Ook mensen die geen, of milde symptomen vertonen maken op het virus reagerende T-cellen aan, zelfs als ze negatief zijn getest op antilichamen.

Vanaf 1 juni kan iedereen met klachten die passen bij het nieuwe coronavirus zich laten testen. Ook kun je door te testen achterhalen of je besmet bent geweest. In dat geval wordt er gekeken of er antilichamen (of antistoffen) tegen het nieuwe coronavirus in je bloed zitten. Nieuw onderzoek suggereert echter dat we verder moeten kijken dan deze antilichamen. Want veel mensen die geen, of milde symptomen vertonen maken op het virus reagerende T-cellen aan, zelfs als ze negatief zijn getest op antilichamen.

T-cellen
“T-cellen zijn een type witte bloedcellen die gespecialiseerd zijn in het herkennen van met virus geïnfecteerde cellen,” legt onderzoeker Marcus Buggert uit. “Deze vormen een essentieel onderdeel van het immuunsysteem.” T-cellen zijn dus afweercellen en ruimen de infectie als het ware op. “Dankzij geavanceerde analyses hebben we nu de T-celrespons tijdens en na een COVID-19-infectie in detail in kaart kunnen brengen,” gaat Buggert verder. “Onze resultaten geven aan dat ongeveer tweemaal zoveel mensen T-celimmuniteit hebben ontwikkeld in vergelijking met degenen bij wie we antilichamen hebben gevonden.”


Studie
In de nieuwe studie bestudeerden de onderzoekers 200 mensen. Velen hadden milde, of geen COVID-19-symptomen. Het onderzoek omvatte onder andere patiënten die in het Zweedse Karolinska Universitair Ziekenhuis hadden gelegen en hun blootgestelde, asymptomatische familieleden. Ook gezonde bloeddonors die in de afgelopen periode bloed hadden gegeven werden als controlegroep in de studie meegenomen. Vervolgens werden alle patiënten en hun familieleden gevolgd en getest.

Verrassend
Uit de studie rolde een verrassende bevinding. “Interessant is dat niet alleen personen die COVID-19 hebben gehad tegen het virus reagerende T-cellen hadden aangemaakt, maar ook veel van hun blootgestelde, asymptomatische familieleden,” licht onderzoeker Soo Aleman toe. “Bovendien had ongeveer 30 procent van de bloeddonors die in mei 2020 bloed hadden gegeven, COVID-19-specifieke T-cellen. Dit percentage ligt veel hoger dan eerdere tests op antilichamen hebben aangetoond.”

Respons
En dat is veelbelovend. We wisten namelijk wel dat COVID-19-patiënten met ernstige ziektesymptomen vaak een sterke T-celrespons en antilichaamrespons ontwikkelen. Maar het was niet altijd mogelijk om antilichamen te detecteren bij mensen die mildere symptomen hadden ervaren. Ondanks dat deze laatste groep negatief testte op antilichamen, vertonen velen waarschijnlijk wel een duidelijke T-celrespons, zo blijkt uit de studie.


Immuniteit
Deze bevindingen betekenen volgens de onderzoekers dat immuniteit voor corona mogelijk veel hoger ligt. “Onze resultaten geven aan dat mogelijk veel meer mensen immuun zijn voor COVID-19 dan tests op antilichamen ons hebben doen geloven,” zegt onderzoeker Hans-Gustaf Ljunggren. “Als dit daadwerkelijk het geval is, is dat natuurlijk goed nieuws vanuit het oogpunt van de volksgezondheid.”

Groepsimmuniteit
Als meer mensen dan gedacht het virus onder de leden heeft gehad, wordt het voor het virus steeds lastiger om zich te verspreiden en mensen te infecteren. Dat komt omdat als mensen het virus hebben opgelopen en het overleven, ze er immuun voor zijn geworden. Hun lichaam kent het virus, heeft er antistoffen tegen aangemaakt en kan – als ze weer met het virus in aanraking komen – gelijk in actie komen. Hierdoor kan het virus deze mensen niet meer infecteren. En kunnen deze mensen het virus ook niet meer op anderen overdragen. In een scenario waarin een zodanig groot deel van de bevolking het virus gehad heeft dat het zich niet meer kan verspreiden en ook mensen die het virus nog niet gehad hebben zich dankzij hun immune medemens beschermd mogen weten, kunnen we spreken van groepsimmuniteit.

De studie suggereert dat T-cellen belangrijke afweercellen in de strijd tegen het coronavirus zijn en dat we deze goed in de gaten moeten houden. “Er moeten grotere en langere studies uitgevoerd worden naar zowel T-cellen als antilichamen om te begrijpen hoe langdurig de immuniteit is en hoe deze verschillende componenten van COVID-19-immuniteit met elkaar verband houden,” concludeert Buggert. T-celanalyses zijn echter wat ingewikkelder uit te voeren dan tests op antilichamen. Daarom worden deze momenteel alleen nog uitgevoerd in gespecialiseerde laboratoria.

Het is niet voor het eerst dat de belangrijke aard van T-cellen wordt aangestipt. Ook in de zoektocht naar het ultieme coronavaccin nemen wetenschappers T-cellen in overweging. Zo moet een coronavaccin niet alleen zorgen voor de aanmaak van antistoffen, maar ook T-cellen activeren. “De meeste vaccins richten zich op slechts één viraal eiwit en de productie van antistoffen,” vertelde Erasmus MC viroloog Rory de Vries eerder. “Maar onze studies laten zien dat meerdere eiwitten leiden tot een activatie van de T-cellen. Vaccins met meerdere eiwitten die de T-cellen activeren zouden wel eens effectiever kunnen zijn. Mogelijk zijn deze T-cellen cruciaal bij immuniteit op de lange termijn.”