bepaald door de activiteit van fytoplankton aan het wateroppervlak. Fytoplankton zijn microscopisch kleine organismen die CO2 absorberen.

Fytoplankton
Uit het onderzoek blijkt dat fytoplankton prima gedijt in de nabijheid van een ijsberg. Dat is niet heel verrassend. Smeltwater afkomstig van de ijsberg bevat namelijk diverse voedingsstoffen (waaronder ijzer) waar fytoplankton prima mee uit de voeten kan. Wat wel verrassend is, is dat fytoplankton nog lang nadat de ijsberg alweer weg is gedobberd floreert. Zeker een maand nadat de ijsberg bepaalde wateren verlaten heeft, floreert het fytoplankton er nog steeds. Het fytoplankton-spoor dat een ijsberg op deze manier achterlaat, is dan ook soms honderden kilometers lang. En fytoplankton absorbeert CO2 en zorgt ervoor dat het diep in de Zuidelijke Oceaan wordt opgeslagen.

Koolstofcyclus
Het laat zien dat grote ijsbergen een grote invloed hebben op de koolstofcyclus in de Zuidelijke Oceaan, zo schrijven de onderzoekers in hun paper. Naar schatting is smeltwater afkomstig van de ijsbergen verantwoordelijk voor zo’n 20 procent van de koolstof die in de diepten van de Zuidelijke Oceaan wordt opgeslagen.

Eerder dachten onderzoekers dat smeltende ijsbergen niet zo’n invloed uitoefenden op de koolstofcyclus. Nu weten we dat het anders zit. En dat is belangrijk. Naar verwachting zullen de komende eeuw namelijk alleen maar meer grote ijsbergen ontstaan: ze breken los van de gletsjers waar ze deel van uitmaken en kiezen het ruime sop. “Als het afkalven van grote ijsbergen deze eeuw daadwerkelijk vaker plaatsvindt, dan kan het effect dat zij hebben op de koolstofcyclus wel eens van groter belang zijn dan we eerder dachten,” benadrukt onderzoeker Grant Bigg.