Onderzoeker Manuel Eisner bestudeerde meer dan 1500 Europese koningen en koninginnen en concludeert dat het leiden van de monarchie een bijzonder gevaarlijk beroep is. Bijna vijftien procent van alle royalty’s stierf een gewelddadige dood. De kans om als koning door geweld om het leven te komen, is daarmee vier keer groter dan de kans dat een soldaat in oorlogsgebied sterft.

De onderzoeker richtte zich op de koningen en koninginnen die tussen 600 en 1800 na Christus de troon bestegen. De kans dat ze door geweld om het leven kwamen, was ongeveer 700 keer groter dan de kans dat hun onderdanen zoiets zou overkomen.

Verbaasd
“Ik begon dit onderzoek op een regenachtige zondagmiddag en het is uitgegroeid tot een paper en wellicht zelfs een boek,” vertelt Eisner. “Er is veel informatie over koningen en over hoe ze stierven.” Dat zoveel staatshoofden vermoord werden, verbaasde Eisner. “Ik was verbaasd over de hoeveelheid geweld die er gebruikt werd.”

Soldaat
“Het percentage van 15 procent is veel hoger dan het percentage moorden in de meest risicovolle gebieden ter wereld. Het is zelfs hoger dan de kans dat een soldaat die in een moderne oorlog strijdt, sterft.”

WIST U DAT…

…de Ronde Tafel van koning Arthur wellicht nooit bestaan heeft?

Noorwegen
Een aantal landen spant toch de kroon. Noorwegen bijvoorbeeld. Hier werden alle zeven koningen die in de eerste helft van de twaalfde eeuw regeerden vermoord. En ook in Schotland was het raak: vijftien van de zeventien koningen die tussen de negende en elfde eeuw regeerden, kwamen door geweld om het leven.

Pas toen samenlevingen afspraken begonnen te maken over de troon – bijvoorbeeld: de zoon volgt de koning op – nam het aantal moordaanslagen af. Maar nog steeds lopen heersers het risico om vermoord te worden. Overigens lijkt het erop dat koningen en koninginnen zich daar niet zo heel veel zorgen over hoeven te maken; de macht ligt in de meeste landen nu in de handen van politici en dus zijn zij een beter doelwit geworden.