Een studie wijst erop dat de dinosaurussen last hadden van een aandoening die vergelijkbaar is met de menselijke vorm van artritis.

De onderzoekers bestudeerden de kaken van de Pliosaurus. Dit reptiel leefde zo’n 150 miljoen jaar geleden in zee. Het hoofd van het reptiel lijkt op dat van een krokodil. De kaken zijn sterk en de tanden zijn tot wel 20 centimeter lang. Het lijf lijkt weer meer op dat van een walvis. Met behulp van vier vinnen bewoog de acht meter lange Pliosaurus zich voort.

Scheef
De onderzoekers bestudeerden de kaak van de Pliosaurus en ontdekten al snel dat deze er niet zo heel goed aan toe was. Het gewricht in het linkerdeel van de kaak was aangetast en zorgde ervoor dat de kaak iets scheef stond. De aandoening lijkt sterk op artritis.

WIST U DAT…

…de winderige dinosaurus het klimaat kan hebben veranderd?

Ouderdom
Waarschijnlijk kreeg de Pliosaurus er door ouderdom mee te maken. Alles wijst er namelijk op dat het dier een wat ouder vrouwtje was. “Op dezelfde manier als oudere mensen artritis in hun heupen ontwikkelden, ontwikkelde deze oude dame een kaak met artritis,” stelt onderzoeker Judyth Sassoon.

Dood
De artritis-achtige aandoening had natuurlijk invloed op het leven van de Pliosaurus. Maar het werd niet direct haar dood. Op het bot van de onderste kaak zijn sporen aangetroffen. Die sporen laten zien waar de tanden van de bovenste kaak tijdens het eten de onderste kaak raakten. Blijkbaar heeft het vrouwtje nog lange tijd met de scheve kaak geleefd. Maar uiteindelijk brak de artritis haar waarschijnlijk toch op, zo is binnenkort in het blad Palaeontology te lezen. “Een nooit genezen breuk in de kaak wijst erop dat de kaak zwakker werd en uiteindelijk brak. Met een gebroken kaak kon de Pliosaurus niet eten en dat leidde waarschijnlijk tot haar ondergang.”

De vondst is heel bijzonder. Het is namelijk voor het eerst dat zo’n aandoening bij reptielen uit het Jura wordt aangetroffen. En het is niet ondenkbaar dat ook andere reptielen, waaronder dinosaurussen, aan een soort artritis leden. Wellicht vinden wetenschappers daar in de toekomst nog overtuigend bewijs voor.