De blauwe ster is gevonden op een afstand van ruim negen miljard lichtjaar.

Toen was het heelal slechts 4,4 miljard jaar oud, oftewel dertig procent van de huidige leeftijd. “De ster is minimaal honderd keer verder van ons verwijderd dan de volgende ster die we kunnen waarnemen”, zegt onderzoeker Patrick Kelly van de universiteit van Minnesota. Dat klinkt misschien vreemd, want hoe kan dit gat tussen de volgende ster zo groot zijn?

Het licht van Lensed Star 1 (LS1) wordt 2.000 keer versterkt door een zwaartekrachtlens. Een zwaartekrachtlens is een soort kosmisch vergrootglas en buigt het licht van verre objecten. Stel, twee sterrenstelsels staan – gezien vanaf de aarde – achter elkaar. Het ene sterrenstelsel is vijf miljard lichtjaar van onze planeet verwijderd, terwijl het andere sterrenstelsel op acht miljard lichtjaar staat. Het licht van het verre sterrenstelsel reist langs het voorgrondstelsel en wordt afgebogen en mogelijk versterkt.

Dit gebeurt ook met LS1. Ten eerste zorgt een cluster van sterrenstelsels ervoor dat het licht wordt versterkt. Daarnaast treedt een ander compact object in hetzelfde sterrenstelsel als LS1 op als microzwaartekrachtlens. Dit object is ongeveer drie keer zo zwaar als de zon. “Dit is een ster, een neutronenster of een stellair zwart gat”, concludeert wetenschapper Steven Rodney van de universiteit van South Carolina.

LS1 is een zogenoemde B-type superreus. Deze sterren zijn extreem helder en hebben een blauwe kleur. De oppervlaktetemperatuur bedraagt 11.000 tot 14.000 graden Celsius, wat ongeveer twee keer zo warm is als het oppervlak van de zon.