Wetenschappers hebben een groot massagraf ontdekt in de Amerikaanse staat Colorado. In het graf liggen 14.882 fragmenten van menselijke botten en resten van dieren. Het graf is de erfenis van een bloedige genocide tussen verschillende etnische groepen van de Anasazi, een prehistorische inheems Amerikaanse cultuur. De slachtpartij vond plaats rond het jaar 800 na Christus.

“Het was een ‘inside job’. Deze gebeurtenis laat zien wat er gebeurt wanneer tijdens een conflict sociale relaties verdwijnen”, zegt archeoloog Jason Chuipka. Chuipka en zijn collega James Potter vonden twee bijlen in het graf. Deze bijlen zijn positief getest op menselijk bloed.

Archeologen denken dat de onrust tussen de etnische volken ontstond na een periode van droogte. “Wat wij eruit kunnen opmaken is dat de genocide goed voorbereid was”, zegt Chuipka. “Het geweld vond in een kort tijdsbestek van een paar dagen plaats. Mannen, vrouwen en kinderen werden gemarteld, gedood en in stukjes gehakt. In sommige gevallen werden lichaamsdelen als trofeëen gebruikt. De aanvallers haalden persoonlijke bezittingen uit huizen en zetten de daken in brand.”

De onderzoekers zijn van mening dat genocide de oorzaak is. “Er zijn verschillen gevonden tussen de twee groepen”, zegt Chuipka. “De vermoorde personen volgden een ander diëet en hadden meer groeiafwijkingen.” Blijkbaar leefden in Colorado verschillende volken samen en knapte er op een gegeven moment iets. De situatie in Colorado was mogelijk vergelijkbaar met etnische zuiveringen in Irak, Joegoslavië en Rwanda.

De Anasazi hadden een animistisch geloof waarin dieren en natuurlijke objecten een ziel hebben, net als de mens. De cultuur verdween rond de 14e en 15e eeuw, al zijn sporen ervan terug te vinden in hedendaagse stammen uit de regio, waar de Anasazi in opgegaan zijn.