Wanneer een jongere een e-sigaret gebruikt, dan is de kans dat hij binnen twaalf maanden een echte sigaret rookt veel groter dan een adolescent die geen e-sigaret gebruikt.

Dit concluderen wetenschappers van de universiteit van Leeds in een paper in Tobacco Control.

De onderzoekers vroegen aan 2.836 13 en 14-jarigen van twintig scholen of ze wel eens een sigaret hebben gerookt. Sommigen gebruikten wel eens tabak, maar de meeste ondervraagden hadden nog nooit gerookt. Een derde van de jongeren had wel eens een e-sigaret gebruikt. Van de 2.836 jongeren hadden 2.196 kinderen nog nooit een echte sigaret gerookt. Uiteindelijk konden wetenschappers de resultaten van 1726 niet-rokende jongeren verwerken in het onderzoek.

Van de jongeren die nog nooit hadden gerookt – maar wel een e-sigaret hadden geprobeerd – bleken een jaar later 118 van de 343 adolescenten minimaal één sigaret te hebben gerookt. Dat is ongeveer 34,4%. Een groot verschil met de niet-rokers die ook de e-sigaret links lieten liggen. Een jaar na de enquete gaven 124 van de 1383 jongeren in deze groep aan dat ze minimaal één sigaret hadden gebruikt. Oftewel negen procent.

De onderzoekers beweren dat een e-sigaret kan aanzetten tot roken, terwijl de e-sigaret eigenlijk bedoeld is om mensen van roken af te helpen. “Toch weten we niet of de jongeren alleen aan het experimenteren waren met sigaretten of dat ze ook daadwerkelijk rokers zijn geworden,” zegt professor Mark Connor van de universiteit van Leeds.

Opvallende conclusie is dat jongeren met weinig rokende vrienden sneller overstappen van e-sigaret naar sigaret dan jongeren met veel rokende vrienden. “Je zou denken dat het andersom is en dat e-sigaretgebruikers met veel rokende vrienden door groepsdruk overgaan op echte sigaretten,” zegt Connor. “Dit vraagt sowieso om vervolgonderzoek.”