Dat blijkt uit een analyse van de botten van 17 Romeinen die in het jaar 79 door de beruchte uitbarsting van de Vesuvius om het leven kwamen.

Pompeii is een wereldberoemde archeologische vindplaats die – doordat de tijd er sinds die catastrofale uitbarsting van de Vesuvius in het jaar 79 na Christus – vrijwel stil lijkt te hebben gestaan, unieke inzichten heeft gegeven in het dagelijks leven van de Romeinen uit die tijd. Minder bekend is het nabijgelegen Herculaneum, dat in 79 na Christus eveneens door as en lava werd bedekt en waarin later ook tal van interessante vondsten zijn gedaan.

Slachtoffers aan de kust
Waar in Pompeii ook tal van slachtoffers zijn teruggevonden, waren de straten en huizen van Herculaneum echter verlaten; blijkbaar hadden de meeste inwoners voldoende tijd om na de vulkaanuitbarsting hun woonplaats te ontvluchten. Maar niet iedereen wist daarbij te ontkomen; meer dan 300 mensen die hun toevlucht zochten in boothuizen aan de kust, overleden alsnog, waarschijnlijk door de extreme hitte van de pyroclastische stroom. Hun skeletten zijn in de afgelopen decennia ontdekt. En een analyse van een deel van deze skeletten geeft nu een uniek inkijkje in het toch wel verrassende dieet van de inwoners van Herculaneum. Zo wijst een analyse van de botten uit dat mannen in Herculaneum een ander dieet hadden dan vrouwen. Dat is te lezen in het blad Science Advances.

Resultaten
Het onderzoek wijst uit dat de mannen veel meer vis en graan aten dan vrouwen. De vrouwen haalden juist weer meer eiwitten uit dierlijke producten en lokaal verbouwde fruit- en groentesoorten. Het wijst er volgens de onderzoekers op dat het geslacht van inwoners van Herculaneum grotendeels bepaalde tot welke etenswaren men toegang had.

Het onderzoek
De onderzoekers baseren hun conclusies op een analyse van de skeletten van 17 volwassenen die dus langs de kust van Herculaneum zijn teruggevonden. Aan de hand van koolstof- en stikstofisotopen in de aminozuren in de botten konden de onderzoekers het dieet van deze mensen vrij nauwkeurig reconstrueren. “Koolstof- en stikstofisotopen worden vanuit etenswaren in ons lichaam opgenomen,” legt onderzoeker Silvia Soncin uit. Omdat de isotoopwaarden van bijvoorbeeld dierlijk voedsel weer net anders zijn dan plantaardig voedsel, kunnen deze isotopen meer inzicht geven in iemands dieet. En niet alleen kort nadat deze gegeten heeft, maar ook lang daarna nog. Want eenmaal in het lichaam opgenomen, worden deze isotopen gebruikt om de organische moleculen waaruit ons lichaam bestaat, op te bouwen. “Waaronder aminozuren; bouwstenen die ten grondslag liggen aan eiwitten, zoals collageen dat we aan skeletten die op archeologische vindplaatsen zijn aangetroffen, kunnen onttrekken. Elk aminozuur (in dat collageen, red.) kan weer iets vertellen over specifieke aspecten van een dieet.”

Vis, vlees en granen
En in dit geval onthullen de verhoudingen tussen isotopen in de aminozuren dus dat de mannen van Herculaneum een ander dieet hadden dan de vrouwen. “We wisten al van eerder onderzoek dat mannen in Herculaneum meer vis aten dan vrouwen, maar we wisten niet precies hoeveel meer,” vertelt Soncin. Daar is nu verandering in gekomen. De isotopen wijzen uit dat mannen gemiddeld 50 procent meer van de benodigde eiwitten uit vis haalden dan de vrouwen. Daarnaast levert het onderzoek ook nog een verrassinkje op. “Wij hadden geen idee dat er ook een verschil zou zijn in de consumptie van granen en dierlijke producten.”

Verschillen
Het onderzoek geeft niet alleen meer inzicht in het dieet van de mensen die in Herculaneum leefden. Het vertelt – via dat dieet – ook meer over wat mensen deden en hoe de samenleving in elkaar stak. Want de verschillen in dieet zijn volgens de onderzoekers te herleiden naar verschillen in de activiteiten en status van mannen en vrouwen. “Mannen waren vaker direct betrokken bij de visserij en andere maritieme activiteiten, ook hadden ze over het algemeen bevoorrechte posities in de samenleving en werden ze als slaven op jongere leeftijd vrijgemaakt, waardoor ze ook meer toegang hadden tot wat duurdere etenswaren, zoals verse vis,” vertelt Soncin.

Het onderzoek stelt de wetenschappers ook in staat om het dieet van de inwoners van Herculaneum te vergelijken met dat van mensen die vandaag de dag in dit gebied leven. Zo blijkt het dieet van de inwoners van Herculaneum voor een groter deel uit vis en zeevruchten te bestaan dan het dieet van moderne Italianen, die juist weer meer vlees eten. Graanproducten blijken in het moderne Italië net zo populair als in het oude Herculaneum.

Met behulp van moderne technologieën kunnen de resten van de onfortuinlijke inwoners van Herculaneum ons in de toekomst wellicht nog veel meer vertellen over het leven in de eerste decennia na Christus. “Er is zoveel wat we met botten kunnen!” stelt Soncin. “Andere isotopen (zoals strontium- en zuurstofisotopen) kunnen gebruikt worden om migratiepatronen in beeld te brengen. En door simpelweg naar de botten te kijken, kunnen we meer te weten komen over hoe een individu gestorven is, of het aan een ziekte leed die de botten aantastte en soms kunnen we op basis daarvan zelfs speculeren over het beroep dat iemand had.” Over de inwoners van Herculaneum is het laatste woord dan ook ongetwijfeld nog niet gezegd.