En daar hebben we eigenlijk allemaal last van.

Dat betogen de historici Jop Euwijk en Frank Rensen in hun nieuwe boek ‘De identiteitscrisis van Zwarte Piet‘. in het boek gaan de twee op zoek naar de historische, culturele en sociale achtergrond van Zwarte Piet. En dat valt nog niet mee…

Hier zie je één van de eerste afbeeldingen van de zwarte knecht van Sinterklaas, afkomstig uit een boekje van Jan Schenkman (1850). Wat opvalt, is dat Zwarte Piet hier nog niet de kenmerkende page-kleding draagt. Dat kwam pas later. Afbeelding: Jan Schenkman – St. Nikolaas en zijn knecht, G. Theod. Bom, Amsterdam z.j (via Wikimedia Commons).

Een mysterieuze oorsprong
Want wie is Zwarte Piet nu precies? De oorsprong van de bekende figuur is enigszins in nevelen gehuld. Wat we wél weten, is dat Zwarte Piet een stuk jonger is dan Sinterklaas zelf. De Goedheiligman gaat eeuwenlang in zijn eentje op pad. Pas in de negentiende eeuw krijgt hij in een boekje geschreven door de Nederlandse onderwijzer Jan Schenkman een knecht met een donkere huidkleur. En die knecht komt een beetje uit de lucht vallen. Sommigen denken dat hij geïnspireerd is op de tot slaaf gemaakten waarmee zeventiende en achttiende eeuwse rijken zich graag lieten afbeelden. In dat scenario zou Sinterklaas een zwart knechtje hebben gekregen om statiger over te komen. Weer andere historici denken dat Zwarte Piet geïnspireerd is op de donkere mannen die in grote steden werkten (en waarvan twijfelachtig is of ze echt tot slaaf gemaakten waren). Terwijl anderen vermoeden dat Zwarte Piet eigenlijk een Moor is. “Maar voor veel mensen was de naam ‘Moor’ ook weer synoniem voor ‘zwarte Afrikaan’,” aldus Jop Euwijk. “Dat maakt het dus nog ingewikkelder. De kennis over wie de Moren waren, en wie er allemaal Moren werden genoemd is ook niet ingeburgerd in Nederland.” Kortom: niemand weet eigenlijk door wie Schenkman zich liet inspireren toen hij het knechtje van de Sint introduceerde.

Veranderlijk
Maar Zwarte Piet is niet alleen mysterieus. Hij is minstens net zo veranderlijk. Want de Zwarte Piet uit de boekjes van Schenkman is een heel andere Zwarte Piet dan in de jaren zeventig. En de Zwarte Pieten uit de jaren zeventig zijn weer onvergelijkbaar met de Zwarte Pieten uit de 21e eeuw. “Zwarte Piet verandert qua uiterlijk en gedrag voortdurend,” vertelt Frank Rensen aan Scientias.nl. “Hij past zich aan aan de tijd.” Zo vervulde Zwarte Piet halverwege de vorige eeuw nog de rol van boeman. Hij was uitgerust met een zak waar soms daadwerkelijk stoute kinderen in werden gestopt en ook de bekende roe wordt regelmatig echt ingezet. Na de oorlog werd Zwarte Piet wat minder hardhandig: in plaats van een boeman, werd hij een dommig knechtje dat een raar accent had, onnozele dingen deed en soms zelfs kromtaal sprak. “Zo sprak Piet Pedrito in de musical ‘Het zoekgeraakte boek’ (1968) met een raar accent de meest wonderlijke zinnen uit, zoals ‘Sinterklaas, hoe u hebben wilt u eitje?’,” zo schrijven Euwijk en Rensen in hun boek. In de jaren negentig werd er afgerekend met die onnozele pieten: vanaf dat moment spraken ze correct Nederlands en moesten ze niet te dom doen. Tegelijkertijd blijft Zwarte Piet tot op de dag van vandaag qua intellect ver achter bij Sinterklaas, zo weet een ieder die wel eens het Sinterklaasjournaal gekeken heeft. In dat journaal wordt in aanloop naar 5 december een probleem gecreëerd – meestal door Zwarte Pieten – dat uiteindelijk door de wijze Sinterklaas op het nippertje wordt opgelost.

Sinterklaas en Zwarte Piet vertrekken na dit gezinnetje met een bezoek te hebben vereerd. Het jongetje in het midden heeft de roe gekregen. Afbeelding: Nationaal Archief.

De identiteitscrisis
Die mysterieuze oorsprong en het veranderlijke karakter van Zwarte Piet, maken het bijna onmogelijk om zijn identiteit vast te stellen. “Zwarte Piet heeft last van een identiteitscrisis,” stelt Jop Euwijk. “Zeker nu.” Hij verwijst daarmee naar de verhitte discussies die met name de laatste jaren weer oplaaien en die deels door die identiteitscrisis worden aangewakkerd. “Veel mensen denken dat Zwarte Piet een onschuldige figuur is,” stelt Rensen. “Zij zijn zich er niet van bewust dat hij nog geen dertig jaar geleden voor iets heel anders stond. Toen was hij dommig en werd er expliciet gemeld dat hij uit Afrika afkomstig was. Daarmee was overduidelijk sprake van een racistische ondertoon. Of misschien zelfs wel boventoon. Maar als je dat niet weet of je bent het vergeten, maar een ander weet het wel, dan spreek je over twee verschillende interpretaties van Zwarte Piet en kan er dus een verhit debat ontstaan.”

“Is er een link met racisme? Die is er 100%”

Euwijk voegt toe: “We moeten niet proberen om Zwarte Piet in een hokje te stoppen, door te zeggen: hier komt hij vandaan en het zit zo en zo.” Want daarmee doen we de werkelijkheid tekort. Dé identiteit van Zwarte Piet bestaat namelijk niet. In plaats daarvan is zijn identiteit opgebouwd uit verschillende laagjes. “En daardoor is hij ook zo lastig te begrijpen,” denkt Euwijk. “Maar is er een link met racisme? Die is er 100%,” stelt Rensen. “Heeft hij ook een christelijke oorsprong? Dat zou kunnen, maar dat neemt die racistische link niet weg.” Al die laagjes maken Zwarte Piet namelijk tot de figuur die hij vandaag de dag is. “Die racistische invloed zit er gewoon in en die kun je ook niet wegpoetsen.”

Een protest tegen Zwarte Piet in 2013. Afbeelding: Constablequakers (via Wikimedia Commons).

Discussie is van alle tijden
Zwarte Piet staat al decennialang ter discussie. Die discussie is in veel gevallen de drijvende kracht geweest achter wat Euwijk “het fase-verloop in zijn identiteit” noemt. Zo kwam er aan het eind van de negentiende eeuw al verzet tegen de angst die kinderen werd aangejaagd door Zwarte Piet. En later was er kritiek op het dommige karakter van Zwarte Piet. Ook de huidkleur van Zwarte Piet staat al lang ter discussie. Reeds in 1930 schrijft Herman Salomonson in De Groene Amsterdammer dat men wat hem betreft moest beginnen met het opvoeren van “een zwarten Sinterklaas, gediend door een wit knechtje”. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw leefde het debat opnieuw op, om weer uit te doven en in de jaren negentig opnieuw de kop op te steken. “En eigenlijk is het daarna nooit echt meer weggegaan,” vertelt Euwijk. Het is volgens de historici onder meer te herleiden naar de manier waarop de discussie vandaag de dag gevoerd wordt. Vroeger bepaalden kranten, tv en radio het debat. Vandaag de dag kan iedereen met een internetverbinding – en een goed verhaal – rekenen op een podium. “En laten we wel wezen: dit is een goed verhaal,” benadrukt Euwijk. “Een dergelijk debat kan nooit zo floreren als er geen kern van waarheid in zit.”

Hoewel de discussie omtrent Zwarte Piet al decennialang woedt, lijken we geen steek verder te komen. Maar schijn bedriegt, denkt Euwijk. “De argumenten die we nu over en weer horen, worden inderdaad al decennialang gebruikt. Maar er is wel iets veranderd. Het is een kwestie geworden die niet meer genegeerd kan worden. Iedereen snapt zo langzamerhand: er is een probleem. Maar niet iedereen begrijpt wat het probleem is.” En met dat laatste kan het boek van Euwijk en Rensen helpen. De historici zetten Zwarte Piet neer als het resultaat van eeuwenlang knip- en plakwerk. Opgebouwd uit snippers die een glimlach op je gezicht kunnen toveren en snippers om je diep voor te schamen. “Veel mensen kunnen zich moeilijk voorstellen dat er iets kwaads kan schuilen in iets goeds,” denkt Euwijk. Maar in de complexe figuur van Zwarte Piet is dat wel aan de orde. “Waar het naartoe gaat, weten we niet,” zo stellen de historici. “Maar als er niks met de kennis die er over Zwarte Piet is, gedaan wordt, zal het er niet leuker op worden.” Tijd voor een nieuw laagje in de toch al zo gelaagde identiteit van Zwarte Piet? Rensen denkt van wel. “Uiteindelijk zullen we de traditie weer op een nieuwe manier vorm gaan geven.” Hoe die Zwarte Piet 11.0 er dan uit moet gaan zien? Daar willen Euwijk en Rensen als historici hun vingers niet aan branden. Over één ding zijn de twee het wel roerend eens: het moet anders. Rensen: “En laten we er dan gelijk iets moois van maken en daarbij op zoek gaan naar verbinding voor iedereen.”