Hebben abstracte tekeningen die onze voorouders honderdduizenden jaren geleden achterlieten en soms niet veel meer zijn dan wat strepen, ook echt betekenis?

Op diverse plaatsen op aarde zijn abstracte rotstekeningen terug te vinden, achtergelaten door onze (verre) voorouders of andere mensachtige soorten. De leeftijd van die abstracte patronen lopen uiteen van 540.000 tot 30.000 jaar. Welke functie de abstracte tekeningen in de tijd van hun ontstaan vervulden, blijft onduidelijk. Is het willekeurig gekrabbel? Of probeerden onze voorouders hiermee iets duidelijk te maken? Een nieuw onderzoek, verschenen in het blad Open Science poogt die vraag te beantwoorden. En wel door middels hersenscans inzichtelijk te maken wat het brein nu eigenlijk precies doet met heel oude, abstracte rotstekeningen.

Hersenscans
De onderzoekers legden gezonde proefpersonen verschillende abstracte rotstekeningen voor. Ook kregen de proefpersonen een door elkaar gehusselde rotstekening te zien, waarin de structuur van het abstracte patroon verloren was gegaan. Daarnaast werden de proefpersonen geconfronteerd met onaangetaste en door elkaar gehusselde afbeeldingen van objecten, landschappen en woorden. Terwijl de proefpersonen deze beelden bekeken, werden hun hersenen gescand. “Wat we kort gezegd ontdekten, was dat de hersengebieden waarvan we weten dat ze een rol spelen bij het verwerken van complexe vormen en het herkennen en identificeren van objecten, ook actief waren tijdens het waarnemen van rotstekeningen,” vertelt onderzoeker Emmanuel Mellet aan Scientias.nl. “Dat betekent op zichzelf niet dat de tekeningen een betekenis hebben, maar wel dat ze complex genoeg zijn om te zijn gebruikt als tekens of zelfs symbolen.” De resultaten zijn best opvallend. “Het brein verwerkt de tekeningen als zeer sterk georganiseerde structuren, terwijl ze visueel heel simpel lijken.”


Beperkingen
Het onderzoek is zeker interessant. Maar hoe representatief is het eigenlijk? De proefpersonen die de hersenscans ondergingen, leven allemaal tientallen of zelfs honderdduizenden jaren nadat de makers van de tekeningen leefden. Dat de hersenen van deze proefpersonen de abstracte tekeningen behandelen als complexe objecten die mogelijk een betekenis hebben, is toch nog geen bewijs dat het brein van onze verre voorouders dat ook deed? “Dat is inderdaad één van de beperkingen van onze aanpak,” erkent Mellet. “Maar anatomische vergelijkingen suggereren dat de hersengebieden waar ons onderzoek over gaat nauwelijks zijn aangetast door evolutie en reeds aanwezig waren in mensachtige soorten die ouder zijn dan de onze.”

Multidisciplinaire aanpak
Gelukkig hoeven we als het gaat om de vraag of onze verre voorouders iets over wilden brengen met hun tekeningen niet alleen af te gaan op wat moderne hersenscans van moderne mensen ons vertellen. “Het werk van archeologen is van cruciaal belang. Zij kijken hoe deze tekeningen zijn gemaakt, bestuderen ze onder een microscoop en kijken met welke gereedschappen ze zijn gemaakt en welke andere objecten er in de nabijheid te vinden zijn. Ons onderzoek levert een bijdrage aan een multidisciplinaire zoektocht.”

Conclusies
Voor nu kunnen Mellet en collega’s in hun paper concluderen dat hun werk “de hypothese dat deze tekeningen voor hedendaagse mensen de visuele eigenschappen van betekenisvolle representaties hebben, onderschrijft”. En dat het zeker mogelijk is dat de tekeningen een betekenis hadden voor onze voorouders.

Het onderzoek is belangrijk. “Het feit dat ze (de abstracte rotstekeningen, red.) mogelijk een betekenis hebben, zou betekenen dat in symbolen denken veel ouder is dan over het algemeen wordt aangenomen,” stelt Mellet. “En dat deze cognitieve vaardigheid – waarvan nu wordt aangenomen dat deze enkele tienduizenden jaren oud is – soorten ouder dan de Homo sapiens al bezighield.” En dat zou weer betekenen dat de cognitieve vaardigheden van de inmiddels uitgestorven mensachtigen geavanceerder waren dan gedacht. “Het zou erop kunnen wijzen dat symbolisch denken al vanaf het begin een kenmerk is van het geslacht Homo en zich tot in de moderne mens is blijven ontwikkelen.”