Vandaag herdenken christenen wereldwijd de geboorte van Jezus. Maar heeft Jezus echt bestaan?

Wereldwijd komen christenen vandaag bij elkaar om de geboorte van Jezus te herdenken. De Bijbel vertelt dat Jezus – de Zoon van God – in een stal in Betlehem ter wereld kwam om de flink gehavende relatie tussen God en de mensen te herstellen. Een prachtig verhaal dat een interessante vraag oproept: heeft Jezus echt bestaan?

Consensus
De relevantie van deze vraag overschrijdt de kerkmuren. De afgelopen eeuwen hebben historici wereldwijd zich over dit vraagstuk gebogen en er bibliotheken over vol geschreven. Het leidde gaandeweg tot een zekere consensus omtrent de historische Jezus, zo vertelt professor Robert Van Voorst, auteur van het in 2000 verschenen boek ‘Jesus Outside the New Testament: An Introduction to the Ancient Evidence‘, aan Scientias.nl. “De meeste moderne wetenschappers zijn zo overtuigd van de historiciteit van Jezus dat ze het bespreken ervan onnodig of zelfs een verspilling van tijd vinden.”

Een schilderij uit de vijftiende eeuw laat Jezus in de kribbe, omringd door zijn ouders (Maria en Jozef) en engelen zien. Afbeelding: Hugo van der Goes (via Wikimedia Commons)

De bronnen
Die consensus is gebaseerd op jarenlang onderzoek. Maar hoe doe je eigenlijk onderzoek naar het leven van een persoon die – naar verluidt – rond het begin van de jaartelling leefde? “Op dezelfde manier als een historicus onderzoek doet naar elke andere historische persoon,” vertelt professor Bert Jan Lietaert Peerbolte, hoogleraar Nieuwe Testament aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, aan Scientias.nl. “Je gaat op zoek naar sporen die iemand heeft achtergelaten.” In het geval van Jezus gaat het dan om sporen in de literatuur. Het bekendst zijn natuurlijk de vier evangeliën – Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes – die in de eerste eeuw zijn geschreven en verslag doen van het leven van Jezus. Daarnaast zijn er echter ook verschillende niet-christelijke teksten uit de Oudheid die naar Jezus verwijzen. “Belangrijke Romeinse historici die aan het eind van de eerste eeuw werkten, zoals Tacitus en Suetonius, beschrijven Jezus als de oprichter van het christendom,” vertelt Van Voorst. “Ze stellen dat hij een beweging begon, gekruisigd werd en dat die beweging enigszins een bedreiging bleef vormen voor de Romeinse overheid.” Daarnaast zijn er verschillende Joodse bronnen die Jezus noemen.

“Het is hoogst onwaarschijnlijk dat al het materiaal dat Jezus noemt tot stand is gekomen op basis van een verzinsel”

Kritisch
Er zijn al met al dus heel wat oude bronnen die melding maken van Jezus. Maar hoe betrouwbaar zijn ze? “Die teksten moeten we inderdaad heel kritisch bekijken,” vindt Lietaert Peerbolte. Als voorbeeld haalt hij het Testimonium Flavianum van de Joodse geschiedschrijver Josephus aan. In deze passage wordt Jezus meerdere malen genoemd. Maar er zijn sterke aanwijzingen dat er met de tekst geknoeid is: christelijke overschrijvers zouden het werk van Josephus hier en daar wat hebben aangepast. “Zo beschrijft Josephus Jezus als ‘een wijs mens, als we hem tenminste mens mogen noemen’. Dat laatste is er ongetwijfeld door christenen aan toegevoegd.” Net zo kritisch moeten we kijken naar Romeinse teksten en de evangeliën. “Je moet je continu afvragen: wat is historisch betrouwbaar?” En als we al die historisch betrouwbare materialen dan inventariseren, lijkt er geen twijfel mogelijk te zijn. “Het is hoogst onwaarschijnlijk dat al het materiaal dat Jezus noemt tot stand is gekomen op basis van een verzinsel,” concludeert Lietaert Peerbolte.

Origenes. Afbeelding: via Wikimedia Commons.

Ontkennen
Er zijn dus tal van teksten uit de eerste eeuwen die Jezus noemen. Maar zijn er uit diezelfde periode ook teksten die het bestaan van Jezus in twijfel trekken? Het antwoord is verrassend. “Nee, er zijn geen documenten uit de Oudheid bekend die het bestaan van Jezus ontkennen.” Dat is frappant. Zeker als je bedenkt dat er in de Oudheid wél mensen zijn die fel tegen Jezus tekeergaan. De Griekse filosoof Celsus (hij leefde in de tweede eeuw) is er één van, zo weten we uit teksten van zijn collega-filosoof Origenes. In zijn Contra Celsum vat Origenes de anti-christelijke standpunten van Celsus samen om die vervolgens te weerleggen. Zo lezen we dat Celsus de maagdelijke ontvangenis onzin vond en de goddelijke krachten van Jezus degradeerde tot magie. Maar zelfs Celsus trekt het bestaan van Jezus geen moment in twijfel. Het suggereert dat het idee dat Jezus niet echt had bestaan op dat moment ook helemaal niet in omloop was, aldus Lietaert Peerbolte. Anders had Celsus het ongetwijfeld in de strijd gegooid.

Net als van Jezus zijn van Alexander de Grote geen rechtstreekse portretten bekend. Pas veel later zijn mensen over Alexander de Grote gaan schrijven. Sterker nog: de periode tussen het leven van Alexander en het moment waarop er voor het eerst over hem geschreven wordt is veel langer dan de periode tussen het leven van Jezus en het moment waarop er (buiten de Bijbel om) voor het eerst over Jezus wordt geschreven. “En toch is het voor niemand een vraag of Alexander de Grote heeft bestaan, maar ondertussen is het bestaan van Jezus wel een vraag. Dat is frappant,” vindt Lietaert Peerbolte.

De discussie
Hoewel de meeste moderne wetenschappers er op basis van al die bronnen dus van overtuigd zijn dat Jezus echt heeft bestaan, zijn er nog altijd onderzoekers die de Jezusmythe aanhangen. En zo af en toe vlamt de discussie over de historiciteit van Jezus dan ook weer op. Dat gebeurde bijvoorbeeld vorig jaar nog toen predikant Edward van der Kaaij zijn boek ‘De ongemakkelijke waarheid van het christendom‘ presenteerde. Hij stelt in het boek dat de historische Jezus nooit heeft bestaan en het leven van Jezus zoals dat in de Bijbel beschreven wordt, gebaseerd is op elementen uit de Oud-Egyptische religie. Lietaert Peerbolte ziet het als een opleving van een discussie die in de negentiende eeuw ontstond. Die discussie begint met het in twijfel trekken van de wonderverhalen: de passages in het evangelie die melding maken van een wonder dat Jezus verricht. Men stelde dat die wonderverhalen niet echt gebeurd zijn, maar symbolisch bedoeld zijn. In dat scenario vallen de wonderen weg, maar blijven de ethische lessen van Jezus overeind. Tot Allard Pierson in 1878 zijn boek ‘De bergrede‘ publiceert. Hierin stelt hij dat de bergrede – een ethische onderwijzing – van Jezus een compositie is van de evangelist en dus niet door Jezus zelf is uitgesproken. Na de wonderen wordt nu dus ook de historische betrouwbaarheid van de prediking van Jezus onderuit geschoffeld. “Voortgaand op deze lijn komt hij (Pierson, red.) tot het inzicht dat niet alleen alle bewijsmateriaal over de historische Jezus twijfelachtig van aard is, maar dat het uiteindelijk het beste geïnterpreteerd kan worden vanuit het perspectief dat Jezus geen historische figuur was, maar een gehistoriseerde verdichting,” zo schrijft Lietaert Peerbolte hierover in het Nederlands Theologisch Tijdschrift. “Pierson stelt dus eigenlijk: we hebben geen betrouwbare informatie over Jezus en dus heeft hij niet geleefd,” legt Lietaert Peerbolte aan Scientias.nl uit. “Als we diezelfde methode loslaten op Alexander de Grote (zie kader), moeten we ook concluderen dat hij niet geleefd heeft. Het is een hyperkritische benadering van complotdenkers die totaal niet wetenschappelijk verantwoord is. Ik spreek hierbij over complotdenkers omdat veel mensen met een hyperkritische houding het idee hebben dat een groepje losgeslagen Joden een mythe bedacht heeft over een godmens en die mythe vervolgens gepersonaliseerd heeft in Jezus. In dat scenario gaat de mythe dus vooraf aan het verhaal en het verhaal gaat weer vooraf aan de persoon. Dat is zo vergezocht. Dat kan ik onmogelijk serieus nemen.”

De Bijbel vertelt dat Jezus gekruisigd werd. Romeinse geschiedschrijvers bevestigen dat. “De kruisiging is een argument om te zeggen dat het bestaan van Jezus onmogelijk een verzinsel kan zijn. Het is namelijk zo’n ongelofelijk ongelukkig verhaal,” vindt Lietaert Peerbolte. “Het is de afgezant van God die aan het kruis hangt. Dat staat in schril contrast met de koninklijke gestalte die de Joden verwachtten en de machtige gestalte die volgens de Grieken de vloer aan zou vegen met zijn tegenstanders. De kruisiging kunnen de eerste christenen niet verzonnen hebben, want daar hadden ze geen baat bij en hebben ze eigenlijk alleen maar last van gehad.” Afbeelding: een schilderij van Annibale Carracci (via Wikimedia Commons).

Relevant
Dat de discussie over het bestaan van Jezus van tijd tot tijd oplaait, is geen wonder, vindt Van Voorst. “Het christendom is de grootste en meest wijdverspreide religie, dus de status van de belangrijkste figuur in deze religie – Jezus Christus – is belangrijk. Daarnaast is het christendom een op de geschiedenis gebaseerde religie waarin men – net als in het Jodendom – aanneemt dat God zich tijdens belangrijke historische gebeurtenissen liet zien. Dus of bepaalde mensen echt bestaan hebben en of bepaalde gebeurtenissen zich daadwerkelijk hebben afgespeeld, is belangrijk. Dit staat in schril contrast met andere religies zoals het boeddhisme of het taoïsme die gebaseerd zijn op onderwijzingen die hun oorsprong vinden in ongebruikelijke menselijke inzichten en niet gebaseerd zijn op personen of de geschiedenis. Als zou blijken dat Gautama Boeddha niet echt heeft bestaan, zou er in het Boeddhisme weinig veranderen. Als zou blijken dat Jezus niet echt heeft bestaan, zou het christendom zoals wij dat kennen ernstig beschadigd raken en misschien zelfs tot een einde komen.” Maar ook buiten de kerkmuren om is de vraag of Jezus echt bestaan heeft, relevant, vindt Lietaert Peerbolte. “Het maakt niet uit of je nu gelovig bent of niet: Jezus heeft een enorme invloed gehad op de wereld, zowel religieus als cultuur-historisch.”

Zullen we dan ooit nog met zekerheid vast kunnen stellen of Jezus echt heeft bestaan? “Dat is lastig,” denkt Lietaert Peerbolte. “Wat zou je daarvoor moeten vinden? Het graf van Jezus? Of zijn botten? Maar hoe kom je er dan achter dat het echt om resten van Jezus gaat? Je hebt geen DNA dat je kunt vergelijken. Misschien dat het ontdekken van een tekst van Jezus zou helpen? Maar weer geldt: hoe weet je dat die tekst echt van Jezus is?” Het is een probleem dat inherent is aan elk historisch onderzoek. “We kunnen niet verifiëren, alleen maar reconstrueren.” Van Voorst onderschrijft dat. “Zullen we ooit 100 procent zeker kunnen zijn van iets of iemand in het verre verleden? Ik betwijfel het. Maar we hebben meer zekerheid over het bestaan van Jezus dan over het bestaan van mensen zoals Laozi (de vermeende oprichter van het taoïsme), Zarathoestra of zelfs Gautama Boeddha of Mozes. En we hebben minstens net zoveel bewijs voor het bestaan van Jezus als voor het bestaan van andere oude figuren zoals Alexander de Grote of Julius Caesar.”