Haaien ruiken alles in stereo. Wanneer een geur de neusgaten van de haai binnendrijft, weet hij precies in welk neusgat de geur het eerste binnenkwam. En daardoor weet hij ook welke kant hij op moet; de geur is het dichtst bij het neusgat dat de geur het eerste oppakte. Dat blijkt uit onderzoek.

In experimenten lieten wetenschappers haaien een geur opvangen. Wanneer deze geur zowel het linker als het rechter neusgat tegelijkertijd bereikte, koos de haai onwillekeurig zijn route. Maar wanneer het ene neusgat de geur minstens een halve seconde eerder opmerkte, volgde de haai de richting van dat neusgat.

En dat is gloednieuwe informatie. Onderzoekers namen namelijk aan dat haaien altijd de sterkste geur volgden. Dus als het rechter neusgat een sterkere geur opmerkte dan werd die route gevolgd. Dat blijkt nu onjuist. De haaien baseren hun route op de tijd die het kost om een geur op te merken.

Hamerhaai. De neusgaten bevinden zich op het breedste deel van de kop. Foto: Suneko

En dat verklaart een hoop. Zo hebben onderzoekers zich lang afgevraagd waarom hamerhaaien zo’n rare kop hebben. Hun neusgaten bevinden zich extreem ver van elkaar, maar toch ruiken ze geuren niet beter dan andere haaiensoorten.

Met dit onderzoek in het achterhoofd is het aannemelijk dat de hamerhaai door de grote afstand tussen de neusgaten gemakkelijker kan vaststellen welk neusgat de geur het eerste opving. Want hoe groter de afstand tussen de neusgaten, des te langer het duurt voordat een geur van het ene neusgat naar de andere is ‘gereisd’. Zo kan de haai de verschillen dus gemakkelijker opmerken.

De onderzoeksresultaten kunnen onder meer bijdragen aan betere robots voor onder de zeespiegel. Door deze uit te rusten met deze ‘stereoneus’ kan de robot wellicht meer opmerken en ontdekken.