lab

Recent onderzoek toont aan dat Nederlanders een groot vertrouwen hebben in de wetenschap. Maar niemand kan garanderen dat dat zo blijft. En dus houdt het Rathenau Instituut de vinger aan de pols.

Vorig jaar publiceerde het Rathenau Instituut een onderzoeksrapport met de fascinerende hoofdvraag ‘Hoeveel vertrouwen hebben Nederlanders in de wetenschap?‘ Het antwoord bleek alles mee te vallen. “De wetenschap stond van alles wat je als burger vertrouwen kunt, het hoogst genoteerd,” vertelt Jan Staman, directeur van het Rathenau Instituut. En daarmee won de wetenschap het van andere instituten als ‘de vakbonden’, ‘de kranten’, ‘de tv’ en bovenal van de ‘de regering’ en ‘de grote ondernemingen’: twee instituten die helemaal onderaan de ranglijst bungelden. “Burgers hebben blijkbaar een hoge pet op van de wetenschap.”

Verrassend
Met name voor de wetenschap zelf kwam dat waarschijnlijk als een verrassing. Het was namelijk die wetenschap zelf die dacht te constateren dat de burgers het vertrouwen in de wetenschap kwijt aan het raken waren. Waar dat idee precies vandaan komt, kan Staman ook niet met zekerheid zeggen. Maar hij heeft wel een hypothese. “Ik denk dat wetenschappers langzaam maar zeker van hun voetstuk zijn gehaald. Daar staan ze graag op. En nu zijn ze hun bijzondere status kwijt. Eerder overkwam dat de rechter, dokter en advocaat al. Al draag je tegenwoordig drie toga’s: de burger is niet meer automatisch van je onder de indruk.” Het is een harde werkelijkheid waar wellicht ook onderzoekers anno 2014 mee geconfronteerd worden. “Het is heel dubbel, want tegelijkertijd hebben burgers wel hoge verwachtingen van de wetenschap. Ze zijn ook kritischer: verwachten dat onderzoekers verantwoording afleggen. En dat verwarren die onderzoekers misschien met een vertrouwensprobleem.”

De burger
Uit het onderzoek van vorig jaar blijkt dat het met dat vertrouwensprobleem wel losloopt. Maar dat wil niet zeggen dat we rustig achterover kunnen leunen. Want het grote vertrouwen dat mensen nu in de wetenschap hebben, kan wel eens té groot zijn. “Als de verwachtingen té groot zijn, kan dat wel eens leiden tot teleurstellingen en dan daalt het vertrouwen.” Of de verwachtingen té hoog gespannen zijn? Dat is moeilijk vast te stellen. Maar we verwachten wel veel van de wetenschap. Bijna bij elk modern probleem dat wordt aangesneden – van klimaatverandering tot overbevolking en van verre ruimtereizen tot ernstige ziektes – kijken we hoopvol in de richting van de wetenschap. “We leven in een technocratie,” erkent Staman. “Alles staat in het teken van de wetenschap en technologie. Het beheerst ons allemaal.” Misschien moeten we ter behoud van die wetenschap waar we het allemaal van verwachten onze verwachtingen wat bijstellen. “We mogen niet alles van de wetenschap verwachten, zeker niet op korte termijn.” Maar dat is niet het enige wat burgers wellicht moeten doen om het vertrouwen in de wetenschap op peil te houden. Burgers moeten ook relativeren en het grotere plaatje zien. “Burgers moeten ook begrijpen dat een wetenschapper die vol enthousiasme vertelt dat hij de mensheid gaat redden, met een korreltje zout genomen moet worden.”

Transparantie

Het verlangen naar meer transparantie binnen de wetenschap kreeg in Nederland een enorme boost door een aantal geruchtmakende fraudezaken. Diverse universiteiten hebben inmiddels de nodige maatregelen genomen om onderzoeken de nodige transparantie mee te geven. Denk aan centrale dataservers waar ruwe data wordt opgeslagen en meer aandacht voor ethiek gedurende de opleidingen. Als het aan veel onderzoekers ligt, is dat echter nog maar het begin. De hele onderzoekscultuur moet op de schop, zo vertelden sociaal-psychologen eerder aan Scientias.nl.

De wetenschap
Maar ook binnen de wetenschap zullen maatregelen getroffen moeten worden om het vertrouwen in de wetenschap in stand te houden. Uit onderzoek van het Rathenau Instituut blijkt bijvoorbeeld dat burgers maar weinig vertrouwen hebben in onderzoeken die wetenschappers in opdracht van het bedrijfsleven of de regering uitvoeren. “Eigenlijk heeft iedereen daar kritiek op, de wetenschap zelf vaak ook. Daar zit een probleem.” Een andere maatregel die wetenschappers moeten treffen, willen ze het hoofd boven water houden, hangt hier nauw mee samen: openheid. Deel je resultaten. Maar ook je ruwe data. En eventuele belangen die met een studie gemoeid kunnen zijn. “Dat is een proces dat nu wereldwijd in gang wordt gezet en niet meer tegen te houden is: binnen vijf tot tien jaar is alles open acces.”

Maar zelfs als de wetenschap blijft strijden voor het vertrouwen van de burger, wil dat nog niet zeggen dat dat vertrouwen blijft. “De samenleving verandert en het vertrouwen in instituties neemt af.” Het is niet ondenkbaar dat de wetenschap uiteindelijk ook (deels) het vertrouwen van de burger verliest. Daarom krijgt het onderzoek naar het vertrouwen van Nederlanders in de wetenschap in de toekomst met regelmaat – elk jaar – een vervolg. “Zo kunnen we bijvoorbeeld zien of meer open acces een positief effect heeft.” Maar daar blijft het niet bij. Het Rathenau Instituut organiseert deze maand tevens een reeks debatten. “Ik wil aan mensen vragen wat ze nu van de wetenschap verwachten. Waar hopen ze op? En hebben ze zelf wel eens contact met wetenschappers? En hoe komen ze aan het beeld dat ze van de wetenschap hebben? En wanneer geloven ze de wetenschap? En wanneer niet? En vervolgens willen we die antwoorden ook bij de wetenschappers neerleggen. Wat vinden zij ervan? En wat gaan zij daar aan doen?”

Het eerste debat vindt plaats op dinsdag 11 maart en heeft als thema ‘Hoge verwachtingen, scherpe eisen?’ Op maandag 24 maart volgt het debat ‘Betwist gezag’ en op maandag 14 april wordt afgesloten met het thema ‘Toekomstbestendige wetenschap’. De debatten beginnen om 20.00 uur en vinden plaats in NEMO Amsterdam. Meer informatie vindt u op de site van het Rathenau Instituut.