supernova

Wetenschappers hebben berekend hoe groot de kans is dat we er binnen vijftig jaar met telescopen getuige van kunnen zijn dat een ster in onze Melkweg explodeert. En die kans is bijna 100 procent. Helaas is de kans dat we dat vanaf de aarde met het blote oog kunnen zien, een stukje kleiner.

Mensen die niet beschikken over een superkrachtige, infrarood telescoop hebben en het met hun blote oog moeten doen, hebben slechts twintig procent kans om ergens in de komende vijftig jaar een supernova te zien. Dat stellen onderzoekers van de universiteit van Ohio.

Primeur
Wetenschappers die wel beschikken over een infrarood telescoop hebben betere kansen. De kans dat zij de komende vijftig jaar een supernova gaan zien, is bijna honderd procent. Het onderzoek suggereert dat er een primeur aan zit te komen. Wetenschappers zouden wel eens voor het eerst getuige kunnen zijn van de gehele ondergang van een ster, in plaats van alleen de ontploffing. Een ster wordt een supernova op het moment dat deze door zijn nucleaire brandstof heen is en de kern instort. Daarna explodeert de ster, waarbij deze het grootste deel van zijn massa de ruimte in slingert. “We zien al die sterren in andere sterrenstelsels supernova’s worden en we begrijpen niet goed hoe dat werkt,” stelt onderzoeker Christopher Kochanek. “We denken dat we het weten, we zeggen dat we het weten, maar dat is niet honderd procent waar. De technologieën van vandaag de dag hebben een punt bereikt waarop we enorm veel meer over supernova’s kunnen leren als we de volgende supernova in ons sterrenstelsel kunnen opsporen en met al onze beschikbare instrumenten kunnen bestuderen.”

1604

Voor zover bekend namen mensen in 1604 voor de laatste keer een supernova met het blote oog waar. De kans dat dat scenario zich de komende vijftig jaar herhaalt, is ergens tussen de twintig en vijftig procent, afhankelijk van uw locatie op aarde. Zo hebben mensen op het zuidelijk halfrond – met een beter zicht op de nachthemel – een grotere kans om een supernova te zien dan mensen op het noordelijk halfrond.

Neutrinodetectoren
“Elke paar dagen hebben we de kans om een supernova buiten ons sterrenstelsel te zien ontstaan,” voegt onderzoeker Scott Adams toe. “Maar je kunt daar maar beperkt iets van leren, terwijl een supernova in ons eigen sterrenstelsel ons zoveel meer kan laten zien. Onze neutrinodetectoren en detectoren die zwaartekrachtsgolven opmerken zijn slechts gevoelig genoeg om metingen in ons eigen sterrenstelsel te verrichten en daar vindt slechts één of twee keer per eeuw een supernova plaats. Hoewel het heel gemakkelijk is om buiten ons sterrenstelsel supernova’s op te sporen, was voorheen niet duidelijk dat het mogelijk zou zijn om heel complete observaties van een supernova in ons eigen sterrenstelsel te verkrijgen.” Maar dit nieuwe onderzoek toont aan dat het mogelijk is.

In een ideale situatie zouden neutrinodetectoren de eerste signalen van een supernova opvangen. Vervolgens zou de richting van waaruit de deeltjes komen, kunnen worden vastgesteld. Waarna infrarooddetectoren de exacte locatie kunnen aanwijzen. Astronomen kunnen dan de ster nog voordat deze helderder wordt, bestuderen. “Met slechts één of twee supernova’s per eeuw is de kans op een supernova in de Melkweg klein, maar het zou een tragedie zijn als we de volgende missen,” stelt Adams. Dit nieuwe onderzoek moet dat voorkomen.