De korte Arctische zomer duurt steeds langer en biedt wolfspinnen nu soms zelfs voldoende tijd om niet één maar twee broedsels te produceren.

Dat blijkt uit onderzoek, uitgevoerd nabij een onderzoeksstation in het noordoosten van Groenland. Al meer dan twintig jaar vangen onderzoekers hier spinnen behorende tot de soort Pardosa glacialis. Deze wolfspinnen komen veelvuldig voor op de Arctische toendra en staan er aan de top van de voedselketen der ongewervelden. De spinnen hebben geruime tijd nodig om volwassen te worden en produceren zodra ze het eenmaal zijn – in tegenstelling tot hun soortgenoten die wat zuidelijker wonen – normaliter één broedsel per jaar. Maar nu hun leefgebied verandert, veranderen ook de gewoontes van deze spinnen. En onderzoekers hebben nu ontdekt dat ze in warme jaren ook zomaar twee broedsels kunnen voortbrengen.

Eierzak
De onderzoekers trekken die conclusie nadat ze zich bogen over de eierzakken die de wolfspinnen met zich meedragen en waarin ze hun eitjes bewaren. De onderzoekers telden het aantal eitjes in deze eierzaken en noteerden de datum waarop ze de eitjes geteld hadden. En al snel wezen die datasets erop dat de wolfspinnen meer jongen op de wereld zetten dan ze hier in het Arctisch gebied gewend waren. “In warmere gebieden op aarde produceren wolfspinnen doorgaans meer dan één broedsel,” legt onderzoeker Toke Høye uit aan Scientias.nl. “En elk extra broedsel bevat doorgaans minder eitjes dan het eerste en wordt ook later in het seizoen geproduceerd. We ontdekten ditzelfde patroon onder Arctische wolfspinnen en het patroon was het sterkst in de jaren waarin het groeiseizoen het langst was.”


Dat het Arctisch gebied aan behoorlijk wat verandering onderhevig is, is al veel langer bekend. Het gebied warmt sneller op dan de rest van de aarde (in het noord-oosten van Groenland, waar Høye en collega’s de wolfspinnen vingen en bestudeerden, stijgen de temperaturen zelfs twee keer zo snel als gemiddeld wereldwijd het geval is). En uit eerdere studies is al gebleken dat dat ertoe leidt dat sommige planten steeds eerder in het groeiseizoen gaan bloeien en koudelievende soorten noodgedwongen naar het noorden of hoger gelegen gebieden trekken. Maar nu is dus aangetoond dat de opwarming ook van invloed is op ongewervelde soorten. “De enorme hoeveelheden data stellen ons in staat om te laten zien hoe kleine dieren in het Arctisch gebied hun levensgeschiedenis in reactie op klimaatverandering veranderen,” aldus Høye.

Sneeuw
De enorme dataset waar de onderzoekers zich over bogen, wijst verder uit dat het verdwijnen van de sneeuw van grote invloed is op het voortplantingsgedrag van de wolfspinnen. Hoe eerder de sneeuw verdwijnt, hoe meer vrouwelijke wolfspinnen zich aan een tweede leg wagen. Het komt waarschijnlijk simpelweg doordat het vroeg afsmelten van de sneeuw de wolfspinnen meer tijd geeft om zich voort te planten, zo schrijven de onderzoekers. “Het is bekend dat grotere vrouwelijke wolfspinnen meer jongen krijgen en onze resultaten bevestigen dat ook voor het eerste broedsel. Maar we konden geen aanwijzingen vinden dat grotere vrouwtjes ook vaker dan kleinere vrouwtjes geneigd waren om een tweede broedsel te produceren of dat grotere vrouwtjes ook grotere tweede broedsels voortbrachten. Dat suggereert dat het verband tussen de productie van het tweede broedsel en het verdwijnen van het ijs niet te wijten is aan vrouwtjes die meer voedsel tot hun beschikking hebben en daardoor groter worden. In plaats daarvan lijkt een vroege afsmelting van de sneeuw de vrouwtjes in staat te stellen om eerder hun eerste broedsel te produceren, waarna ze ook meer tijd hebben om voor het einde van het seizoen nog een tweede broedsel te produceren.”

Vervolgonderzoek
Aangezien wolfspinnen een belangrijke rol hebben in hun ecosysteem, zijn onderzoekers natuurlijk heel benieuwd wat de babyboom voor dat ecosysteem betekent. Maar om dat te kunnen achterhalen, moet er nog behoorlijk wat onderzoek worden verricht, want vaststellen welke invloed een bepaalde ontwikkeling op een ecosysteem heeft, is zo gemakkelijk nog niet. “Ik zou aannemen dat spinnen steeds overvloediger (op Groenland, red.) voorkomen,” stelt Høye. “Maar voedselketens zijn gecompliceerd en worden vaak gereguleerd door feedbackmechanismen. Bijvoorbeeld door kannibalisme, waardoor spinnen in toenemende mate hun soortgenoten opeten.”


Als het aan Høye ligt, komt er dan ook snel meer aandacht voor de wolfspin en de manieren waarop deze zich aan een warmer Arctisch gebied aanpast. Zo zou men de spin en andere ongewervelden langdurig moeten observeren en experimenten moeten gebruiken om de observaties te duiden. “We kunnen voor nu alleen speculeren over hoe ecosystemen veranderen, maar waar we nu wel zeker van kunnen zijn is dat veranderingen in de reproductie van soorten een belangrijke factor is waar we rekening mee dienen te houden als we willen begrijpen hoe Arctische ecosystemen reageren op de stijgende temperaturen.”