Op 5 augustus ging iedereen er nog vanuit dat de 33 vermiste Chileense mijnwerkers gestorven waren. Maar op 22 augustus lieten ze opeens van zich horen. Ze leven nog, maar zitten vast onder de grond. Een penibele situatie die – zoals het er nu naar uitziet – nog tot kerst gaat duren. Maar kunnen de mannen het zolang uitzingen?

Geen familie. Geen vrienden. En bovenal: geen licht. Provisorisch voedsel. En spanning. Veel stress ook. Het is de Chileense situatie in een notendop. Hoe overleeft een mens dat?

Steun
“Wat nu misschien wel het belangrijkste is, is dat de familie hen (de mijnwerkers, red.) steunt,” meent socioloog Phyllis Johnson. “En dat de familie ze laat weten dat ze dichtbij zijn.” Het is vooral belangrijk dat elke mijnwerker zo mogelijk dezelfde hoeveelheid aandacht krijgt. “Je wilt niet zo’n situatie waarin sommige mijnwerkers van familie horen en anderen niet.”

Bezig
Een andere manier om het zolang uit te houden, is bewegen en dingen doen. De zinnen verzetten, want anders kan zo’n donkere omgeving een mens opbreken. Voormalig astronaut Leroy Chiao vergelijkt de situatie van de mijnwerkers met die van astronauten die pak ‘m beet een half jaar in het ISS zitten. Hij refereert aan de training die hij kreeg voordat hij naar het ISS ging. “Eén van de lessen was: blijf je omgeving verbeteren. Blijf werken om je schuilplaats te verbeteren. Zo blijf je bezig en kunnen je gedachten niet afdwalen naar dingen waar je eigenlijk niet aan wilt denken.”

Opdrachten
De mijnwerkers worden reeds bezig gehouden. Ze krijgen regelmatig opdrachten en moeten nu een latrine uithakken. Ook doen ze lichaamsoefeningen. Enerzijds om te zorgen dat ze zodra de redding nabij is, weg kunnen komen. Anderzijds om in ieder geval iets om handen te hebben.

Spanning
Een tweede onzekerheid omtrent de overlevingskansen hangt nauw samen met de groep zelf. Hoe zijn de contacten onderling? Isolatie kan voor spanning zorgen of mensen met elkaar verbinden. Uit onderzoek blijkt dat mensen die op elkaar aangewezen zijn hun frustraties botvieren op buitenstaanders. In dit geval zouden dat de reddingswerkers zijn. En dat is niet bevorderlijk, want de communicatie tussen deze twee groepen is van cruciaal belang. Door goed naar elkaar te luisteren kunnen zulke spanningen echter voorkomen worden, weet psychiater Nick Kanas.

Ruzie
De groep mijnwerkers bestaat uit 33 mannen. In zo’n grote groep ontstaan al snel kliekjes en dat kan onderling weer voor spanningen zorgen. Maar het is ook een kans. “Wanneer je een grote groep hebt, kun je subgroepen vormen en die kunnen intern weer hun frustraties kwijt,” vertelt Kanas.

Stress
Toch lijkt er al met al maar één doorslaggevende factor te zijn: de algemene gezondheid van de mannen. Zo is de kans groot dat een deel van de mannen last krijgt van een posttraumatische stressstoornis. “We hebben het hier wel over isolatie, een levensbedreigende situatie en onzekerheid,” verklaart psycholoog Yuval Neria. Zodra de mijnwerkers gered worden, moeten ze sowieso goed in de gaten gehouden worden. Angst, depressie of het stresssyndroom kunnen dan de kop opsteken.

Hygiëne
Het gebrek aan voedsel en frisse lucht is ook een risico. De mijnwerkers moeten zuinig zijn op zichzelf en hun energie. Ook moeten ze zorgvuldig omgaan met hun afval en uitwerpselen. Als besmettelijke ziektes zich eenmaal gaan verspreiden, lijkt er geen redden meer aan te zijn.

Rust
Het lijkt erop dat de mijnwerkers daar op grote diepte toch vooral rustig moeten blijven. Volgens voormalig medewerker van NASA Homer Hickam is het moeilijk te voorspellen of de mijnwerkers het gaan redden. “Wat als één van hen sterft. Wat doen ze dan? En wat als één van hen dysenterie krijgt? Dan krijgt iedereen het.”

Chiao heeft er wat meer vertrouwen in. “Het lijkt erop dat ze daar beneden een sterke leider hebben,” merkt de voormalig astronaut op. “Dat is heel goed. Het feit dat zij voor een paar dagen voedsel hadden en er zeventien dagen van hebben geleefd, geeft wel aan dat het een gedisciplineerde groep is.” Maar kan discipline ervoor zorgen dat de groep de kerst haalt? Hickam twijfelt. “Ze moeten ze (de mijnwerkers, red.) er veel sneller uithalen.”