Socializen: de heremietkreeft kan er wat van. Maar hij doet het zeker niet voor de gezelligheid. De kreeft scherpt de sociale connecties aan om vervolgens één van zijn vrienden uit zijn huis te kunnen zetten, zelf groter te gaan wonen en zo zijn overlevingskansen te vergroten.

Dat hebben onderzoekers van de universiteit van Berkeley ontdekt. Het gedrag van de heremietkreeft is merkwaardig. Er zijn heel veel dieren die sociaal zijn en elkaars hulp inroepen. Maar meestal is dat om een partner te kunnen vinden, beschermd te worden of samen een grotere prooi te kunnen vangen. De heremietkreeft houdt er echter een wel heel egoïstische sociale agenda op na. Hij socialiset om een groter huis op de kop te kunnen tikken.

Achterlijf
De heremietkreeft Coenobita compressus heeft een zwak achterlijf. Om dat te beschermen tegen de harde wereld, maakt de kreeft gebruik van slakkenhuizen. Die hijsen de heremietkreeften op hun achterlijf om dit te beschermen. Het klinkt simpel, maar dat is het zeker niet: de lege slakkenhuizen liggen namelijk niet voor het oprapen. Om toch aan een slakkenhuis te kunnen komen, zetten heremietkreeften soortgenoten regelmatig uit hun huis om vervolgens dat huis in te nemen.

Ook in zee

Heremietkreeften zijn in twee groepen in te delen: heremietkreeften die op land leven en heremietkreeften die in het water leven. De exemplaren die in zee leven, hebben geen moeite om lege slakkenhuizen te vinden. In zee leven namelijk flink wat roofdieren die zeeslakken uit hun huizen halen. Op het land is dat anders: heremietkreeften op land moeten het hebben van slakkenhuizen die door golven op het strand worden afgezet. Dat de heremietkreeften op het land ondanks het zeldzame karakter van de schelpen toch graag gebruik maken van deze bescherming, is goed te verklaren. Maar weinig landdieren zijn in staat zo’n schelp kapot te maken en de heremietkreeft eruit te vissen.

Verbouwing
Een aantal heremietkreeften (de soorten die op het land wonen) richt dat huisje vervolgens echt naar de eigen wensen in. Ze hollen het verder uit of passen de vorm van het slakkenhuis aan zodat ze meer ruimte hebben, meer eitjes kwijt kunnen en ook niet zo’n zware schelp hoeven mee te torsen.

Aanpassen
Zo af en toe zoeken de heremietkreeften – die eigenlijk een vrij eenzaam leven leiden – elkaar op. Zodra drie of meer kreeften zich verzamelen, volgen er rap meer. Ze vormen een rij – van klein naar groot – en grijpen elk de kreeft voor ze vast. Zodra één kreeft zijn huisje niet langer kan vasthouden en het wel moet verlaten, schuiven alle kreeften een plekje op: een groter huis in. De kreeft die zijn huisje verlaten heeft, rest niets anders dan het kleinste huisje op zich te nemen. Hiermee kan hij zijn lijfje vaak niet helemaal bedekken en dus is hij heel kwetsbaar voor roofdieren.

Evolutie
Het onderzoek bewijst maar weer eens dat evolutie geen passief gebeuren is waar elk organisme aan onderworpen wordt. Nee: organismen kunnen hun eigen evolutie beïnvloeden. “Organismen zijn geen passieve pionnen die onderworpen worden aan de selectieve grillen van vijanden en bondgenoten, maar actieve deelnemers in het creëren en aanpassen van hun interne en externe leefomstandigheden,” vertelt Geerat J. Vermeij. Dat staat haaks op het bekende idee van Darwin die stelde dat de omgeving (middels natuurlijke selectie) de evolutie beïnvloedde. “Het maakt niet uit hoe de heremietkreeften hun huisjes precies aanpassen: ze vormen een voorbeeld van een heel belangrijke evolutionaire waarheid: levende dingen veranderen en herzien hun omgeving door de hele geschiedenis van het leven al.”

Links een onaangepaste schelp. Rechts een schelp die door een heremietkreeft al is verbouwd. Foto: UC Berkely.

Dat het aanpassen van de schelpen echt heel belangrijk is voor de heremietkreeften blijkt wel uit een experiment dat de onderzoekers uitvoerden. Ze haalden kreeften uit hun aangepaste huizen en gaven ze een nieuwe schelp die nog helemaal moest worden aangepast. Geen enkele heremietkreeft overleefde. Dat wijst erop dat enkel de kleinste heremietkreeften in een nieuwe en nog niet aangepaste schelp kunnen gaan wonen, omdat alleen zij erin passen. En zelfs als een kreeft in de schelp past, zal deze nog veel liever een andere heremietkreeft uit zijn huis zetten, omdat hij dan de schelp niet helemaal meer hoeft te verbouwen: een klus die veel tijd en energie kost. Het sociale gedrag van de heremietkreeft staat dan ook niet op zichzelf: het is een bijproduct van een evolutie die de kreeft wel door moest maken, wilde hij het op het land kunnen redden.