Dat is een gebied drie keer groter dan Nederland.

En wat misschien nog wel veel zorgwekkender is, is dat van die 12 miljoen hectare ongeveer een derde zogenoemd primair oftewel ongerept tropisch regenwoud betreft. Dat stelt het World Resources Institute.

Pandemiejaar
2020 gaat de boeken in als het pandemiejaar. Maar ook het jaar waarin de wereldeconomie – door die pandemie – flinke klappen kreeg. En het jaar waarin het leven even helemaal stil kwam te liggen. Je zou misschien verwachten dat ook de al jaren gaande zijnde afname in bosbedekking in 2020 stilviel, maar niets is minder waar. Zo ging in 2020 maar liefst 12 procent meer primair tropisch bos verloren dan het jaar ervoor.

In totaal gaat het om meer dan 4,2 miljoen hectare: een gebied ongeveer net zo groot als Nederland. Met het verlies van zo’n groot stuk primair regenwoud is ook een flinke CO2-uitstoot gemoeid: zo’n 2,64 gigaton CO2. Het is grofweg vergelijkbaar met de jaarlijkse uitstoot van 570 miljoen auto’s.

Met primair tropisch bos wordt ongerept regenwoud bedoeld. Wanneer primair tropisch bos verdwijnt, kan het plaatsmaken voor een nieuw bos, dat dan secundair tropisch bos wordt genoemd. Primaire tropische bossen zijn bijzonder waardevol, omdat de biodiversiteit er hoog ligt en ze ook veel CO2 herbergen. Secundaire tropische bossen kunnen ook heel veel soorten aantrekken en CO2 opnemen, maar het duurt vaak decennia of zelfs eeuwen voor ze daarin enigszins op hun voorgangers gaan lijken. Met het oog op de biodiversiteitscrisis – ingegeven door het feit dat tienduizenden soorten met uitsterven bedreigd worden – en de klimaatcrisis is het dan ook heel belangrijk dat juist de primaire bossen behouden blijven.

Toezicht
Dat er in 2020 zoveel primair bos verdween, is volgens de onderzoekers mogelijk deels te herleiden naar de pandemie. Door de lockdowns konden wetshandhavers minder toezicht houden, waardoor er meer (illegaal) gekapt kon worden. En ook de door de pandemie ingegeven trek van de stad naar het platteland speelt mogelijk een rol.

Satellietbeelden
De onderzoekers baseren hun conclusies op satellietbeelden. Met behulp daarvan brachten ze in kaart waar en in welke mate de bosbedekking (in natuurlijke en aangeplante bossen) in 2020 afnam. De grootste afname werd gezien in Brazilië, waar meer dan 1,6 miljoen hectare primair bos verdween. Brazilië wordt op de voet gevolgd door de Democratische Republiek Kongo, Bolivia en Indonesië waar de bosbedekking respectievelijk met bijna 500.000, iets meer dan 276.000 en iets meer dan 270.000 hectare afnam.

De tien landen waarin de bosbedekking in primaire bossen het sterkst afnam. De onderzoekers hebben overigens alleen gekeken naar afname en niet naar toename. Hoe de bossen er netto voor staan na 2020 is dus op basis van dit onderzoek niet vast te stellen. Afbeelding: World Resources Institute.

Klimaatverandering
De afnames zijn zowel in primair als secundair bos grotendeels te verklaren door ontbossing. Maar daarnaast zien onderzoekers dat de regenwouden ook in toenemende mate ten slachtoffer vallen aan – oh, the irony – klimaatverandering. Hogere temperaturen en droogte maken de regenwouden kwetsbaar voor natuurbranden die de afgelopen jaren onder meer hard toesloegen in de Amazone. Bij dergelijke natuurbranden komen ook grote hoeveelheden CO2 vrij, die de klimaatverandering een impuls geven. Een vicieuze cirkel is geboren. Het is dan ook heel belangrijk dat ontbossing wordt tegengegaan en klimaatverandering wordt afgeremd. Alleen zo kunnen de tropische regenwouden – die dus grote hoeveelheden CO2 uit de atmosfeer halen en houden – gered worden en bijdragen aan de oplossing van het klimaatprobleem, in plaats van het te vergroten.

Indonesië
Dat het echt mogelijk is om de regenwouden te redden, staat voor de wetenschappers vast. Ze verwijzen daarvoor bijvoorbeeld naar Indonesië waar – ondanks dat er nog veel bosbedekking verloren ging in 2020 – de ontbossing voor het vierde jaar op rij toch is afgenomen.

Brazilië
Maar eerder behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst, die er door COVID-19 opeens zo heel anders uitziet, zo waarschuwen de onderzoekers. Veel overheden zien zich na de coronacrisis genoodzaakt te bezuinigen. Hierdoor zal de verleiding groot zijn om minder geld te stoppen in het behoud van bossen. En – in een poging de economie weer op gang te komen – juist te investeren in bedrijvigheid die ten koste gaat van de regenwouden. Dat de eerder behaalde resultaten dan snel ongedaan gemaakt kunnen worden, weten we uit ervaring, zo stellen de onderzoekers. Ze denken dan bijvoorbeeld aan Brazilië waar de ontbossing door een krachtig overheidsbeleid enorm werd teruggedrongen, om – onder een nieuwe president – vervolgens weer flink toe te nemen; in 2020 ging er in Brazilië 15 procent meer primair regenwoud verloren dan een jaar eerder.

Doelstellingen
Het zijn ontnuchterende cijfers. Zeker omdat 2020 een belangrijk jaar had moeten zijn in de strijd tegen ontbossing. Tientallen landen, bedrijven en internationale organisaties hadden zich jaren geleden – toen 2020 nog ver weg leek – voorgenomen tegen deze tijd de ontbossing een halt toe te roepen of in ieder geval te halveren. Maar de werkelijkheid is heel anders: de doelstellingen worden niet gehaald en we blijven in hoog tempo bossen kwijtraken.

Dat moet echt anders, zo stellen de onderzoekers. En daar ligt niet alleen een taak voor landen met regenwouden binnen hun grenzen. Ook andere landen hebben hierin een rol te spelen. Bijvoorbeeld door de landen die de ontbossing succesvol terugdringen daar de diplomatieke waardering voor te geven die zij verdienen. Maar ook door deze de (financiële) steun te geven die ze nodig hebben om na de pandemie vol te houden. Zo wordt het aantrekkelijk om bossen te beschermen en zullen landen die dat nu nog niet doen, daar hopelijk ook op in gaan zetten. Dat alle landen hun steentje bij moeten dragen om de bossen van de ondergang te redden, is volgens de onderzoekers niet meer dan redelijk. Want uiteindelijk plukken we er – onder meer via de rol die regenwouden in het klimaat spelen – ook allemaal weer de vruchten van.