honingbij

Nieuw onderzoek toont aan dat de voorpootjes van honingbijen bijzonder gevoelig zijn voor zoetigheid. Dankzij die proevende voorpootjes zijn bijen op het moment dat ze op een bloem landen al in staat om nectar te detecteren.

Insecten proeven met behulp van haarachtige structuren op hun lijfjes. Elk van die haarachtige structuren is gevoelig voor een bepaalde substantie. In het geval van de honingbij bevinden die specifieke haarachtige structuren zich op de monddelen, voelsprieten en de uiteinden van de pootjes. Nieuw onderzoek toont nu aan dat bijen daadwerkelijk proeven met hun voorpootjes en op basis daarvan ook beslissingen nemen.

Het uiteinde van het pootje van een bij. De haarachtige structuren die gevoelig zijn voor zoetigheid bevinden zich op de klauw. Afbeelding:  de Brito Sanchez et al. / Frontiers in Neuroscience.

Het uiteinde van het pootje van een bij. De haarachtige structuren die gevoelig zijn voor zoetigheid bevinden zich op de klauw. Afbeelding: de Brito Sanchez et al. / Frontiers in Neuroscience.

Experiment
De onderzoekers verzamelden honderden honingbijen. Ze stelden de uiteinden van de voorpootjes van de insecten bloot aan zoete, bittere en zoute oplossingen om te kijken of ze de honingbijen zo over konden halen om hun tong uit te steken en dus te eten. Uit het onderzoek blijkt dat de voorpootjes van de honingbij bijzonder gevoelig zijn voor suiker. Ook bleek het deel van het voorpootje dat zich boven de klauw bevindt heel gevoelig te zijn voor zout.

Nectar
“Honingbijen gaan af op kleur, geheugen, geur en smaak om nectar en pollen te vinden,” vertelt onderzoeker Martin Giurfa. Dat ze juist met hun voorpootjes zo goed in staat zijn om zoet en zout te detecteren, is goed te verklaren. “Werkers kunnen de nectar wanneer ze op bloemen landen direct detecteren. En bijen die boven water zweven kunnen de aanwezigheid van zout in dat water dankzij hun naar beneden hangende pootjes direct waarnemen.”

Proeven met de voorpootjes heeft dus voordelen. Maar het kan ook voor dilemma’s zorgen. Want een bij heeft immers twee voorpootjes. Dus wat gebeurt er dan als het ene voorpootje bijvoorbeeld iets lekkers proeft, terwijl het andere voorpootje iets vies proeft? Het onderzoek toont aan dat het zenuwstelsel van de honingbij de informatie van beide voorpootjes in overweging neemt om vervolgens te beslissen of hij gaat eten of niet. Alleen wegen de twee stukjes informatie niet even zwaar: de smaak die de bij als eerste waarneemt, weegt zwaarder.