Met de recente klimaatsveranderingen komen wetenschappers steeds vaker met theorieën naar voren. Zo zou de jagende mens geleid hebben tot een eerdere afkoeling van de aarde. Dat stellen wetenschappers in het vakblad Nature Geoscience. Ze baseren zich daarvoor op de theorie dat na de komst van de mens op het Amerikaanse continent in rap tempo grote herbivoren stierven, wat de oorzaak zou zijn geweest van een plotse afkoeling van de aarde meer dan 12.800 jaar geleden.

Ongeveer 500 jaar voor deze gebeurtenis, toen de grote herbivoren nog niets van de mens te vrezen hadden, stootten de dieren gigantische hoeveelheden methaan uit. Dit was echter niet genoeg om te leiden tot een wereldwijde klimaatopwarming, ook al is methaan dertig keer sterker dan CO2.

Toch stellen de onderzoekers dat de intrede van de koude Jonge Dryas-periode, 12.700 jaar geleden, wél gelinkt kan worden aan de plotse vermindering van de methaanuitstoot. Zo zou de temperatuur tijdens deze duizend jaar durende periode met zeven graden zijn gedaald en heeft de uitroeiing van de grote herbivoren ernstige gevolgen teweeggebracht voor de methaanuitstoot en de concentratie van methaan in de atmosfeer. Dat kan de teloorgang van de dieren de vastgestelde methaanreductie voor “12,5 tot 100 procent” verklaren, aldus de wetenschappers.

Als deze theorie klopt dan is het tijdvak waarin de mens begon met zijn invloed op het klimaat niet begonnen tijdens de industriële revolutie in de negentiende eeuw, zoals men altijd heeft gedacht, maar wel 13.400 jaar eerder, toen de mens zijn opwachting maakte in Amerika.