abell 1689

Ruimtetelescoop Hubble heeft een enorme populatie bolvormige sterrenhopen ontdekt. Naar schatting bevinden zich in het hart van het cluster Abell 1689 zo’n 160.000(!) bolvormige sterrenhopen. Ter vergelijking: onze eigen Melkweg telt er maar 150.

De grote groep bolvormige sterrenhopen bevindt zich voornamelijk in het hart van Abell 1689, waar zich ook een grote hoeveelheid donkere materie bevindt. Hoe verder men van dit hart vandaan gaat, hoe minder bolvormige sterrenhopen er aangetroffen worden. Ook neemt dan de hoeveelheid donkere materie af.

Over de hopen

Bolvormige sterrenhopen zijn zeer dichte groepen sterren. De hopen bevatten doorgaans zeer oude sterren: bijna 95 procent van alle bolvormige sterrenhopen ontstond binnen één tot twee miljard jaar na het ontstaan van het universum.

Hubble heeft tot op heden zo’n 10.000 bolvormige sterrenhopen in Abell 1689 aangetroffen. Maar er zijn er veel meer, zo stellen de astronomen in het blad The Astrophysical Journal. “Zelfs wanneer we diep in het cluster kijken, zien we enkel de helderste bolvormige sterrenhopen en alleen de bolvormige sterrenhopen die zich in het centrum van Abell 1689 bevinden,” legt onderzoeker John Blakeslee uit. In totaal zouden er zo’n 160.000 bolvormige sterrenhopen in het cluster aanwezig zijn. En deze strekken zich samen uit over een afstand van ongeveer 2,4 miljoen lichtjaar.

Het onderzoek kan ons meer inzicht geven in donkere materie. “We tonen aan dat de relatie tussen bolvormige sterrenhopen en donkere materie afhangt van de afstand tot het hart van het cluster,” legt onderzoeker Karla Alamo-Martinex uit. “In andere woorden: als je weet hoeveel bolvormige sterrenhopen zich binnen een bepaalde afstand ophouden, kun je de hoeveelheid donkere materie inschatten.”

De bolvormige sterrenhopen in Abell 1689. Foto: NASA / ESA, J. Blakeslee (NRC Herzberg Astrophysics Program, Dominion Astrophysical Observatory) / K. Alamo-Martinez (National Autonomous University of Mexico).

De bolvormige sterrenhopen in Abell 1689. Foto: NASA / ESA, J. Blakeslee (NRC Herzberg Astrophysics Program, Dominion Astrophysical Observatory) / K. Alamo-Martinez (National Autonomous University of Mexico).