Nieuwsgierigheid is meer dan alleen een karaktereigenschap. Het is een fundamentele eigenschap die nodig is voor de overleving en je geheugen. Hoe dat zit, vertelt neurowetenschapper Sander Nieuwenhuis.

Wat is nieuwsgierigheid eigenlijk? Is het een karaktereigenschap? Is het gedrag? “Het is meer een staat van een persoon,” zegt Sander Nieuwenhuis, hoogleraar Cognitieve Neurowetenschap. “Het kan variëren over de tijd en soms overkomt het je, omdat sommige situaties simpelweg nieuwsgierigheid uitlokken.” Zoals bij bovenstaande afbeelding, waarvan je niet zeker kunt weten wat er nu eigenlijk afgebeeld staat…

Nieuwsgierigheid ‘zit’ onmogelijk op één plek van de hersenen. Ons brein bestaat uit meerdere onderdelen en systemen die gezamenlijk bepalen wat we denken, voelen en hoe we ons gedragen. Daarbij kun je op verschillende manieren nieuwsgierig zijn: nieuwsgierig naar die vreemde vrouw die een paar deuren verderop woont, nieuwsgierig naar de toekomst, nieuwsgierig naar hoe anderen over je denken of nieuwsgierig naar het antwoord op een ingewikkeld raadsel. Als je nieuwsgierig wordt – op welke manier dan ook – verandert eventjes de hele werking van je brein en kom je in ‘de nieuwsgierige staat’. Sander Nieuwenhuis deed er onderzoek naar: hoe nieuwsgierigheid zich manifesteert in het brein en hoe de rest van ons lichaam erop reageert en transformeert in ‘de nieuwsgierige staat’. Die nieuwsgierige staat ontstaat in twee soorten situaties: als je je verveelt of als je ‘onzeker’ bent over wat er gebeurt.

1. Verveling
“Als we ons vervelen of te weinig stimulatie krijgen, is ons arousalniveau te laag,” vertelt hoogleraar Nieuwenhuis. “Als we bijvoorbeeld de hele tijd in dezelfde ruimte zitten waar niks gebeurt, gaan we ons onprettig voelen door dat lage arousalniveau. Je wordt onrustig. Dat is ook heel herkenbaar bij dieren. Ze worden nieuwsgierig naar de situatie om hun heen en als ze kunnen, brengen ze hun arousalniveau omhoog waardoor ze zich weer prettig voelen.” Zo werkt dat ook bij mensen; die gaan eveneens op onderzoek uit. Ze gaan uit, boeken stedentripjes, nemen soms de ‘toeristische route’ richting huis, kijken mysteries op tv of gaan in de pauze even naar buiten om ‘de benen te strekken’ om letterlijk van dat kriebelige gevoel af te komen. Net zoals dieren gaan we op onderzoek uit: we exploreren!

2. Onbekende situaties
“De andere vorm van nieuwsgierigheid dient om het arousalniveau juist omlaag te brengen,” vertelt Nieuwenhuis. Als we niet (precies) weten wat we zien of wat er aan de hand is, worden we namelijk ook nieuwsgierig. Ons brein heeft een informatietekort en dat wil het opheffen! Je komt hierdoor vrijwel direct in actie om antwoorden te krijgen. Bijvoorbeeld als je iets ziet, maar je niet precies weet wat je ziet. Je brein krijgt prikkels binnen, maar je voelt onzekerheid over wat het nou precies was wat je zag. “Die onzekerheid en het informatietekort zorgen voor een aversieve staat: het voelt gewoon vervelend,” zegt Nieuwenhuis. “Anders dan bij verveling zorgt dit juist voor een hoge arousal en door het antwoord te zoeken, dring je de arousal weer terug.” Is het mysterie opgelost? Dan kun je pas weer relaxen.

Is nieuwsgierigheid een soort stressreactie?

Optimaal functioneren
We willen ons dus niet underaroused, maar ook niet overaroused voelen. Waarom is dat zo? “De reden hiervan is dat we met een gebalanceerd arousalniveau het beste functioneren en ons het beste voelen,” vertelt Nieuwenhuis. “Het brein is een van vele thermostaat-systemen in ons lijf. Het streeft ernaar om in een min of meer gelijke staat te blijven. In dit geval: een middelmatig niveau van arousal.” Raak je overaroused of underaroused dan reageert je lichaam daarop: je hartslag verhoogt, je pupillen verwijden en je begint een beetje te zweten. Precies dezelfde lichamelijke, onprettige reacties die stress ook oproept. Tegelijkertijd worden in de hersenen dezelfde gebieden actief die bij pijn of andere negatieve ervaringen ook actief worden.” Is nieuwsgierigheid dan een soort stress voor het lichaam? “Ja, dat klopt,” bevestigt de onderzoeker. “Het is een kortdurende stressor die je graag wilt opheffen. Gelukkig is het – anders dan bij stress – niet ongezond om vaak nieuwsgierig te zijn, omdat het maar van korte duur is. Geen nood dus als jij een nieuwsgierig aagje bent dat altijd alles wilt weten. “Nieuwsgierig zijn is een natuurlijke staat van het lichaam om in actie te komen. Ons lichaam is ‘ervoor gemaakt’. Stress is ook alleen ongezond als je het continue hebt.”

Toch reageert niet ieder lichaam hetzelfde op prikkelende of juist saaie situaties en is de een nieuwsgieriger dan de ander.

Heeft nieuwsgierigheid te maken met je IQ?

Aanleg versus opvoeding
“Er zijn individuele verschillen,” zegt Nieuwenhuis. “Ik denk dat het te maken kan hebben met je opvoeding en interesse. Het kan deels met de opvoeding te maken hebben, want de een leert bijvoorbeeld dat kennis heel leuk is. Anderzijds heeft je IQ daar misschien ook weer invloed op, omdat je met een hoger IQ beter bent in kennis werven.” Daarnaast kan je mate van nieuwsgierigheid ook genetisch bepaald zijn – als een soort karaktertrek. “Dit komt hoogstwaarschijnlijk doordat iedereen verschillende niveaus van neurotransmitters (noradrenaline en dopamine) heeft, die weer samenhangen met exploratie,” vertelt de hoogleraar.

Is iemand met heel veel kennis dan niet minder nieuwsgierig, omdat hij toch al veel weet? “Nee, in tegenstelling. Hoe meer kennis je hebt, hoe beter je weet wat je niet weet. Het roept altijd weer nieuwe vragen op en dus maakt het je juist hongeriger naar meer kennis. Dit heeft alles te maken met je beloningssysteem, want het is belonend om kennis te vergaren.” Je beloningssysteem bevindt zich in het midden van je brein en stuurt de meeste signalen door naar de voorkant van je brein: de prefrontale cortex. Hiermee neem je beslissingen, plan je en beheers je impulsen. Het beloningssysteem stuurt bij ‘beantwoorde’ nieuwsgierigheid dopamine door naar de prefrontale cortex, waardoor je een prettig gevoel krijgt. Als je iets wilt weten en je komt erachter wat het is, geeft dit een soort ‘kick’. “Aaah, zit dat zo? Dat wist ik niet! Wat leuk!” Je nieuwsgierigheid belonen, maakt je daarom alleen maar meer nieuwsgierig naar andere dingen. Een handige tool om te leren, maar het doet meer dan je aansporen om te leren; het is nodig voor je overleving. “Althans bij dieren,” vertelt Nieuwenhuis. “Bij mensen is dit misschien wat minder van toepassing tegenwoordig; al zijn slimme, nieuwsgierige mensen die veel kennis vergaren wel beter in staat om goed te overleven, doordat ze hun leven beter kunnen sturen en inrichten op een manier die zij willen.”

Overleven
“Nieuwsgierigheid wordt in de wetenschap omschreven als een drive die net zoals honger, dorst en seksuele interesse je aansturen in je gedragingen,” vervolgt Nieuwenhuis. Het hoort daarmee tot de meest primaire factoren die ons gedrag sturen. En nieuwsgierigheid is ook echt nodig. “Dieren moeten bijvoorbeeld voortdurend exploreren om nieuwe bronnen van voedsel te zoeken. Nu kunnen wij mensen tegenwoordig goed overleven zonder nieuwsgierigheid, maar ik denk dat de mate van nieuwsgierigheid wel samenhangt met depressie. Als je niet meer nieuwsgierig bent en geen zin meer hebt in nieuwe dingen, is het leven niet veel meer waard is en niet heel prettig. Je onderneemt niets en mist hierdoor ook de beloning in je brein wanneer je jouw nieuwsgierigheid ‘beantwoordt’.” Als overleven te gemakkelijk is, is er niet veel meer aan en heb je door je lage mate van nieuwsgierigheid wellicht verhoogde kans op depressie.

“Hoe nieuwsgieriger je bent, hoe beter je geheugen werkt.”

Van hersenen naar gedrag
Nieuwsgierigheid is dus van levensbelang: het zorgt voor de overleving, maar maakt het leven tegelijkertijd ook plezieriger. Hoe werkt dit in je brein? “Je brein houdt niet van onzekerheden,” vertelt Nieuwenhuis. “Met nieuwsgierig probeert je brein de onzekerheden uit de weg te ruimen. Als we iets niet weten, raken we ons hiervan bewust en willen we de antwoorden te weten komen. De anterior cingulate cortex (ACC) is het deel van ons brein dat in nieuwsgierig makende situaties meer geprikkeld wordt dan wanneer het ‘antwoord’ ons al bekend is. Als we vervolgens het antwoord op het onbekende vinden, geeft ons beloningssysteem een signaal, waardoor jij even een geluksboost voelt. De ACC staat in contact met het noradrenerge systeem. Informatie van de ACC gaat naar de locus coeruleus, een kleine celkern in de hersenstam. Deze kern stuurt als reactie hierop noradrenaline door naar alle andere hersensystemen. De noradrenaline beïnvloedt vervolgens de hersencellen: ze krijgen een stoot die je lichtelijk euforisch, maar tegelijkertijd ook gespannen, angstig of opgewonden maakt. Dat onrustige gevoel als je iets te weten wilt komen… Je gaat op zoek naar antwoorden om van dat gevoel af te komen, want het laat je niet los voor je het weet! Heel herkenbaar als je bijvoorbeeld niet op een woord kunt komen of je niet kunt plaatsen waar je iemand van kent of hoe diegene heet.

Lichamelijke reactie bij nieuwsgierigheid

Je pupillen vergroten bij de ‘uitstoot’ van noradrenaline, je spierspanning verhoogt, je krijgt een zweetreactie en hebt even te maken met een kortdurende hartslagvertraging. Je lichaam staat als het ware even stil om alles goed op te nemen.

“Nieuwsgierigheid is een van de meest basale biologische driften van mensen en dieren,” vertelt Sander Nieuwenhuis. “Het is een belangrijke drijfveer voor leren en ontdekken.” Zonder nieuwsgierigheid zou je geheugen bijvoorbeeld niet goed werken. Door nieuwsgierig te zijn, geven je hersenen noradrenaline door aan de rest van je hersencellen. Je komt in ‘de nieuwsgierige staat’ en staat met je gehele brein eventjes helemaal op scherp. Je geheugen wordt hierdoor beter, doordat de hersencellen door noradrenaline beter informatie doorgeven. De signalen die ze doorgeven worden als het ware sterker. Als je de signalen ziet als stroomstootjes – wat het eigenlijk ook zijn – kun je het zien alsof er meer ampère stroom staat tijdens je nieuwsgierige staat en signalen hierdoor heftiger worden doorgespeeld. De hersencellen ontvangen sterkere signalen en ‘denken’: ‘dit is belangrijk, dit moet ik goed registreren.’ Je hersenen focussen meer op de informatie en prent deze beter in je geheugen.

Nu weet je wat de afbeelding is. Je hersenen gaven korte tijd geleden jou eventjes een geluksboost voor het vinden van het antwoord.

Nu weet je wat er boven het artikel afgebeeld stond. Je hersenen gaven je hiervoor zojuist een kleine geluksboost.

Waarom je emotionele gebeurtenissen beter onthoudt

Omdat je bij emotionele gebeurtenissen meer noradrenaline produceert, waardoor je de informatie nog beter onthoudt. Waarschijnlijk omdat deze gebeurtenissen belangrijk zijn voor je overleving en voortplanting

Bij tests van Nieuwenhuis en zijn collega’s kregen proefpersonen plaatjes te zien terwijl een MRI apparaat hun hersenactiviteit mat. Wanneer de afbeelding vaag was, werd de ACC actiever dan bij scherp getoonde afbeeldingen. Wanneer de proefpersonen na de vage afbeelding de bijhorende scherpe afbeelding te zien kregen en de nieuwsgierigheid opgeheven werd, werd het beloningssysteem, waaronder de nucleus accumbens, heel actief. De nucleus accumbens wordt ook actief bij tegenstrijdigheden en morele dilemma’s, wanneer we dus zoeken naar één antwoord.

Uit latere geheugentests bleek dat de proefpersonen zich het beste de plaatjes herinnerden waar ze het meest nieuwsgierig naar waren geweest: hoe nieuwsgieriger je naar iets bent, hoe beter je het antwoord dus onthoudt. Moet je iets van buiten leren? Zorg dan dat je het voor jezelf interessant en boeiend maakt. Stel jezelf vragen waarna je vervolgens zoekt naar het antwoord.