Als er niet genoeg pollen zijn, knabbelen hommels aan planten, waardoor deze tot wel een maand eerder gaan bloeien.

Hommels en bloeiende planten hebben een prachtige samenwerking op poten gezet. De planten voorzien hommels van voedsel. En de hommels verspreiden hun pollen, waardoor de planten zich kunnen voortplanten. Helaas loopt die samenwerking niet altijd even lekker. Zo kan het gebeuren dat hommels uit hun winterslaap komen, terwijl hun bron van voedsel – de planten – nog niet in bloei staan. En wat dan? Wie denkt dat de hommels zich bij de situatie neerleggen, heeft het mis. Een nieuw onderzoek – verschenen in het blad Science – toont namelijk aan dat hommels er eigenhandig voor kunnen zorgen dat planten sneller gaan bloeien en hun hongergevoel dus ook sneller gestild wordt.

Gaatjes
De onderzoekers waren er getuige van hoe hongerige hommels gaatjes maakten in de bladeren van planten. En daarop gingen die planten veel sneller dan verwacht bloeien. Sommige planten wel twee, andere zelfs vier weken eerder!


“Dat de hommels de planten beschadigden, was heel verrassend voor ons, maar later ontdekten we dat er al meer anekdotisch bewijs voor was,” vertelt onderzoeker Consuelo de Moraes aan Scientias.nl. “Zodra we het zelf gezien hadden, wilden we uitzoeken wat de hommels deden. Al snel bedachten we dat we daarbij moesten kijken of het een effect had op de bloeitijd van de planten.” En dat bleek dus zo te zijn. “Maar het was verrassend om te zien dat het effect zo groot was.”

Mechanisme
Hoe de – heel specifieke – beschadigingen die de hommels in de bladeren aanbrengen er precies toe leiden dat de planten sneller gaan bloeien, is onduidelijk. “We onderzoeken momenteel de biochemische en moleculaire processen die ten grondslag liggen aan de reactie die de plant op de beschadigingen die de hommels aanbrengen, vertoont,” aldus De Moraes. “Dat zou meer inzicht moeten geven in de betrokken mechanismen en of ze gelijk zijn aan de mechanismen die ten grondslag liggen aan de reacties die de plant vertoont door toedoen van andere stressors – zoals ziektes en droogte – die ook van invloed zijn op de bloeitijd.”

Een hommel beschadigt de bladeren van een plant om deze eerder aan het bloeien te krijgen. Afbeelding: Hannier Pulido, met dank aan De Moraes and Mescher Laboratories.

Speeksel
Daarnaast sluiten de onderzoekers niet uit dat de hommels naast het beschadigen van de blaadjes nog een ander wapen in de strijd gooien om de planten vroeger aan het bloeien te krijgen. Dat lijkt aannemelijk, omdat pogingen van de onderzoekers om planten net zo te beschadigen als hommels dat doen, opvallend weinig effect hadden. “We probeerden de beschadigingen die de hommels aanbrengen, na te bootsen,” vertelt onderzoeker Mark Mescher. “En we zagen dat het enig effect had op de bloeitijd, maar lang niet zo’n groot effect als de beschadigingen die de hommels aanbrachten.” Hoe dat komt, is onduidelijk. “Eén mogelijkheid is dat wij simpelweg niet in staat zijn om de beschadigingen van de hommels perfect na te bootsen. Een andere is dat er meer bij komt kijken, zoals een chemisch stofje in het speeksel van de hommels dat vrijkomt tijdens het beschadigen van de blaadjes.”


Hoe de hommels het heft in eigen handen nemen, blijft dus in nevelen gehuld. Maar dat ze het doen, is natuurlijk bijzonder fascinerend. En het biedt hoop, zo stellen de onderzoekers. Want nu de aarde opwarmt, komt het fragiele samenwerkingsverband tussen hommels en planten onder druk te staan. Zo kunnen hogere temperaturen in de lente ervoor zorgen dat hommels eerder uit hun winterslaap komen zetten en op planten stuiten die nog lang niet van plan zijn om te gaan bloeien. Dat is lastig, maar de hommels staan dus niet machteloos; ze beschikken over mechanismen waarmee ze planten eerder aan het bloeien kunnen krijgen. “We vermoeden dat deze mechanismen het bestuivingssysteem in het licht van klimaatverandering en andere milieuverstoringen die de samenwerking tussen hommels en planten kunnen verstoren, veerkrachtiger maakt.”

Of andere bestuivers – zoals bijvoorbeeld honingbijen – dit trucje ook kennen, is onduidelijk. De onderzoekers vermoeden echter dat alleen hommels er deze aanpak op nahouden. “We weten van veldexperimenten dat er zeker twee soorten hommels zijn die dit gedrag vertonen. Ondertussen zagen we in dezelfde experimenten ook dat de vele honingbijen die voorbij kwamen de planten die niet bloeiden, consistent negeerden. En daarom denken we dat alleen hommels dit gedrag vertonen.”